*

 

Een agent is toch geen premiejager?

Haro Hielkema − 11/01/03, 00:00

Een systeem waarin een agent een bonus krijgt voor een arrestatie, is volgens commissaris van politie Hidde de Blouw fataal voor de samenleving. Stimulerende marktmechanismen zoals een individuele beloning loslaten op de zorg voor veiligheid, bergt in zijn ogen grote risico's in zich.

De Blouw, programmamanager aan de School voor Politie Leiderschap in Warnsveld, schrijft dit in een bijdrage aan de lezersdiscussie van Trouw over de stelling 'Geef agenten een bonus voor een arrestatie'. Concurrentie mag in de markt gezond zijn en een prikkel voor de prestatie, de kwaliteit en de efficiëntie. Maar bij de politie werkt het volgens hem heel anders. ,,Veiligheid, feitelijk en als gevoel, is geen markt van verhandelbare goederen en diensten. Het is een niveau van samenleven met elkaar in een behoorlijk complexe risicomaatschappij: risico's die variëren van hoog water en olierampen tot zinloos geweld en burn-out. Van die risico's een kans op persoonlijke bonus maken, lijkt me absoluut fataal. Zo werken we niet aan leven met elkaar, maar aan leven aan elkaar.''

De stelling is een uitvloeisel van de gedachte van politiechefs als P. Eringa van Flevoland. Die vindt dat hij ontslagen moet worden als hij slecht presteert, maar ook een bonus verdient voor een goed rapportcijfer. Het gespreksthema van de week kent geen enkele serieuze voorstander. In alle toonaarden wordt het individuele bonussysteem afgekraakt. Onder de deelnemers waren diverse (oud-)politiemensen, zoals De Blouw. Hij schetst een tafereel waarin twee agenten een sprintje trekken om als eerste een arrestatie te verrichten en een teamleider van een rechercheonderzoek opsporingsinformatie voor zich houdt om te voorkomen dat een ander team er misschien met de bonus vandoor gaat.

Piet Böhre, sinds kort inspecteur in ruste na een langdurige en gevarieerde politieloopbaan, spreekt van een onzinnige stelling. De invloed van de politie op de bestrijding van de criminaliteit is volgens onderzoek minder dan vijf procent, schrijft hij. De politie is maar een schakel in het geheel: ,,Veel belangrijker is de bijdrage van de burger zelf, maar zeker ook die van het lokaal bestuur. Integraal samenwerken aan het voorkomen van criminaliteit is vele malen effectiever en goedkoper dan repressief optreden'', vindt Böhre in reactie op de crime fighters. ,,Geef liever een bonus aan agenten die hun wijk of werkgebied naar een veiliger en tevreden niveau weten te tillen. Anders worden politiemensen die de criminaliteit beheersbaar krijgen gestraft omdat er zich zo weinig incidenten in hun gebied voordoen.''

H. van Dijk vraagt zich af 'welke gestoorde geest' zoiets als een bonussysteem bedenkt: ,,Wil men een politiestaat? Zijn dat nou de normen en waarden waar de politiek op hamert?'' J. Sueters denkt vol gruwel terug aan de oorlogsjaren, toen Nederlandse agenten 'een geldbedrag kregen wanneer ze iemand van Joodse afkomst arresteerden'. En Jack Smolders heeft sombere visioenen: ,,Ik vrees dat jonge agenten (net een huis gekocht, een mooie auto is ook nog een wens) zoveel mogelijk arrestanten willen binnenhalen. Heterdaadjes zijn een zeldzaamheid, dus moet het op een andere manier. Er komen dus arrestaties voor minder belangrijke vergrijpen, die nu nog met een waarschuwing of een bon worden afgedaan.''

Smolders, die zelf tien jaar bij de rijkspolitie heeft gewerkt en nu zelfstandig ondernemer is, heeft wel een suggestie hoe de politie de criminaliteit beter kan aanpakken: ,,We moeten veel meer en beter luisteren naar de gewone mensen in de straat''.

Henk Sieben vindt het wel logisch dat de politie wordt afgerekend op zijn prestaties. ,,Dat moet iedereen'', schrijft hij. Ze krijgen een prima salaris en daar dienen ze gewoon hard voor te werken, ook net als iedereen. Maar dat ze in 2006 180000 boetes meer moeten uitschrijven dan nu, vind ik zeer bedenkelijk. Dat is helemaal geen garantie voor vermindering van de criminaliteit. Want wie krijgt altijd de meeste bekeuringen? De goedwillende hardwerkende burger die naar of van het werk rijdt. En dat zijn wel de mensen waar de economie op draait.'' Hij heeft liever dat agenten die na lange voorbereiding een drugstransport onderscheppen of de vrouwenhandel een gevoelige slag toebrengen, eens in het zonnetje worden gezet.

J. Brouwer schrijft dat arresteren hoort bij het gewone werk van de politieagent: ,,Daar hoef je hem dus geen bonus voor te geven''. Volgens hem is het simpel te meten hoeveel bekeuringen een agent uitschrijft of hoeveel arrestaties hij verricht. ,,Maar die op hun (meer)waarde schatten vergt veel meer inzicht en moeite en moet zeker niet op voorhand met een bonus worden beloond. Dan is er straks meer aandacht voor de bonus en minder voor professioneel handelen.''

P. Brouns vraagt zich af wat de keuze moet zijn: de kassa of de echte nood. ,,Met mensen werken laat zich niet vertalen in stukloon''. Paul Delfgauw vindt dat agenten 'gewoon een goed salaris' verdienen -'bonussen krijgen ze wel bij Albert Heijn'.

Commissaris De Blouw citeert zijn zoon, die sinds kort ook bij de politie is en reageerde met: 'Ik ben geen premiejager. De politie is er voor de samenleving, niet omgekeerd.' Dáár mag hij van zijn vader een bonus voor krijgen.

mailIcon print |