Het succes van Balkenende in die bange meidagen van vorig jaar was voor een belangrijk deel toe te schrijven aan Wim Kok die het volk aan de vooravond van de verkiezingen opriep te kiezen voor stabiliteit. Hij vermeed daarbij zorgvuldig de naam van Melkert te noemen. Deze man was door vriend en vijand immers al voor de verkiezingen als een geboren verliezer neergezet. En dus stemde het kiezersvolk tot zijn eigen verbazing massaal voor het CDA, dat een half jaar eerder nog door een leiderschapscrisis was geteisterd. Balkenende had het voordeel van de onbekendheid en bezat daardoor een zekere frisheid, hetgeen hem het redelijke alternatief voor Fortuyn maakte. Hij kon in de slipstream van Fortuyn meeliften. De PvdA en de VVD werden gebroken door Fortuyns sloperswerk. Balkenende, die een stilzwijgende, strategische alliantie had gesloten met Fortuyn, kon achterover leunend de stemmen van al die Nederlanders die van de LPF chaos vreesden, incasseren.
Zo'n unieke situatie komt natuurlijk nooit meer terug. Voor het behoud van elke stem, die Balkenende in mei geheel gratis in de schoot geworpen kreeg, moet hij nu keihard vechten, voordat hij aan extra winst kan gaan denken. Hij zou daarbij natuurlijk van de zogenaamde premier-bonus kunnen profiteren. Maar zo'n bonus moet je wel eerst verdienen.
Hoe men het ook wendt of keert, Balkenende heeft zich ontpopt als de zwakste premier uit de Nederlandse geschiedenis. Zeg niet dat hij de kans niet heeft gehad zich te bewijzen omdat zijn kabinet zo kort duurde. Dat kabinet duurde immers zo kort omdat hij het ondanks programmatische overeenstemming niet bij elkaar kon houden. Dit wijst op ernstig gebrek aan leiderschapscapaciteiten. De rol van de premier is minder groot dan wel wordt verondersteld, maar op zijn minst moet hij de zaak bij elkaar kunnen houden. Maar vanaf de eerste dag ontpopte het kabinet van Balkende zich als een kippenhok, waarin enige orde ver te zoeken was. Het bizarre optreden van een aantal ministers (Heinsbroek, Bomhoff, Nawijn) corrigeerde hij niet, hetgeen het aanzien van de Nederlandse politiek ernstige schade toebracht. Balkenende stond erbij en keek ernaar. Niet door zijn ingrijpen, maar door een actie van buitenaf kwam gelukkig een einde aan zijn kabinet. Balkenendes gedrag als premier stond in schrille tegenstelling tot zijn retoriek van normen en waarden, openheid, eerlijkheid en duidelijkheid. Maar die fraaie woorden klinken nu al wat sleets uit zijn mond. Kritiek lijkt Balkenende te irriteren, zijn verzuringsgraad neemt met de dag toe. In debatten maakt hij nauwelijks afgeronde zinnen meer, als een schooljongen dreunt hij uit zijn hoofd de slagwoorden op die hem vorige keer succes bezorgden.
Maar tot zijn verbijstering werkt het niet echt meer, en dat leidt weer tot verkramping. Balkenende kan niet zoals bij de vorige verkiezingen schuilen in de luwte van Fortuyn, hij staat nu in het volle licht en zijn tegenstander, Wouter Bos, is in alles zijn tegendeel. Bos glimlacht, oogt ontspannen en bescheiden, rijgt moeiteloos zinnen aaneen waarin hij zorgvuldig de worstelingen van zijn partij met ingewikkelde kwesties uiteenzet, en vermijdt alle machtspolitieke arrogantie. Het is werkelijk een onvermoede verademing om hem aan het werk te zien tegenover de rijtjes opdreunende Balkenende en de verkrampte Zalm, die door maar steeds zijn zelfbeheersing te verliezen aantoont niet geschikt te zijn voor het premierschap.
De enige hoop voor Balkenende is nog dat de adviseurs van Bos, door het succes in de peilingen verblind, zouden aandringen op nadrukkelijker praat over regeringsdeelname. Laat Bos vooral niet een week voor 22 januari in het kader van de 'machtsvraag' de klassieke aanval op GroenLinks en SP beginnen. Die kiezers komen vanzelf wel. Hoe bescheidener en meer ontspannen Bos blijft, des te ernstiger komt Balkenende in de problemen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.