*

 

De warmste, kleurrijkste profeet van Koude Oorlog

Pieter van der Ven − 01/02/03, 00:00

Twee weken geleden had hij oud en broos tussen zijn bewonderaars zijn negentigste verjaardag nog gevierd in de dom van Limburg aan de Lahn, gisteren stierf hij - 'Spekpater' Werenfried van Straaten, aartsbedelaar, aartsreactionair en zonder twijfel een van de kleurrijkste geestelijken uit het Nederlandse taalgebied van na de oorlog.

Werenfried van Straaten was de naastenliefde in persoon, maar niemand wist waarschijnlijk zo voluit te genieten van alle aandacht voor hemzelf als hij. Telkens was er wel weer een aanleiding, een jubileum of kroonjaar om te vieren, met de simpele pater in het middelpunt en bisschoppen in de entourage. En telkens, als de sentimenten stevig waren bewerkt, brak het moment aan van de onvermijdelijke collecte voor een van de talloze projecten. In totaal heeft de Spekpater in een halve eeuw zo'n twee- drie miljard (euro) van de kerkgangers losgepraat.

De Nederlander Flip van Straaten werd in Mijdrecht geboren. Hij sloot zich aan bij de Vlaamse norbertijnen in Tongerlo ('witheren') en was daar nog bijna weggestuurd wegens zijn slechte gezondheid. De (meer-eisende) kapucijnen wezen deze brekebeen met zijn TBC al meteen af.

Vlak na de oorlog trok hij zich het lot aan van de Duitse vluchtelingen, die vooral uit de DDR en Polen het communisme hadden ontvlucht. Voor Werenfried was het communisme beslist een erger kwaad dan het nazisme.

Werenfried van Straaten bleek een ongewoon natuurtalent. Hij verbond de gave van het woord aan bekommernis met mensen in nood, maar ook aan een gewiekstheid die de ergste oplichters hem konden benijden. In de jaren zestig vergeleek de Keulse kardinaal Frings hem met de Mongoolse veroveraar Dzenghis Khan: waar Werenfried voorbij was gegaan viel er voor een ander geen halm graan, geen cent meer te oogsten.

Maar in de katholieke kerk zijn er meer met heilige eloquentie begaafd als het over bedelen gaat. Toen Latijns- Amerika nog niet in Werenfrieds vizier was kreeg hij een verzoek om hulp van een bisschop daar. Nee inderdaad, diens kerk werd niet vervolgd, er lag ook geen communistische vijand op de loer, maar de nood was hoog en er bestond wel degelijk gevaar voor revolutie in de regio. Nu helpen, aldus de bisschop, zou zeker goedkoper zijn dan wachten tot het grote kwaad was geschied. De pater wist het wel te waarderen: zo'n argument had hijzelf kunnen verzinnen.

Wat in 1947 als een privéactie begon van een jonge pater voor zielige Duitsers -spek bedelen bij Vlaamse boerinnen- groeide spoedig uit tot een caritatieve multinational: Kerk in Nood/ Oostpriesterhulp. Na het spek en de tweedehands kleding kwamen de kapelwagens, omgebouwde bussen en goederenwagens waarin paters Oost-Europa afreisden om van priesters verstoken gelovigen aan missen, kerkboeken, kinderbijbels en catechismussen te helpen, beurzen voor priesterstudenten, in Polen, Litouwen, Letland. Honderden Volkswagentjes voor 'rugzak-kapelaans' die alleen een fiets van de parochie te leen hadden. Later: drukkerijen, radio- en tv-zenders, periodieken, videoprogramma's. Met zoveel fondsen kun je wat.

In de jaren zestig, zeventig koerste het Vaticaan met zijn Ostpolitik naar werkzame verhoudingen met de landen in het Oostblok. Net als iedereen ging het Vaticaan er vanuit dat de tweedeling van het continent zou blijven en dat men er gezamenlijk maar het beste van moest zien te maken. Iedereen? Nee, in Königstein bad, hoopte, geloofde Werenfried dagelijks dat hij de val van het communisme zou meemaken. En hij handelde ernaar. Bij hem geen compromissen met de godloochenaars en vervolgers aan gene zijde van het IJzeren Gordijn. Hij zat ze dwars, maar daarmee ook de behoedzame diplomatie van paus Paulus VI en diens rechterhand kardinaal Casaroli. Het conflict liep nog hoog op; uiteindelijk koos het Vaticaan voor de dubbele strategie: de fluwelen handschoenen van Casaroli én de ongepolijste bedelpater en profeet van de Koude Oorlog. Die draaide er altijd wat ongemakkelijk omheen als hem naar zijn betrekkingen met de CIA, Pinochet, de Contra's in Nicaragua en andere dubieuze bondgenoten in de strijd tegen het rode gevaar werd gevraagd.

In 1991 lanceerde Van Straaten zijn oude idee van de kapelwagen opnieuw. Nu iets fonkelnieuws, een van alle gemakken voorziene truck van Van Hoof in Lier. Zijn droom: tientallen van die wagens tot in de verre uithoeken van Kazachstan en Siberië om er de mensen van spirituele leeftocht en rechte leer te voorzien. Maar de tijden waren dramatisch veranderd. Van Straaten zag in: de echte Kerk in Nood was niet (alleen) in Slowakije of Oekraïne, maar hier.

Werenfried van Straaten was indertijd bevriend met de megafilantroop van behoudend rooms-katholiek Nederland, vakantieparkman Piet Derksen. De Spekpater kreeg in de goede tijd miljoenen van Derksen, zei hij. Jaarlijks.

De pater van het spek en het aardse slijk was niet gelukkig met de ontwikkeling in de wereld, en in de eigen kerk. Hij zag na de val van het communisme Europa vooral ten prooi vallen aan horizontalisme en consumentisme. Hij wilde de verticale dimensie bevorderen, vooral door steun aan conservatieve seminaries en kloosters.

Net als indertijd bij het imperium van Piet Derksen blijft de twijfel in het geval van de Spekpater of de zo briljant vergaarde miljarden welbesteed zijn. Er zal vast en zeker buiten zijn kring met bewondering, maar toch ook met afgunst, worden getreurd dat zulk een dadendrang en die talenten zo schaars zijn onder degenen die de kerk van de Spekpater toch vooral zien als achterhoede en behoudzucht. Zij hebben dan weer de troost dat voor die andere kant de pater heel erg uniek was en zijn dood een gevoelig verlies.

mailIcon print |