11 november is de dag, dat mijn moeder vol spanning op zingende kinderen wacht.
Ik herinner me nog goed hoe het vorig jaar was. Om goed met Sint Maarten voor de dag te komen, was mijn moeder vroeg opgestaan om kilo's snoep in te slaan. Snoep waarbij glazuur spontaan van tanden afspringt door er alleen al naar te kijken. En die koekjes, zuurtjes, chocolaatjes en andere zoethoudertjes zette ze 'smiddags al bij de voordeur en dat is vragen om moeilijkheden.
Nietsvermoedend kwam ik die middag thuis en deed een verbazingwekkende ontdekking: onbeheerd snoep! ,,Al dat snoep voor mij alleen?'' Ik zag mezelf al via de duikplank het snoepnirwana induiken, à la Dagobert Duck. Maar wreed werd mijn droom verstoord door een beslist ingrijpen van mijn moeder: ,,Afblijven, dat is voor Sint Maarten!''
,,Aaaah? Eentje?'' pruilde ik schijnheilig. ,,Ik bedoel, Sint Maarten, Sint Nicolaas, Sint Juttemus, nog even, en dan gaan we straks bij iedere sterfdag van een heilige langs de deuren leuren. Wat blijft er dan voor mij over?'' Al mijn creatieve argumenten ten spijt. Het antwoord bleef nee. Naarmate het tijdstip naderde waarop de kinderen dreigden te komen, begon mijn moeder steeds verwachtingsvoller te kijken. Onrustig drentelde ze door de woonkamer, om af en toe even door de gordijnen te gluren of de lokale buurtaapjes al arriveerden. Tegen de tijd dat alle loslopende kinderen op straat al lang ontvoerd zouden zijn, hoorde ik mijn moeder mompelen: ,,Zouden ze nog wel komen?'' Misselijk van de snoep besloot ik naar bed te gaan. ,,Euh.., mam? Zelfs ik ga nu naar bed.. Ik denk niet dat ze nog komen.'' Maar mijn moeder besloot nog te wachten. Intussen waren niet alleen de Sint-Maartenslichtjes, maar ook de lichtjes in haar ogen gedoofd. Ik denk dat ik dit jaar een lampion ga kopen...
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.