*

 

De super skybox van Heerenveen

Marleen van Swigchem − 01/02/03, 00:00

In jaren zonder Elfstedentocht troost Nederland zich met zijn kunstijs. Met Thialf vooral, de baan voor de meest prestigieuze krachtmetingen. Thialf, dat wil zeggen Heerenveen. Laten we Heerenveen als een soort twaalfde Elfstedentocht-stad aan een wandelinspectie onderwerpen. Natuurlijk te beginnen bij ijsstadion Thialf zelf.

'Maar Thialf ligt helemaal uit het centrum!', worden we gewaarschuwd. Goed, heen nemen we de bus -de trein stopt er alleen op evenementendagen. Het is waar: Thialf ligt er wat ver afgelegen bij, zo'n mega-evenementenpaleis dat alleen tot leven komt als er iets groots te doen is. Maar er is ook goed nieuws: Thialf heeft boven een cafetaria/restaurant dat van 'sochtends vroeg tot ver in de avond open is, en een beter beginpunt voor een wandeling kun je je niet denken: koffie met gevulde koek, met zicht op het witte vlak van de beroemde ijsbanen en de tribunes met de blauwe kuipstoelen, alles onder het enorme zwevende dak. Misschien lachen kenners ons nu uit, maar wij wanen ons hier in een soort skybox-voor-gewone-mensen. Van de noodlijdende financiële status van Thialf is voor ons, bezoekers, niets te merken.

In de hal beneden zijn vitrines met memorabilia: een vergeeld exemplaar van het Nieuwsblad van Friesland uit februari 1930 bijvoorbeeld, over de -toen al!- 75ste verjaardag van ijsclub Thialf.

'Ver buiten het centrum' valt reuze mee. Een halfuurtje lopen, eventueel een stukje langs de singel (kan modderig zijn) en verder over de Tolhuisweg, een straatweg met een historische bonus. Dat zit zo: in 1551 besloten de heren Dekema, Cuyck en Foeytes tot de oprichting van de Schoterlandse Veencompagnie en lieten de Schoterlandse Compagnonsvaart en de Heerensloot graven. En waar die turfvaarten deze oude verbindingsweg kruisten, slibde in de loop van de tijd 'het vlek' Heerenveen aan, op de grens van de drie grietenijen Schoterland, Aengwirden en Haskerland. Het heeft nog tot 1934 geduurd voordat de drie gemeenten officieel tot de gemeente Heerenveen samengevoegd werden.

Onze route is simpel, almaar rechtdoor, langs het statige Nieuw Friesburg, recht op het oude hart van Heerenveen af. Het laatste stuk, de Dracht, is afgesleten tot een winkelstraat van dertien in een dozijn, dus we gaan een stukje achterom. Wat nu de achterkant van de winkels van de Dracht is, was vroeger als het ware voorkant. Hier, op nummer 22 aan de toen nog niet gedempte Molenwijk, stond bijvoorbeeld een leerlooierij, later huidenzouterij met plannen voor een vellenbloterij (wat dat ook mag zijn), nu een pakhuis in totaal vervallen staat. Op nummer 11 stond de tabaksfabriek De Rokende Moor van het Heerenveense geslacht Taconis van onder andere Taconis' Friesche Heerenbaai. Alleen de schoorsteen is er nog van over.

Met dat 'hart' van Heerenveen ben je weer terug bij Heerenveens heren. Wie die heren zijn is duidelijk: dat zijn de drie compagnons van 1551. Maar in hun kielzog kwamen er nog veel meer: de heren van de 'veenadel', de patriciërs, de kooplieden en de gegoede burgers. Tot 1800 aan toe bouwden die de voorname huizen die Heerenveen, ondanks alle kaalslag, nog altijd een vleug van deftigheid geven. Zo had je de Oenema's en de Van Harens van de Oenemastate (nu stadscafé). Verderop, langs de Schoterlandse Compagnonsvaart, staat Huize Voormeer van de Heloma's, (die nog een meester in de rechten leverden die de eerste voorzitter van Thialf werd) -de bewoners van Voormeer kijken nu op graafwerkzaamheden waarachter het beroemde Abe Lenstra voetbalstadion zichtbaar is. Op Breedpad21 staat nog het Groote Huys van houthandelaar Dirk Beerns, die zich Dirk Drijfhout noemde.

Heerenveens grootste trots is het voorname grietmanshuis Crackstate van Hypolitus Crack uit 1608. In herbouwde staat en van een carillonkoepel voorzien is het ruim twee eeuwen in handen van de familie gebleven; nu is het deel van het gemeentehuis. Kortom, Heerenveen heeft niet voor niets de bijnaam 'het Friese Haagje' -een naam die het vooral te danken heeft aan Oranjewoud, ooit zomerresidentie van de Friese stadhouders, nu grenzend aan Heerenveens luxueuze bouwproject Skoatterwâld.

Aan het slot van deze wandeling, over de kade langs de Heerensloot, is misschien nog het meest de sfeer van vroeger te voelen: er liggen nog wat binnenvaartschepen en op Fok 50 staat het 'Pakhuis', voorheen Oliekoekenfabriek. Heerenveens enige overgebleven molen steekt hier boven de huizen uit.

Toch, op een februaridag als vandaag ligt Heerenveen er wat verloren bij, met zijn lage huizen onder de hoge grijze hemel. Daarom een dringend advies: bezoek Museum Willem van Haren. Daar staat een grote maquette waaraan al jarenlang gewerkt wordt om het Heerenveen van 1830 minutieus na te bouwen. Met een druk op de knop komen er verhalen en belichtingseffecten bij. En dat alles is troostrijk. Troost, want met deze maquette kun je de wat katterige indruk van Heerenveen gewoon stiekem retoucheren.

mailIcon print |