Met de overmacht op het WK in Gotenburg is de euforie begrijpelijk. De zorgen om de toekomst van het internationale allroundschaatsen zijn dat ook. Met als dilemma: moet Nederland anderen helpen om de eigen status in gevaar te brengen?
GOTENBURG - Een half jaar geleden vroeg Jac Orie zich af of de oude magie bij Gianni Romme nog is op te wekken. Vooral tot opluchting van de rijder zelf is die vraag van de trainer bevestigend beantwoord.
De geweldenaar van de Winterspelen in Nagano ('98) is als een accu die uitgeput moet raken, voor hij optimaal kan worden opgeladen. Het lijkt bij de Brabander meer regel dan uitzondering dat een torenhoge piek volgt op een reis door treurige dalen.
Dat was zo in 2000, toen hij in Milwaukee zijn eerste wereldtitel bij de allrounders won. En zo was het afgelopen weekeinde in Gotenburg, waar hij ongenaakbaar was. Met als opmerkelijk detail dat Romme na beide toernooien op het podium werd vergezeld door dezelfde landgenoten: Rintje Ritsma en Ids Postma.
Enig verschil was dat Ritsma in Zweden tweede werd en Postma met brons zijn slechtste resultaat boekte van zeven WK-toernooien. De oude garde (gemiddelde leeftijd 30 jaar) is dus nog altijd niet afgeschreven.
Het zorgelijke voor het internationale schaatsen is dat de gesel moeiteloos aan jongeren kan worden overgegeven. Ook Mark Tuitert verhief zich in Gotenburg ver boven de concurrentie van vreemde boden. En thuis zint de gevallen ster Jochem Uytdehaage op wraak.
Nu Orie nieuwe energiebronnen heeft weten aan te boren, is Romme niet van plan zijn status van grootheid op te geven. Orie heeft hem gewezen op de eenvoud van sporten, waar Romme nogal eens tobde over de complexiteit ervan. ,,Jac houdt me voor dat ik het me makkelijk moet maken, dat ik in wedstrijden moet laten zien wat ik in de training doe.''
Het schaatsen is vermoedelijk ook nog niet af van Ritsma en Postma, gezien de goede inkomstenbron die de sport hier is. ,,De Nederlandse competitie kun je beschouwen als internationale top'', aldus de altijd weer uit verloren positie terugkomende Ritsma. ,,Het NK is bijna net zo sterk bezet als een WK. Wij hebben het in Nederland nu eenmaal goed voor elkaar. Er is veel concurrentie, dat houdt je scherp en dus drijft dat het niveau omhoog.''
Nu Nederland in Gotenburg de grenzen van de suprematie heeft gevonden, zijn er ook gemengde gevoelens. Met het aanzwellen van de euforie, nemen de zorgen over de toekomst evenredig toe. Want met slechts serieuze interesse uit één land, is de discipline ten dode opgeschreven.
Traditionele inspiratiebronnen uit Scandinavië zijn ondanks Nederlandse hulp opgedroogd; de hoop die op Rusland was gevestigd, is zowel tijdens EK als WK ijdel gebleken. En zo er in de VS, Canada en Japan al sprake is van een rijke schaatscultuur, dan komt die vooral voort uit interesse voor de losse, olympische afstanden.
Wanhopig worden vanuit Nederland alternatieven aangedragen om een wending ten goede te forceren. Het invoeren van een kleine vierkamp (500, 1500, 3000 en 5000 meter) is een van de zaken waarover binnen de ISU wordt gediscussieerd.
Juist dat is tegen het zere been van de Nederlandse traditionalisten. Volgens Gerard Kemkers halen dat soort kunstgrepen, die indruisen tegen de 'puurheid van de sport', op het Amerikaanse continent niets uit. Hij pleit voor ontwikkelingshulp in andere landen. Niet direct met geld, maar door overdracht van kennis. Als hij na de Spelen van 2006 zijn contract bij TVM heeft uitgediend, zou hij zelf die taak van missionaris willen vervullen.
Kemkers zou bij de ISU als technisch coordinator aan de slag willen. Voor buitenlandse schaatsers met hun coaches zouden trainingskampen moeten worden georganiseerd. En ze moeten bij Nederlandse ploegen in de keuken kunnen kijken.
Zij collega Jac Orie pleitte vorig jaar al voor invoering van een databank, waarin alle kennis op technisch en wetenschappelijk gebied bijeen wordt gebracht. Iedereen zou daarvan moeten kunnen profiteren, zodat het internationale niveau in de breedte kan groeien.
Echte eensgezindheid is daar echter niet over, gezien de reactie van viervoudig wereldkampioen Rintje Ritsma: ,,Dat moeten we natuurlijk niet doen bij mensen die aansluiting met ons kunnen krijgen.'' Kortom, na ons de zondvloed.
Toevoeging van de meerkamp aan het olympisch programma wordt wel als voornaamste levenselixer gezien. De Nederlandse denktrant is hier echter tegengesteld aan de olympische praktijk.
Wie bij het IOC aanklopt, moet een internationaal breed verspreide en liefst commercieel aantrekkelijke sport in de aanbieding hebben.
Het is zelfs de vraag hoe gewenst al de goede bedoelingen zijn: zit het buitenland wel op hulp te wachten? Zij wordt immers vooral ingegeven door eigen belang en enthousiasme. Dat laatste lijkt elders te ontbreken, vooral door het ontmoedigende niveau dat Nederland heeft bereikt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.