*

 

Ephimenco

Sylvain Ephimenco − 01/02/03, 00:00

Daar zitten we dan tegenover elkaar. Het rode lampje op de microfoons nog gedoofd en tussen ons de immensiteit van een tafel als de oneindigheid van een verharde oceaan. Donderdagavond twee voor negen in registratiekamer 7, waar het programma Mozlim Exprezz van de Nederlandse Moslim Omroep op het punt staat te beginnen. Ik kijk naar het gezicht van mijn gesprekpartners, waarop een lichte schaduw van spanning heen en weer golft. Ahmed Dadou, initiatiefnemer van het Manifest Koerswijziging en Ali B., rapper, auteur van het lied KutMarokkanen. Wat zouden ze denken?

Daar heb je dan die man, die tegenstander die ons initiatief met zijn open brief probeert kapot te schrijven? Of hebben ze die sites bezocht waar mijn naam de laatste dagen aan fascisme en racisme en nog erger wordt gekoppeld? Ahmed Dadou heeft een droeve zachtheid in zijn blik die hij met zijn verzekerde en glanzende retoriek probeert te maskeren. Ook zijn lichaamstaal is doordrenkt van gevoeligheid. Ali B. is feller. In zijn bloed stroomt de revolte, in zijn ogen glinstert de overtuiging van het engagement. Door de luidsprekers galmen de reacties van Marokkaanse luisteraars de studio binnen. We proberen elkaar te overtuigen, bestrijden elkaar, moeten elkaar op sommige punten toch tegemoetkomen. Het is hard werken om je spreektijd te veroveren. Voor je het weet wordt die door de overkant weggezogen en dan moet je weer hard strijden om hem terug te halen.

,,Die tekst van jouw lied: 'ze haten ons, willen ons zwartmaken', kan echt niet. Zo breng je mensen niet nader tot elkaar.''

,,En jij, je ziet alleen wat je wilt zien in ons Manifest. Nu willen we een positief signaal afgeven en het is nog niet goed.''

,,Eerst aan de problemen werken dan komt de verbetering van het imago vanzelf.''

,,Hoe kan dat met een eenzijdige en vijandige pers?'' Luisteraars bemoeien zich er hard mee. In de snelkookpan van de studio kolken de decibels. Deze worsteling is niets anders dan een innige verstrengeling. Je voelt en ruikt elkaar en het begint te wennen. Hé, weet je Ahmed, geen haar op mijn hoofd die aan je goede bedoeling twijfelt. Ja Sylvain, je ziet het verkeerd, maar misschien willen we toch hetzelfde. Tien uur. De microfoons zijn nu dicht maar niet de monden. Hier een klap op een schouder, daar een hand die een arm zachtjes grijpt. Eens zullen we het vandaag zeker niet worden. Hoeveel dagen telt een jaar? Buiten rilt de nacht. In een jasje van witte zuchtjes.

mailIcon print |