Stolp, kop-hals-romp, hallehuis, langgevelboerderij, T-huis, gesloten hoeve. De streekeigen boerderijtypen die zo kenmerkend zijn voor Nederland, verdwijnen langzaam uit het landschap om plaats te maken voor nieuwbouwwijken, caravanstallingen, boerderettes en uniforme veestallen met golfplaten. Het 'Jaar van de boerderij' moet meer belangstelling kweken voor het agrarisch erfgoed.
Het gaat niet goed met de boerenstand in Nederland. Steeds meer boerenbedrijven stoppen ermee en dat is te zien in het landschap. Van de 192000 boerderijen die Nederland in 1940 nog telde, zijn er nog maar 90000 over. De afgelopen twintig jaar is 17,7 procent van de historische boerderijen gesloopt. Een verarming van ons cultureel erfgoed, vindt de Stichting Historisch Boerderij-Onderzoek (SHBO), die 2003 heeft uitgeroepen tot 'Het jaar van de boerderij'.
Niet alleen boerderijen die hun functie verliezen, dreigen te worden gesloopt of rigoureus verbouwd. Ook de bedrijven waar nog wel wordt geboerd, zitten in de gevarenzone, omdat het oude gebouw niet meer past bij het moderne bedrijf. Aanpassingen en verbouwingen zijn onvermijdelijk, maar meestal gaan ze ten koste van de oorspronkelijke kenmerken.
De historische boerderijen in Nederland kunnen worden ingedeeld in vier huisgroepen of bouwtradities. Vroeger ging menuit van drie groepen: de Saksische, Frankische en Friese boerderij. De deskundigen dachten toen nog dat de verschillende volksstammen bij de volksverhuizingen hun eigen bouwtradities hadden meegebracht. Later bleek dat de huidige boerderijtypen veel minder oud zijn. De meeste zijn pas na de Middeleeuwen ontstaan.
De vier categorieën waar men nu van uitgaat, zijn de Friese, zuidelijke, Zeeuwse en hallehuisgroep. Alle vier zijn ze nog steeds herkenbaar in het landschap en dat moet zo blijven, vindt de SHBO. Want zonder deze streekgebonden architectuur verwordt het platteland tot een aaneenschakeling van bedrijventerreinen, nieuwbouwwijken, caravanstallingen, boerderettes en uniforme veestallen. Nu al weet je op veel plaatsen op het platteland niet meer of je in Drenthe of Brabant bent en die vervlakking wordt alleen maar erger, vreest de SHBO. Als de huidige ontwikkelingen zich doorzetten, zal Nederland in 2050 nog maar 46.000 historische boerderijen tellen.
Om het tij te keren, pleit de organisatie onder meer voor betere subsidieregelingen voor historische boerderijen. Nu gelden die alleen voor hoeves die op de monumentenlijst staan. Ook zou de overheid soepeler moeten omgaan met de regels die gelden voor dubbele bewoning en alternatieve bestemmingen.
Kunstenaar
Na de Tweede Wereldoorlog is Nederland gestopt met het bouwen van streekeigen boerderijen. Daarmee kwam een eind aan een eeuwenlange traditie. Het gevolg is dat alle moderne boerenbedrijven op elkaar lijken. ,,Meestal zijn het grote veestallen met daken van golfplaten en daarvoor staat dan een premie A-huis uit de folder of een boerderette'', zegt de kunstenaar Ids Willemsma uit Friesland. Hij ergert zich al jarenlang aan de 'verloedering' van het platteland. ,,Als ik op het Friese land ben, wil ik het karakteristieke silhouet van een kop-hals-rompboerderij zien. Maar ook hier rukken de loopstallen van dertien-in-een-dozijn op.''
Willemsma snapt wel dat een boer niet meer uit de voeten kan met een oude grupstal, waar de koeien niet vrij kunnen rondlopen zoals in de moderne loopstallen. En een oude boerderij die door en door rot is, zul je waarschijnlijk toch grotendeels moeten slopen. ,,Maar zet daar dan niet een moderne bungalow voor in de plaats, maar kies iets waarin de streekeigen kenmerken herkenbaar zijn.''
Zo'n eigentijdse variant op de kop-hals-rompboerderij is onlangs gebouwd in Doniaga, een gehucht tussen Lemmer en Joure. Naar een ontwerp van Ids Willemsma. De bewoners, geen boeren, hadden er eigenlijk een bungalow willen neerzetten, toen bleek dat de oude boerderij die ze hadden gekocht in zo'n slechte staat was dat renovatie niet meer mogelijk was.
Wie Doniaga nadert kan er niet omheen. De nieuwe boerderij heeft het volume, de bouwhoogte en het silhouet van de tradionele kop-hals-romphoeve, maar is geheel uit staal opgetrokken. Het gebouw bestaat uit twee even grote driehoeken. In de ene driehoek is het woongedeelte, de andere is in gebruik als schuur en opslagruimte. De bewoners hebben er ook hun boot gestald. Op aandringen van Willemsma is de oude kelder, waar boter en kaas werden gemaakt, gespaard gebleven. Deze bevindt zich traditiegetrouw onder het kopgedeelte van de boerderij. Het bovenste deel van deze koele ruimte steekt meestal half boven de grond uit, zodat het daglicht naar binnen kan. De kelder staat als los element, 'een relikwie' zegt Willemsma, naast de nieuwbouw. De bewoners willen de ruimte, die nu nog vol staat met spullen van de verhuizing, gaan gebruiken als kelder.
De familie krijgt veel commentaar op het nieuwe huis, varierend van 'wat mooi!' tot 'wat hebben jullie nu toch gebouwd?'. Zelf waren de bewoners meteen enthousiast toen Willemsma met zijn ontwerp kwam. Het huis is supermodern, maar blijft trouw aan de kenmerken van de kop-hals-rompboerderij, die sinds de zeventiende eeuw deze plek heeft gedomineerd. Willemsma heeft niet de illusie dat zijn 'sculptuur in het landschap' op grote schaal navolging zal krijgen. Maar ze toont in ieder geval aan dat er allerlei moderne varianten mogelijk zijn op oude bouwstijlen.
Jonge topkoks
De organisatie van 'Het jaar van de boerderij' zal, geïnspireerd door het ontwerp van Willemsma, de komende tijd architecten uitdagen om ontwerpen te maken voor een boerderij van de toekomst. Om een zo groot mogelijk publiek te betrekken bij dit onderwerp, zullen ook architectuurweekeinden worden georganiseerd, waarin mensen onder leiding van een gids boerderijen kunnen bezoeken. Daarnaast zijn er nog veel meer activiteiten gepland om belangstelling te wekken voor het agrarisch erfgoed. Zo zullen jonge topkoks het land intrekken met een mobiele keuken om streekgerechten te promoten en zijn in boerenstallen toneelvoorstellingen en films te zien en concerten te beluisteren. Volgens projectleider Guerite Flury van het 'Jaar van de boerderij' worden alle activiteiten gebundeld in een boerderij-estafette, waarbij vanaf 9 mei gedurende twaalf weekeinden het verhaal wordt verteld achter een bepaalde boerderij en haar omgeving.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.