*

 

Pijnlijke ingrepen

Winnie Sorgdrager − 15/05/03, 00:00

Een (inmiddels oud-)secretaris-generaal van een ministerie beweerde met een zekere regelmaat dat het voor de overheid goed zou zijn als periodiek besloten zou worden om, bijvoorbeeld eenmaal per tien jaar, 20 procent te korten op het aantal ambtenaren. Daarmee bedoelde hij dat het een goede zaak zou zijn als de overheid zo nu en dan kritisch haar takenpakket en de uitvoering daarvan onder de loep zou nemen. Dat gebeurde natuurlijk niet, omdat dergelijke exercities alleen maar onder druk van bezuinigingen plaatsvinden. En dan nog is succes allerminst verzekerd.

Die druk is er nu in elk geval wel. Volgens de berichten zullen binnen de komende kabinetsperiode 20000 ambtenarenplaatsen moeten verdwijnen. Het is niet de bedoeling dat de beproefde kaasschaafmethode wordt gehanteerd; er moeten principiële keuzen gemaakt worden. Gecombineerd met het adagium 'minder regels, minder bureaucratie' zou dat tot iets moeten leiden.

Het is echter niet zo'n eenvoudige opgave om te bepalen hoe de overheid zo efficiënt en transparant mogelijk kan functioneren en die dingen doet waarvan iedereen ook vindt dat ze door de overheid gedaan moeten worden. Er wordt veel gesproken over het afstoten van taken, maar tegelijkertijd worden op allerlei gebieden eisen aan de overheid gesteld en niet in de laatste plaats bij rampen of incidenten.

Wie kiest er als het gaat om een heroriëntatie op het takenpakket van de overheid? Dat zou het kabinet moeten doen, want alleen dan kunnen integrale afwegingen gemaakt worden. Maar nu vrijwel elk departement een standaard korting krijgt opgelegd, wordt de kaasschaaf toch gehanteerd. De principiële vragen worden doorgeschoven naar de departementen, de beslissingen naar de politieke leiding daarvan. Maar die kan alleen op aangeven van de eigen organisatie besluiten nemen. Dat is een moeilijke opgave. Welke directeur komt met voorstellen om in zijn eigen directie te gaan snijden? Hij zal dat in elk geval niet uit eigen beweging doen. Onze cultuur is er bovendien op gericht dat alles met zoveel mogelijk draagvlak gebeurt. Elke directeur zal de taken van zijn eigen directie als absoluut noodzakelijk verdedigen. Eigenlijk wordt dat ook van een leidinggevende verwacht. Er zullen dus binnen de departementen compromissen gesloten worden voordat de politieke leiding ook maar iets te zien krijgt. En daarmee wordt de beslissing in feite aan de ambtelijke organisatie zelf overgelaten. Dat leidt zelden tot principiële keuzen. Tenzij er vooraf door de politiek heldere opvattingen zijn geformuleerd over de taak van de overheid. En over de manier waarop die taak vervolgens moet worden uitgevoerd.

Minder regels, minder bureaucratie? Minder toegeven aan de illusie dat door middel van regelgeving en handhaving volledig greep op de processen in de samenleving te verkrijgen is? Elke handhavingsafdeling zal haarfijn kunnen aangeven waarom en op welke manier bepaalde activiteiten dringend noodzakelijk zijn, zeker in het licht van de anti-gedoogdiscussie. Bovendien zijn er domeinen waarop eerder sprake is van meer dan van minder regels. De rechtsbescherming tenslotte, waar we toch ook aan hechten, zorgt eveneens voor een flinke hoeveelheid bureaucratie.

Er zijn in het verleden wel meer grote reorganisatieplannen geweest die uiteindelijk weinig hebben opgeleverd. Kennelijk was het ook niet echt nodig. Er is politieke moed vereist om dergelijke principiële beslissingen te nemen, en hulp van buitenstaanders die kritisch, zonder belangen maar wel met verstand van zaken kijken naar de inrichting van de verschillende departementen en tevens de vraag onder ogen zien of de traditionele departementale indeling nog wel past in de huidige maatschappelijke context. Geen codificatie van de departementale consensus; er zullen pijnlijke ingrepen moeten plaatsvinden. Zou er deze keer wel iets van terechtkomen?

mailIcon print |