Het was een minderheid, die de moed had alles achter te laten om in Europa werk te gaan zoeken. De meeste Turkse mannen bleven, en worstelen nu met de vraag wat er was gebeurd als ze waren gegaan.
Op de brandende haard kookte de thee van ochtend tot bedtijd. Wanneer het vuur van de haard doofde, vonden de aan thee verslaafde mannen van het dorp in de donkere, koude winternachten warmte bij de lichamen van hun vrouwen.
De sneeuw stond hoog, de wegen naar de stad waren maandenlang onbruikbaar, de gendarme die belasting kwam heffen en een deel van het vee meenam was onvermurwbaar, en het kon lang duren eer handelaren met ossenwagens het dorp aandeden om in ruil voor graan en vlees groente en fruit aan te bieden. Maar ze waren tenminste nog thuis. De haard, de thee, de vrouwen waren er en lieten hen nooit in de steek.
Een van verliet dat thuis. Het was in het najaar van 1967. De thuisblijvers wuifden de Europaganger uit.
Sedrettin Inci, een van de thuisblijvers:,,We hoopten allemaal dat hij met hangende pootjes zou terugkomen. Als hij succes had betekende het dat hij meer moed en hersenen had dan wij.''
Om zijn reis naar Europa te bekostigen had de dorpeling zijn hele vermogen op het spel gezet: na dagenlange smeekbedes mocht hij van zijn vader twee ossen en een koe op de veemarkt van de hand doen. Zijn drie kinderen, zijn vrouw, de vier broertjes die hij had, en zijn ouders, allemaal wachtten ze op goed nieuws uit Europa. Een brief met een positieve inhoud moest hen van de moordende spanning verlossen.
In plaats van de brief kwam de man zelf. 'Met hangende pootjes' was de uitdrukking niet; de man was kapot. De vreemdelingenpolitie, die de illegaal had opgepakt en teruggestuurd, had hem in een diepe put gegooid.
Inci: ,,De eerste tijd lachten we hem uit. Hij reageerde niet op ons hoongelach. Het was alsof hij niets meer te maken had met de wereld. Zonder een woord te zeggen ijsbeerde hij voor zijn huis. Na een paar dagen begonnen we medelijden te krijgen en probeerden hem te troosten. Maar hij keek niet eens naar ons.''
Het treuren van de Europaganger duurde twee maanden. Toen de sneeuw was gesmolten en het gras alweer hoog stond, was de man van de ene op de andere dag weer verdwenen.
Het duurde niet lang of de vader van de Europaganger kwam met een brief naar het dorpsplein. Met een trots gebaar haalde hij de brief uit zijn binnenzak en gaf die aan een van de jongeren die geen analfabeet was. Inci: ,,In de tijd dat hij illegaal was in Duitsland had hij zich bij verschillende fabrieken laten inschrijven. En een van die fabrieken had een uitnodiging gestuurd. Hij mocht daar legaal werken. Ik kan me herinneren dat de brief begon met de zin: Vader, ik heb het eindelijk getroffen, ik ga de hele familie redden uit de armoede.''
De Turkse mannen die in de jaren zestig naar het Westen vertrokken zetten vaak veel op het spel. Het weinige dat ze hadden werd verkocht om de reis te kunnen maken. Ze handelden vaak uit wanhoop. Ze zagen Europa als het enige middel om de ketens van armoede te breken. Het was een minderheid, die de moed had weg te gaan. Velen kozen voor de eeuwig kokende thee, voor vrouw, kinderen en familieleden.
Wie kan hen dat kwalijk nemen?
De kinderen, de vrouw en de rest van de familie.
Sedrettin Inci is nu 74 jaar. Hij is een kleine man, met een gebogen rug. Het is alsof hij gebukt gaat onder het besluit van toen geen risico te nemen en thuis te blijven. De Europaganger had namelijk al zijn leeftijdgenoten gesmeekt om de reis samen te ondernemen. Dan zou hij zich niet alleen voelen in den vreemde. Zoals iedereen heeft ook Inci toen 'nee' gezegd.
Met zijn nasale stem zegt Inci, terwijl hij in een van de mindere buitenwijken van Ankara zijn mouwen opstroopt om het wasritueel te volbrengen voor het gebed: ,,Uiteindelijk zijn we allemaal vertrokken uit het dorp. Maar die gemiste kans heb ik nooit meer goed kunnen maken. Ik heb het zeer zwaar gehad in deze stad. Ik heb zelfs schoenen moeten poetsen. Mijn kinderen hebben niet kunnen studeren. Als ze niet werkloos zijn, werken ze als arbeider voor een minimumloon. We hebben er het nooit over, maar ik weet hoe ze denken over onze dorpsgenoot die toen wel is gegaan. Ze nemen het mij kwalijk. Maar ja, je kunt de toekomst niet voorspellen. Ik kon het niet weten. Het is het lot.''
Liep de Europaganger naast zijn schoenen, werd hij arrogant, was hij egoïstisch?
Het gebed is afgelopen, Inci gaat zitten op de bank, uitpuffend van de heuvel tussen de moskee en zijn huis. ,,Wat maakt het uit?'', zegt hij, en haalt zijn God erbij: ,,Allah weet wat het beste is, natuurlijk. Misschien probeerde hij heel gewoon te doen, maar iedereen die hem zag, in zijn mooie auto met zijn mooie kleren, vond hem arrogant. Hij bracht zijn gezin ook naar Duitsland. Toen zijn dochters een voor een de huwbare leeftijd bereikten, ging iedereen met ongetrouwde zonen bij hem langs. Maar hij wilde niet meewerken. Ook mij heeft hij afgewezen toen ik de hand van zijn oudste dochter vroeg voor een van mijn zonen.''
Ze hebben de enige Europaganger uit hun dorp gehaat. Tot op een dag, zo'n tien jaar geleden het nieuws kwam dat diens een na oudste zoon was omgekomen bij een auto-ongeluk. Het lijk werd in een chique kist naar Ankara gevlogen, waar het op de grote Karsiyaka-begraafplaats ter aarde werd besteld. De dode twintiger had mooi, lang, blond haar. Hij glimlachte. Zijn huid was vlekkeloos, als van een maagd.
,,Ik heb nog nooit zo'n mooie dode gezien'', zegt Inci. Hij krabt aan zijn gezicht, denkt lang na, en zegt: ,,Zijn vader was kapot. Hij smeekte God om in plaats van zijn zoon hemzelf te nemen. Hij viel in onze armen. Wij, zijn oude vrienden uit het dorp, hebben hem getroost. Die dag heb ik Allah mijn dank betuigd omdat hij mij zo'n grote pijn heeft bespaard. Ik zou niet in zijn schoenen willen staan, ook al bieden ze me de hele wereld aan. Na de dood van zijn zoon is hij niet meer zo patserig als vroeger. Hij heeft niet meer de nieuwste auto's en komt, als hij in Ankara is, naar het koffiehuis waar de mannen uit ons dorp altijd zitten.''
In een andere wijk van Ankara, waar het asfalt rijkelijk is voorzien van gaten vol modder en waar peuters in hun pyjama op straat rondhuppelen, woont Niyazi Cevre, een zeventiger, afkomstig uit het oosten van het land. Trots op het feit dat hij een van de eersten was die naar het westen trok.
De grote trek uit het oosten begon in de jaren vijftig. De vlucht nam uiteindelijk zulke vormen aan dat miljoenen oosterlingen zich verspreidden, naar het westen van Turkije en verder, tot het uiterste noorden van Europa. De impuls voor de grote trek werd begin jaren vijftig door enkele jongens gegeven die in de winter naar Istanbul gingen om wat bij te verdienen.
Niyazi Cevre was een van die jongens. Hij en zijn beste maat, die later naar Europa zou gaan, waren nog geen vijftien toen ze brood en kaas meekregen van hun moeders, vijf dagen liepen naar de Zwarte Zee en daar een week op de boot wachtten die hen naar Istanbul zou brengen. Cevre kan niet meer zo goed zien. Als de deur opengaat en een vrouw naar binnenloopt, draait hij zijn hoofd naar zijn vrouw. Zijn beweging betekent dat hij wil weten wie zijn huis binnenloopt. Het is de buurvrouw.
Nadat zijn nieuwsgierigheid is bevredigd, vertelt hij verder: ,,Ken jij het gebied Telkoz buiten Istanbul? Van Telkoz tot het centrum van Istanbul hebben we waterleidingen aangelegd in die jaren. De buizen waren zo groot dat ik en mijn maat erin konden lopen zonder te bukken. In de weekeinden hoopten we dat het zou sneeuwen zodat we tegen een kleine vergoeding van de bewoners de sneeuw van de stoep konden scheppen. We hebben bij groothandelaren goederen gesjouwd. Elke winter gingen we terug naar Istanbul om te werken. Elk jaar werd het drukker met jonge mannen uit het oosten die hun geluk kwamen beproeven.''
In 1965 liet zijn beste maat zich inschrijven bij een bureau dat arbeiders wierf voor fabrieken in Europa. Cevre wilde niet. Hij had uitgerekend dat hij wel rond zou komen in Turkije. Hij had een vaste baan bij een tegelfabriek in Ankara en bezat wat grond in het dorp.
,,Ik was te dol op mijn kinderen. Ik moest er niet aan denken jarenlang in den vreemde te moeten leven zonder mijn kinderen en mijn vrouw. Dat ging voor mij te ver. Die vriend van mij is wel gegaan. Toen hij vertrok was zijn vrouw zwanger. Hij heeft zijn zoon de eerste twee jaar na diens geboorte niet gezien.''
Het duurde niet lang met die tegelfabriek. Die ging dicht. En in het ziekenhuis waar hij vervolgens werkte, werd hij ontslagen. Hij werkte als schoonmaker in de grootste voetbalstadion van Ankara en ging uiteindelijk met pensioen.
Wat hij krijgt is zelfs voor Turkse begrippen weinig te noemen, maar hij zit er niet mee. Zelf heeft hij geen behoefte aan veel geld. Zijn vier kinderen wilde hij wel redden. En het eerste wat bij hem opkwam was zijn oude maat. De Europaganger woont in Nederland en komt elk jaar naar Izmit waar hij een huis met vier verdiepingen heeft laten bouwen.
Cevre nam zo'n vijftien jaar geleden de bus naar Izmit. Zes uur later zat hij bij zijn vriend. ,,Ik heb een prima dochter'', zei hij tegen zijn oude maat. ,,Neem haar als schoondochter. Je zult er geen spijt van krijgen.''
Het toeval wilde dat de Europaganger op zoek was naar een geschikt, eerbaar meisje voor een van zijn zonen. De jongen en het meisje ontmoetten elkaar in Ankara. Een paar maanden later vloog het meisje naar Nederland.
Zijn dochter was wellicht gered, maar hoe was het gesteld met de trots van de Turkse vader, die zijn dochter aanbiedt aan de vader van de schoonzoon? Een daad die als vernederend wordt ervaren in de Turkse cultuur. Het is gebruikelijk dat de vader mensen die om de hand van zijn dochter komen vragen een paar keer laat terugkomen. Een teken dat het meisje zeer waardevol is.
Cevre: ,,Ik heb het me jarenlang aangerekend dat ik in Turkije ben gebleven. Toen mijn kinderen begonnen op te groeien en naar school gingen, dacht ik: hoe zou het met hen zijn geweest als ze in Europa op school waren geweest? Zouden ze naar de beste universiteiten zijn gegaan? Hoeveel vreemde talen hadden ze wel niet geleerd?' Ik heb mezelf de schuld gegeven van hun uitzichtloze toekomst. Om die reden ben ik naar mijn oude maat gegaan. Anders had ik het nooit gedaan. Die dochter van me heeft in een paar jaar twee meisjes gevonden voor haar broertjes. Eentje in Nederland, de andere in Duitsland. Alleen mijn oudste dochter woont in Turkije. Haar man zit bij de politie. Ook zij heeft niets te klagen. Het is uiteindelijk allemaal goed gekomen.''
Zijn dochter stuurde haar ouders vijf jaar geleden een uitnodiging. Cevre en zijn vrouw gingen naar Nederland. Drie maanden zouden ze doorbrengen bij haar. Het werd niet eens de helft. Cevre moet lachen wanneer die anderhalve maand in Nederland ter sprake komt. Hij krabt aan zijn kale hoofd, zoals alleen Turkse oosterlingen kunnen doen, en zegt: ,,Al die kennissen van mij die daar wonen vonden het prachtig dat we er waren. Elke dag waren we bij iemand uitgenodigd. Wat wilden zij toch graag hun succes aan mij laten zien. Misschien bedoelden ze het goed, maar ik kreeg er genoeg van na een tijdje. Hun mooie huizen, hun auto's, hun geld op de bank en hun investeringen kwamen mijn neus uit. En toen op een avond die oude maat van mij en ik een woordenwisseling kregen en hij liet doorschemeren dat ik hem als het ware had gesmeekt om het huwelijk tussen zijn zoon en mijn dochter, besloot ik terug te gaan. Mijn dochter huilde tranen met tuiten, maar ik wilde niet meer blijven. Zo was ik ook meteen af van de regen en het vocht. Toen ik weer thuis was in Ankara, sliep ik weer als een baby.''
Het is gebedstijd. Zijn vrouw staat op om te bidden, hij niet. ,,Dat bidden laat ik over aan de rijke Europagangers. Ze doen daar niets anders. Ze zijn allemaal geloofsfanaten geworden daar'', zegt Cevre.
Hij is moe, hij gaat een dutje doen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.