*

 

Meedoen aan 'Irak' levert misdaad op

Philip B. Smith en Pieter Bogaers − 01/02/03, 00:00

Amerikaanse politieke en militaire leiders maken zich bij een aanval op Irak schuldig aan een misdaad tegen de vrede. Dat lijkt het Nederlandse volk en de media te ontgaan. Nederlandse steun maakt medeplichtig aan die misdaad.

Nu het moment van de aanval op Irak snel lijkt te naderen, zou het van wijsheid getuigen als de Nederlandse regering, voordat het te laat is, besluit de steunbetuiging aan Amerika in te trekken. Nederlandse steun, al is het maar door transportfaciliteiten ter beschikking te stellen, maakt onze politieke leiders medeplichtig aan deze misdaad.

Of er een resolutie van de Veiligheidsraad aan zo'n aanval ten grondslag ligt doet er niet toe, tenminste als bedacht wordt dat een organisatie geen besluit mag nemen dat ingaat tegen haar eigen handvest.

De drie misdaden die door Neurenberg in 1945 werden vastgesteld zijn misdaden tegen de vrede, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mens(elijk)heid. Het gaat hier om de eerste: het beramen, voorbereiden, beginnen, of voeren van een aanvalsoorlog of een oorlog in overtreding van internationale verdragen, afspraken, of beloftes, of deelnemen aan een gemeenschappelijke opzet of samenzwering om welke dan ook van deze daden uit te voeren.

De internationale verdragen die overtreden zouden worden door een Amerikaanse aanval op Irak zijn te vinden in het Handvest van de Verenigde Naties. In hoofdstuk 1, artikel 2, lid 3 staat het volgende over de verplichtingen van de leden van de VN: 'Alle Leden brengen hun internationale geschillen langs vreedzame weg tot een oplossing, op zodanige wijze dat de internationale vrede en veiligheid en de gerechtigheid niet in gevaar worden gebracht'.

In lid 4 van hetzelfde artikel staat: 'In hun internationale betrekkingen onthouden alle Leden zich van bedreiging met of het gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit of de politieke onafhankelijkheid van een staat, en van elke andere handelwijze die onverenigbaar is met de doelstellingen van de Verenigde Naties'.

Niemand kan ontkennen dat onder deze verdragen, waarvan de Verenigde Staten mede-ondertekenaar zijn, een aanval op Irak niet kan en dat de leden van de Amerikaanse regering daarom, volgens de bovengenoemde handvesten, schuldig zouden zijn aan misdaden tegen de vrede. Onder de bepaling van het Internationale Militaire Tribunaal (1945), sectie VI, artikel 27, komen ze dus in aanmerking voor de doodstraf.

Soms wordt er gezinspeeld op 'het onvervreemdbare recht op zelfverdediging' tegen een gewapende aanval (artikel 51 van het Handvest) als rechtvaardiging van een preventieve Amerikaanse militaire actie. Maar dit recht kan onmogelijk van toepassing zijn, daar Irak niet bezig is, en niet eens ermee gedreigd heeft, een aanval op welke andere staat dan ook uit te voeren. Dat Irak dat zou kunnen doen als het wapens van massavernietiging heeft is een nogal lege bewering omdat negen of tien andere landen ze ook hebben. Een daarvan, de VS, heeft zelfs onlangs gesteld dat het massavernietigingswapens zo nodig wel tegen andere landen zal gebruiken. Met zo'n dreigement is Irak nooit gekomen.

Er is wel een achterdeurtje, dat gevonden wordt in Hoofdstuk VII van het VN-Handvest. Onder artikel 39 van dit hoofdstuk kan de Veiligheidsraad vaststellen dat er een bedreiging van de vrede bestaat en kan hij beslissen welke maatregelen zullen worden genomen tot handhaving of herstel van de internationale vrede en veiligheid.

Artikel 41 noemt de maatregelen waaraan geen wapengeweld te pas komt. Daaronder passen de inspecties die op dit moment plaats vinden.

De gevallen waarin wapengeweld wel gebruikt kan worden, indien de maatregelen die onder artikel 41 zijn genomen niet de gewenste uitwerking hebben, worden gespecificeerd in artikel 42. Die beschrijving is breed genoeg om praktisch iedere vorm van militair optreden te rechtvaardigen. Maar artikel 42 kan onmogelijk van toepassing zijn. Het beoogde doelwit, Irak, voert geen oorlogshandelingen uit, noch dreigt daarmee.

Over het bezit van massavernietigingswapens zegt artikel VI van het Non-proliferatie Verdrag dat alle landen zich van kernwapens moeten ontdoen. Daarom maken niet alleen resolutie 1441 maar ook andere resoluties over het ontwapenen van Irak een vreemde indruk. Zou het niet logischer zijn om eerst diegenen die de meeste kernwapens hebben te ontwapenen?

Het bezit van biologische en chemische wapens is door internationale verdragen verboden, maar de Amerikaanse regering, die uitgebreide programma's heeft voor het ontwikkelen van deze wapens dwarsboomt systematisch alle pogingen van leden van de internationale gemeenschap om effectieve inspectieregimes op te zetten. Of Irak massavernietigingswapens bezit is dus eigenlijk bijzaak.

De kern van deze argumentatie is dat artikel 51 (recht van zelfverdediging) niet van toepassing is en dus moeten de Verenigde Naties een vreedzame oplossing van het conflict eisen.

Mocht de Veiligheidsraad daarentegen werkelijk een resolutie aannemen waarin een Amerikaanse aanval op Irak wordt goedgekeurd en indien die aanval echt plaats heeft, zijn alle leden van de Veiligheidsraad, volgens de Neurenbergse definitie van een misdaad tegen de vrede, medeplichtig. Daarmee zou de geloofwaardigheid van de Verenigde Naties als internationaal orgaan belast met vredeshandhaving voorgoed verdwenen zijn.

Een andere mogelijkheid is dat de Veiligheidsraad een aanval afkeurt, misschien zelfs met een veto, maar dat de VS toch de oorlog tegen Irak doorzetten. Dit zou eveneens het einde van de VN betekenen als bewaarder van de vrede. De Nederlandse regering en het Nederlandse volk moeten er goed over nadenken of zoiets met onze steun moet gebeuren.

De huidige situatie lijkt sterk op de jaren dertig van de vorige eeuw toen het de Volkenbond niet lukte om de Japanse invasie van Mantsjoerije, de Italiaanse invasie van Ethiopiƫ, de Sovjet-invasie van Finland noch nazi-Duitslands invasie van Polen te verhinderen. Ook al is er van alles aan te merken op de Verenigde Naties, zij verdienen niet de nekslag te krijgen van het goedkeuren van een niet-uitgelokte aanval op Irak.

Een land dat terecht trots is op een van zijn zonen, de wegbereider van alle volkenrecht, Hugo de Groot, moet zijn stem tegen de dreigende invasie verheffen in plaats van de rol te spelen van tweede schoothondje (naast Engeland) van de Verenigde Staten.

Realisme dwingt mij te beseffen dat zelfs de stoutmoedigste Nederlandse poging de Amerikaanse regering tot andere gedachten te brengen weinig zal uithalen. Maar eer men de poging opgeeft, denke men aan de gevleugelde Nederlandse spreuk: men hoeft geen hoop te hebben om te proberen, noch succes te bereiken om vol te houden.

mailIcon print |