*

 

Op safari over het ijs

Ruud van Haastrecht − 01/02/03, 00:00

Sommige mensen doen iedere vakantie hetzelfde, en ze blijven het leuk vinden. Over die passies gaat deze serie, Vakantieliefde. Deze week Pieter Hallewas (27), senior-account manager direct marketing bij Wegener. Begin volgende maand gaat hij met twee metgezellen voor de tweede keer op ijsexpeditie.

,,Toen ik klein was, las ik natuurlijk Jules Verne's 'Twintigduizend mijlen onder zee'. En heel jong namen mijn ouders me al mee skiën, duiken, bergklimmen. Vier jaar geleden ben ik samen met mijn vriend Alexander Groen in het noorden van Finland een opleiding gaan volgen voor buitensportinstructeur.

Skiën, klimmen, kajakken, raften, alles zat erin. Daarna hebben we nog noordelijker in Fins Lapland drie maanden gewerkt bij een buitensportbedrijf, om te wennen aan de winterse omstandigheden. We leidden safari-achtige excursies, dagtripjes tot tochten van anderhalve week: lopen, skiën, met husky-sleden. Onderweg overnachtten we in Indiaans-achtige tenten, de zogenaamde Tipi's. De mooiste tocht was een korte expeditie in Zweden van Nikaluokta naar de berg Kebnaise. Eerst zijn we met kajaks door deels bevroren meren en snelstromende rivieren gevaren, toen met sleden de bergen ingetrokken en uiteindelijk hebben we de Kebnaise beklommen. Ook toen was de temperatuur min twintig, dertig. Het was heel indrukwekkend en in sommige opzichten vergelijkbaar met de tocht die we nu gaan maken. Alleen was het korter en konden we vlak voor de beklimming van de Kebnaise op adem komen in een bergstation. Die hebben we straks niet, tenzij we een héél grote omweg maken naar de kust.

In Lapland zijn we gefascineerd geraakt door de temperatuur. Er komt een andere houding bij kijken als je onderweg bent voor langere tijd. Je moet bijvoorbeeld extreem voorzichtig zijn als je kleren nat worden. Dan kun je snel bevriezen of onderkoeld raken. En als je je tent niet dichtdoet en je loopt sneeuw naar binnen, wordt de boel ook nat. Je moet je lichaam goed in de gaten houden, of er niks bevriest. In Lapland is ook het idee ontstaan om deze tocht te gaan maken. We kwamen op de terugreis langs die bevroren Botnische Golf. Voor de kust zagen we auto's over het ijs rijden, er waren weggetjes overheen aangelegd naar de eilanden voor de kust waar 'szomers pontjes naar toe varen.

Toen hebben we wat navraag gedaan of wel eens iemand 'swinters de Golf overgestoken was. De mensen zeiden vaak: het wordt niet gedaan dus het kan niet. De uitdaging van deze expeditie is sowieso om iets te gaan doen wat nog niet eerder is gedaan. Daarnaast is het een heel bijzondere tocht, omdat je constant op relatief dun ijs bent. Een tent opzetten op open zee geeft een hele rare sensatie. De weidsheid en de uitgestrektheid, met zien, horen en ook het ruiken omdat het zo koud is. En de voldoening na een dag om dat je weet dat je weer een dagafstand hebt gehaald.

We moeten een gemiddelde afstand van ongeveer twintig kilometer per dag halen, 16,74 om precies te zijn. Als we een gunstige noordwestenwind hebben, laten we vliegers op die groter zijn dan parachutes en laten ons daardoor meeslepen, het waterski-idee. Dan kun je wel een snelheid halen van vijftig, zestig kilometer per uur. Of we opschieten, hangt sterk af van de ijscondities. Als er veel beweging is geweest in het ijs, zitten er ijsschotsen. Dan moeten we lopend verder met stijgijzers en kunnen we niet die snelheid maken.

Vanuit de noordelijke havens varen ijsbrekers die vaarroutes vrij maken dwars door die ijskap heen. Als het flink vriest kun je na circa drie uur die kanalen weer overlopen. Als we eerder zijn, moeten we met kajaks overvaren en natuurlijk oppassen dat we niet kapseizen want natworden is bij min-25 graden levensgevaarlijk.

Je moet je de omgeving voorstellen als een enorme uitgestrekte sneeuwvlakte. Soms zullen we de kustlijn wel zien, soms net niet meer. Waar stromingen of stuwingen zijn geweest, zie je aburdistische ijsformaties zoals je die ook op gletsjers kunt zien.

In de toekomst wil ik nog meer ijsexpedities ondernemen, ook wel als deze geen succes wordt. We hebben de wens om Groenland over te steken. Dat is een heel fantastische onderneming. De afstand is dan drieduizend kilometer in plaats van tweehonderd en de omstandigheden zijn weer heel anders. Maar het vraagt wel veel voorbereiding. We moeten hiervoor allemaal vrije dagen opnemen. En het kost veel geld. Deze expeditie kost 40000 euro, waarvan een heel groot deel geschonken wordt door sponsoren.''

mailIcon print |