DEN HAAG - De wens van het CDA vast te houden aan de aflossing van de staatsschuld in één generatie, kan het nieuwe kabinet 18 miljard euro kosten. Dat is het bedrag aan extra bezuinigingen dat het Centraal Planbureau inmiddels nodig acht om dat ideaal te verwezenlijken. Het CPB komt op dat bedrag in nieuwe berekeningen over de rap verslechterende economie.
Nog niet eerder in de parlementaire geschiedenis zag een kabinet zich bij aanvang geconfronteerd met een bezuinigingsbedrag van zo'n omvang. De formatiebesprekingen tussen CDA en PvdA worden zwaar belast door deze wetenschap. Een besparing van deze ongekende hoogte zet de kwaliteit van de overheidsvoorzieningen onder druk. De beoogde coalitiepartners hebben zich tegelijkertijd vastgelegd op de belofte aan de kiezers meer te investeren in veiligheid, zorg en onderwijs. Bovendien kunnen grote bezuinigingen de economie verder verslechteren, met als gevolg dat de werkloosheid stijgt.
CDA-onderhandelaar Balkenende had daarom deze week een hardere belofte over het financiële beleid van de PvdA willen horen dan waartoe zijn gesprekspartner Bos (PvdA) bereid was. Bos weet dat overeenstemming tussen CDA en PvdA over dat onderwerp nog ver weg is. Om die reden had hij geen behoefte in de 'verkennende' fase van de formatie meer toe te zeggen dan dat de PvdA zich wil houden aan de verplichtingen die de Europese Unie oplegt in het Stabiliteitspact, het fundament onder de monetaire stabiliteit van de euro.
Het CDA wil zo snel mogelijk weten waar het met de beoogde coalitiepartner aan toe is. Waarschijnlijk gaan de twee partijen in de volgende formatiefase direct de confrontatie aan over het gewenste financiële beleid.
Op de tafel van de onderhandelaars ligt een alarmerend rapport van de Centraal economische commissie, de invloedrijke club van topambtenaren van het CPB en de betrokken ministeries. Zij schetsen hoe het kabinet voor een 'tweeledige uitdaging' staat. Aan de ene kant is het zeer noodzakelijk een 'ambitieuze groeiagenda' in het regeerakkoord af te spreken, om de stijging van de werkloosheid te keren.
Deze noodzakelijke stimulans voor de economie legt beperkingen op aan de hoogte van de bezuinigingen. Al te grote bezuinigingen remmen de economie zo ver af, dat de werkloosheid nog verder wordt opgestuwd.
Nog maar kort geleden bestond onder de partijen consensus over de noodzaak vanaf 2007 jaarlijks een overschot van één procent op de rijksbegroting aan te houden. Dat zou zekerheid bieden over het doel de staatsschuld in één generatie af te lossen, hetgeen noodzakelijk is om de pensioenen in de toekomst betaalbaar te houden. De topambtenaren ramen nu dat een overschot van één procent in 2007 een ombuiging van 23 miljard euro (50 miljard gulden) vereist. Aan 'aanzienlijke lastenverzwaringen' valt dan niet te ontkomen. Zowel de noodzakelijke matiging van de lonen, als de bestrijding van de werkloosheid en de stimulering van de economie komt dan in het gedrang.
De 'ondergrens' die de adviseurs aangeven, is een situatie waarin de overheid aan het einde van de kabinetsperiode geen schulden meer aangaat. Dat doel vergt een bezuiniging van 14 miljard euro. Zo'n operatie is vergelijkbaar met de tussentijdse bezuinigingen die het laatste kabinet van CDA en PvdA, Lubbers III, in 1992 afsprak. Die 'tussenbalans', gevolgd door de ingrepen in de WAO, zorgde voor grote spanningen tussen de coalitiepartners. Mede daardoor verliep de samenwerking tussen CDA en PvdA in dat kabinet stroef.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.