In de Verdieping van 24 januari worden de moeilijkheden van het gezin Fakhro geschetst, met impliciet de boodschap dat hun schrijnende situatie het gevolg is van hardvochtig asielbeleid.
Voordat de verantwoordelijkheid geheel wordt gelegd bij de IND; het artikel kan ook leiden tot een andere zienswijze. Khalil kwam in 1996 als 18-jarige met zijn moeder, zijn vrouw en een kind naar Nederland. Hij vroeg asiel aan, en na een halfjaar werd zijn asielaanvraag afgewezen. Met deze afwijzing nam hij geen genoegen, waarop hij één of meer beroepsprocedures is gestart, die uiteindelijk tot geen andere beslissing hebben geleid dan de oorspronkelijke afwijzing. Inmiddels is het 2002, en in de tussenliggende zes jaar is het gezin Fakhro verblijd met nog eens vier kinderen. Nederlandse jongeren willen de gezinsvorming nog wel eens uitstellen, wanneer de maatschappelijke omstandigheden (inkomen, woonruimte) daartoe aanleiding geven. Zo niet Khalil, die met vrouw en kinderen bivakkeert op een enkele kamer in een AZC, en wie een onzekere toekomst wacht. Wanneer Khalil na de negatieve beslissing op zijn beroepsprocedures het AZC moet verlaten, dreigt hij met vijf kleine kinderen op straat terecht te komen. Wie is nu verantwoordelijk voor deze schrijnende situatie? Ik zou zeggen dat Khalil zich vooral zelf in deze onmogelijke positie heeft gebracht, door na de oorspronkelijke negatieve beslissing op zijn asielaanvraag te handelen alsof hem een verblijfsstatus in ons land zou worden verleend. Alsof hem te verstaan was gegeven, dat die beslissing wel zou worden teruggedraaid en dat zijn toekomst in Nederland lag. En welk verwijt valt de Nederlandse overheid te maken? Voornamelijk het zachte heelmeesterschap, het feit dat na een pijnlijke beslissing nog zes jaar lang middels langdurige beroepsprocedures de consequenties van die beslissing uit de weg worden gegaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.