Ook verlangend naar een safari in uw huiskamer? Uw vermoeide benen in Afrikaans-kaki op de poef met namaakbont, dreunende drums in de jungle van de buren, de geur van schroeiende gazelle drijft aan uit de keuken, terwijl op tv de zon rood zakt over de savannen? Dat kan. Exotisch is in.
Springbok, koedoe en wildebeest, wie een keertje Afrikaans wild wil eten kan terecht bij zijn poelier. Wel even bellen, want het is niet altijd op voorraad, en een paar poeliers uitproberen bespaart geld. Koedoe, bijvoorbeeld, dat hartenbrekend mooie diertje dat u in de dierentuin zo hooghartig aankijkt, kost dertig euro per kilo bij de ene poelier en zestig bij de andere.
U waant zich een avonturier aan eigen tafel. Maar eigenlijk komt u pas kijken; die savannebeesten lijken toch wat op koeien, met hun vier poten. De echte avonturier bestelt sprinkhanen, in dat ene restaurant in Nederland, in Den Bosch, waar ze op de kaart staan. Zie het gezelschap griezelen, maak de blits met uw onverschrokkenheid en constateer zelf: sprinkhaan is lekker! Het insectje, duimlang en rozig van kleur, smaakt niet naar zijn verwanten garnaal of kreeft, maar is droger, niet zout, een subtiele aardse smaak die tot lang na het eten blijft hangen. Hoe moet je die smaak noemen? Na lang wikken en wegen blijft er maar één vergelijking over: sprinkhaan smaakt naar woestijn.
Moeilijk te verkrijgen? Ga eens naar een dierenhandel waar ze reptielen verkopen. Grote kans dat de uitbater ze heeft, die gevleugelde lekkernij met zes poten en vier vleugels. Voer voor reptielen, maar schuilt er geen slang in ieder mens? En vies is een kwestie van smaak, want deze sprinkhanen zijn onder nagenoeg steriele omstandigheden gekweekt op een dieet van gras en tarwezemelen. Ook hier loont het om even te bellen, de prijzen lopen van 30 tot 45 cent per stuk.
Dan rest slechts één probleem: de sprinkhanen leven nog. Een nachtje in de vriezer verhelpt dat. Verwijder voor het eten vleugels en poten, en bak de romp in olie en knoflook. Daar knapt een mens van op. Zielig? Ach, mosselen koken we levend; dan valt overlijden aan onderkoeling nog mee.
Nog niet avontuurlijk genoeg? De ware sensatiezoeker waagt zich aan het summum. In november al aangekondigd, nu dan eindelijk gegeten, de bisamrat ofwel het waterkonijn. De pan gaat op het vuur, vrouwen en kinderen verlaten het huis. Na twee uur stoven in roomboter, witte wijn en knoflook is de eerste hap een sensatie: waterkonijn is heerlijk. Sappig, stevig vlees met een krachtige wildsmaak die toch niet opdringerig wordt. Dit boutje smaakt naar meer.
Maar helaas, deze smakelijke rat is alleen verkrijgbaar voor journalisten, die goed kunnen zeuren bij rattenvangende instanties, en dan alleen voor deze keer, om eens te proeven. Met de belofte geen grappen te maken over het onderwerp. Het zal bij die ene sensatie moeten blijven, en verlangen naar meer. Toch hartelijk dank, beste rattenvangers.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.