PARIJS - Jean-Claude Trichet, de gedoodverfde opvolger van Wim Duisenberg als hoofd van de Europese Centrale Bank, heeft gisteren voor het eerst getuigd in een rechtszaak die hem die post zou kunnen kosten.
Trichet, nu vice-voorzitter van de Europese Centrale Bank, staat sinds zes januari met acht medeverdachten terecht in een proces over de instorting van de Franse bank Crédit Lyonnais, begin jaren negentig. Trichet was destijds op het ministerie van financiën verantwoordelijk voor het toezicht op de bank, die door riskante investeringen in combinatie met creatief boekhouden bijna failliet ging.
In de rechtszaal in Parijs zei Trichet gisteren dat de toenmalige minister van financiën, Pierre Beregovoy, niets deed met waarschuwingen over problemen bij Crédit Lyonnais, omdat hij afging op directievoorzitter Jean-Yves Haberer van die bank: ,,We verkeerden in de rare situatie van enerzijds Haberer, en aan de andere kant minister Beregovoy die hem vertrouwde, ook al maakten we ons grote zorgen en hebben we hem talloze waarschuwingen gestuurd'', was Trichets voornaamste verklaring over het debacle.
De advocaten van Trichet stellen dat noch hij noch andere ambtenaren op het ministerie van financiën de details kenden van de situatie bij Crédit Lyonnais, en dat ze ook niet de macht hadden om daar in te grijpen.
Trichet heeft het in het proces tot nu toe tamelijk gemakkelijk gehad omdat zijn medeverdachten van financiën verklaringen hebben afgelegd die ook hem moeten ontlasten. De uitspraak in het proces wordt verwacht nog vóór het aftreden van Duisenberg, op 9 juli. Trichet kan maximaal vijf jaar cel krijgen, en een veroordeling betekent zeer waarschijnlijk ook het einde van zijn Centrale Bank-carrière.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.