*

 

Schouten

Rob Schouten − 31/01/03, 00:00

Als zelfbenoemd EU-inspecteur zou ik zeggen: Estland is het verst.

Dat land kan ongeveer ongemerkt onze gemeenschap binnengeschoven worden. In Riga moest ik nog flink wat bedelaars afschudden met mijn onweerstaanbare (en vooral ook onbegrijpelijke) 'ne paldies', nee dank u. En in Litouwen zag ik ze nog bij hevige sneeuwval met paard en wagen in de weer op het land. Maar Estland is al grotendeels Westland. Niet toevallig wordt haar hoofdstad Tallinn wel een buitenwijk van Helsinki genoemd. Het binnenstadje kan zo de Efteling in, met lieve kerken, smalle, kronkelende stegen en noeste sneeuw ruimers. Het doet wat Duits aan, maar dat moet dan maar. Zei ik binnenstad-je? Haal dat -'je' er maar af, de binnenstad van Tallinn is de grootste oude binnenstad die op de lijst van Unesco-erfgoed staat, een juweeltje. In tegenspraak met het vorige was mijn hotelbed er overigens van een verrassende, on-Europese snit. Tot nu toe kreeg ik, als reizende eenling, steeds tweepersoonskamers toegewezen met grote warme kussens en dikke donsbedden. Maar in 'Kolmapüev' stond het kleinste bed dat ik sinds mijn kinderjaren heb beslapen, voor me klaar. Het stond bovendien midden in de kamer, waardoor het nog nietiger leek en zelfs iets van een baar wegkreeg. Ik aarzelde om er op te gaan liggen en terecht, want ik bleek er aan alle kanten uit te steken, elke handbeweging kwam buitensbeds terecht en ik moest kiezen of ik met mijn hoofd dan wel met mijn voeten wilde uitsteken.

Toch sliep ik er uitstekend in, misschien door mijn ijzeren wil om gedurende deze dagen toch vooral het oud-Europa-gevoel te ondergaan. Ook mijn wijze van verplaatsen past daarbij. Voor het eerst sinds jaren sta ik weer op koude, tochtige terminals te wachten op onleesbare bussen met eentalig personeel, of moet ik een trein in die over vierhonderd kilometer zestien uur denkt te doen. Maar het meest ouderwets aan deze streken is iets waarop ik niet gerekend had: de opmerkelijke hoeveelheid bont die men draagt en mag dragen zonder een pot verf over zich uitgestort te krijgen. Een land voor Pim Fortuyn. Zelfs armetierige vrouwtjes lopen hier gauw in een vos of twintig. Hoe we dat er op tijd uitkrijgen, weet ik nog niet. Me dunkt dat geharnaste groene partijen zegenrijk werk kunnen verrichten.

mailIcon print |