*

 

'Mijn eigen site? Een onzedelijk voorstel!'

Bas den Hond − 10/02/03, 00:00

Het meest digitale raadslid van Nederland had zijn internetpagina al bijgewerkt, luttele seconden nadat hij deze titel verwierf. Zulke politici worden nog vaak als uitslovers gezien.

AMSTERDAM - Blij staat Mellouki Cadat op uit zijn bankje in de Amsterdamse raadszaal. Het deelraadslid voor GroenLinks in het Amsterdamse stadsdeel Zeeburg laat het applaus van Weertse, Delftse, Amsterdamse en Vianense collega-raadsleden breed lachend over zich heen komen, terwijl burgemeester Wallage van Groningen hem een oorkonde geeft. Dan gaat hij zitten en terwijl Wallage de tweede prijs toekent, typt hij iets op de computer die in zijn bureau is ingebouwd. Een paar seconden later is www.cadat.nl weer helemaal bijgewerkt: ,,14.00 uur - Hoera! Jacques Wallage maakte net bekend dat ik het meest digitale raadslid 2003 van Nederland ben!!!''

Cadat is een 'Digitaal Raadslid 2.0', vindt het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP). Net als bij computerprogramma's, waarvan de versie 1.0 vaak gebrekkig is, versie 1.1 bruikbaar en versies 2.0 of hoger pas echt fijn om te hebben, heb je ook raadsleden die op niveau 1.0 van internet gebruik maken om hun kiezers te bereiken, maar ook die veel verder zijn. En om die laatste als voorbeeld te stellen voor hun collega's was er een wedstrijd. De uitslag werd zaterdag bekendgemaakt op een conferentie waar 70 raadsleden op af kwamen.

Die hebben het in hun eigen gemeenten niet gemakkelijk, zo bleek uit een steekproef van het IPP onder tien procent van de gemeentelijke websites. Terwijl daar de activiteiten en diensten van de gemeente zelf uitgebreid worden geëtaleerd, is het vaak zoeken naar de raadsleden. Naast hun naam staat dan meestal nog wel een telefoonnummer, maar een e-mail adres ontbreekt bij de helft van de raadsleden, laat staan dat er wordt vermeld waar het betrokken raadslid voor staat.

En dat is geen kwestie van achterlopen, zo bleek op de conferentie. In Arnhem kreeg VVD-raadslid A.L. Zijlstra het niet voor elkaar bij zijn naam een verwijzing naar zijn website (www.annozijlstra.nl) te krijgen. ,,Het was of ik een onzedelijk voorstel deed. Dan zou ik me te veel profileren.'' Juryvoorzitter Wallage herkende dat uit zijn eigen gemeente: ,,De cultuur is nog te veel dat de website als overheidscommunicatie wordt gezien, waar geen politiek op hoort. Dat mag wel eens veranderen.''

De conferentie vond plaats in de meest digitale raadszaal van Nederland, die van Amsterdam. Raadsleden beschikken daar allemaal over een in hun bureau ingebouwd beeldscherm, waarop ze in het netwerk van de gemeente stukken kunnen inzien, en e-mail lezen. Echt ideaal is dat ook weer niet, gaf raadslid Manon van der Garde (PvdA) toe. ,,Het is onder andere aangeschaft om te bereiken dat raadsleden tijdens de debatten blijven zitten, maar wethouder Dales heeft al geklaagd dat hij nu vooral tegen voorhoofden praat. En het is lang niet voor alles te gebruiken, je kunt niet zomaar een stuk oproepen waaraan je tijdens de vergadering verder wilt werken. En de Amsterdamse krant Het Parool lezen we allemaal toch liever op papier.''

In Delft stortte de partij Fris zich wel op het computernetwerk van de gemeente. Volgens raadslid H.P. Fruyt van Hertog was dat tot leedwezen van het college van b. en w., want met de interne stukken die daarop te vinden waren, deed de fractie goede zaken. ,,Toen mochten we er niet meer in, want dat gaf ons een voorsprong.''

Fris heeft helemaal de overstap naar internet gemaakt. Fruyt van Hertog: ,,Zonder computer kun je sociaal niet meer mee, jammer dan. Wij zijn nu eenmaal niet meer van het envelopjes plakken.'' Raadslid Gerrie Monfils van het Platform Vianen vindt dat te ver gaan. ,,Wij hebben veel burgers die op het platteland wonen en met computers niets hebben, of uit geloofsovertuiging niets willen hebben. Die kunnen van onze nieuwsbrieven dan een uitdraai bestellen. En om te weten wat er leeft, beleggen we ook gewoon avonden.'' Maar daar komt dan weer niemand, vermoedt Hansje Kalt (Amsterdam Anders/De Groenen). Van het antwoord staat ze paf. ,,Tweehonderd mensen? Echt? Ik ga op het platteland wonen! Wij zijn al blij met twintig!''

Juist in plaatsen waar je mensen niet meer bij elkaar kunt krijgen, kan internet de discussie levend houden, hoopt Mellouki Cadat. ,,Nu maken we nieuwsbrieven, forums en peilingen, maar er komen toepassingen aan waarmee mensen op internet samen kunnen werken aan een artikel of een plan. Over een paar jaar kan dat allemaal''. Hij glimt al bij de gedachte.

mailIcon print |