De onderhandelaars van CDA, VVD en D66 zijn het gisteren eens geworden over een regeerakkoord. Dan kunnen nu de posten van de ministers en de staatssecretarissen verdeeld worden. Er komen drie of misschien wel vier vrouwelijke ministers.
Naar verwachting kan CDA-leider Jan Peter Balkenende nu snel op herhaling als formateur. Tien maanden na het bijeenzoeken van zijn eerste kabinet van CDA, VVD en LPF kan hij beginnen met het samenstellen van zijn nieuwe ministersploeg, waarin de politieke erfgenamen van Pim Fortuyn plaatsmaken voor D66. Nu de onderhandelaars van de drie fracties het gisteren definitief eens zijn geworden over een regeerakkoord kunnen wellicht al voor Hemelvaartsdag de nieuwe ministers met koningin Beatrix poseren op het bordes van paleis Huis ten Bosch.
Welke gezichten zijn daar te verwachten? En hoeveel ministers levert elke partij? Vooraf aan deze vragen klinkt de vraag hoeveel ministers de koningin zullen flankeren. Het huidige demissionaire kabinet telt officieel veertien ministersposten. Inmiddels doen nog slechts elf ministers het werk: drie collega's zijn afgetreden (Bomhoff en Heinsbroek van de LPF en Korthals van de VVD). Hun departementen worden er nu bijgedaan door achterblijvers.
Dat er straks opnieuw veertien ministers op het bordes staan is niet zo waarschijnlijk. Een stuk serieuzer is de mogelijkheid dat het er zestien worden: acht voor het CDA, zes voor de VVD en twee voor D66. Een tussenweg, vijftien, is er niet. Dat komt niet goed uit met de verdeling van posten over de drie coalitiepartijen.
Mocht worden vastgehouden aan veertien ministers dan betekent dat het einde van het vorig jaar op aandringen van de LPF ingestelde ministerschap voor vreemdelingenzaken en integratie. Het werk van deze minister (die inwoont op het departement van justitie) wordt dan voortaan gedaan door een staatssecretaris.
In ruil krijgt Ontwikkelingssamenwerking dan weer een minister. Die portefeuille is eveneens vorig jaar aan een staatssecretaris toebedeeld, omdat dat in de verdeling van de ministersposten over de partijen beter uit kwam. Maar het CDA kreeg er al snel spijt van. Per slot van rekening gaat het hier wel om het internationale sociale gezicht van de christen-democraten.
Een ophoging naar zestien ministers lijkt een beetje lastig uit te leggen. Het nieuwe kabinet stuurt immers aan op minder ambtenaren en minder bureaucratie. Moet je dan wél meer ministers aanstellen? Maar het schept wel enkele welkome mogelijkheden: Ontwikkelingssamenwerking kan weer een minister krijgen. Die voor vreemdelingenzaken kan blijven. En er kan nóg een minister komen, één die zich speciaal gaat bezighouden met de hopeloos vastgelopen vernieuwing van het openbaar bestuur in Nederland, een vurige wens van D66. Ook deze minister gaat dan 'inwonen': op het departement van binnenlandse zaken.
Om het aantal bewindslieden dan toch wat te beperken verdwijnen enkele staatssecretarissen. Nu zijn er dertien van die hulpministers. Volgens ingewijden kan dat makkelijk terug naar negen. Vanzelfsprekend verdwijnt die voor ontwikkelingssamenwerking, daar komt immers weer een minister te zitten.
Verder wordt gewoon een streep gehaald door de staatssecretaris van landbouw (nu Odink), één staatssecretariaat geschrapt bij sociale zaken en werkgelegenheid (de gezinsportefeuille van Phoa) en wordt ook de staatssecretaris van veiligheid (Hessing, op binnenlandse zaken) in zijn voortbestaan bedreigd. Toeval of niet: alle drie deze staatssecretariaten zijn nu in handen van LPF-politici.
Veel verrassingen zal het nieuwe kabinet niet bevatten: grotendeels zullen dezelfde gezichten te zien zijn. Wie premier wordt staat natuurlijk vast: CDA-leider Balkenende, nu al demissionair minister-president. Verder gaat zijn partijgenoot Jaap de Hoop Scheffer door op Buitenlandse Zaken, houdt Piet Hein Donner justitie en zet Aart Jan de Geus zijn ministerschap van sociale zaken en werkgelegenheid voort.
Ook hoopt het CDA Cees Veerman definitief zo ver te krijgen dat hij doorgaat op Landbouw. De wetenschapper uit Wageningen, tevens boer, had niet alleen een uitgesproken voorkeur voor regeren met de PvdA, maar heeft soms nog steeds moeite met dat rare politieke bedrijf.
Maria van der Hoeven is nu nog de enige vrouwelijke minister. De christen-democrate, die Onderwijs blijft doen, krijgt in de ministerraad gezelschap van haar partijgenote Agnes van Ardenne. Die houdt de portefeuille ontwikkelingssamenwerking, maar promoveert van staatssecretaris tot minister.
Bij de VVD staat vast dat fractievoorzitter Gerrit Zalm terugkeert naar de ministerskamer op het ministerie van financiën, waar hij onder paars al acht jaar heeft gezeten. Een ander departement dan financiën is ook nauwelijks voorstelbaar. Het zou betekenen dat de uitvinder van de Zalm-norm tegenover de minister van financiën komt te staan. Zalm, die ervan droomt dat hij ooit de eerste VVD-premier van Nederland wordt, kan zich voor die functie vast warm lopen als vice-premier.
Dat Zalm toetreedt tot het kabinet betekent dat twee zittende VVD-ministers wat moeten inschikken. Zo blijft Johan Remkes weliswaar minister van binnenlandse zaken. Maar de titel vice-premier moet hij afstaan aan zijn politiek leider. En Hans Hoogervorst moet zijn bureau op Financiën leegruimen. Hij blijft wel minister, maar van volksgezondheid, welzijn en sport.
Het ministerie van defensie blijft in handen van de VVD. Henk Kamp doet dat er nu bij (naast Vrom). Waarschijnlijk wordt het waarnemerschap omgezet in een echt ministerschap. Eén onzekerheid is er nog wel. Kamp is ook een geheide kandidaat voor de opvolging van Zalm als fractieleider. De VVD krijgt ook de portefeuille vreemdelingenzaken en integratie. Wie er komt te zitten is nog niet helemaal zeker. Atzo Nicolaï, nu staatssecretaris voor Europese zaken, geldt als een kandidaat.
Bij D66 staat vast dat kamerlid en oud-fractieleider Thom de Graaf overstapt naar het kabinet. Hij krijgt de taak om zijn collega's aan de vergadertafel in de Trêveszaal enthousiast te krijgen voor de veranderingen in het openbaar bestuur, die D66 zo hard nodig vindt.
Omdat je een minister, hoe weinig zetels diens partij ook heeft in de Tweede Kamer, niet politiek kunt laten vereenzamen krijgt De Graaf in de kabinetsvergaderingen één partijgenoot naast zich. Wie dat wordt is nog onduidelijk, evenals diens portefeuille.
Drie departementen zijn nog niet verdeeld en zitten nog in de 'Haagse tombola'. Het gaat om Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu, om Verkeer en waterstaat en om Economische zaken. Zeker is dat elk van de drie coalitiepartijen één van deze drie posten krijgt.
Het geeft het CDA de mogelijkheid om een derde vrouwelijke minister naar voren te schuiven, bijvoorbeeld Yvonne Timmerman-Buck, nu nog fractievoorzitter in de Eerste Kamer. De 'schande' van slechts één vrouwelijke minister in het demissionaire kabinet zou daarmee ruimschoots zijn uitgewist.
De VVD heeft wat dat betreft nog wat meer herstelwerk te verrichten. De liberalen leverden vorig jaar niet één vrouwelijke minister. Zalm had ze niet kunnen vinden, gaf hij als verklaring. Het leidde tot schampere reacties. Sindsdien trekt de partij er wat harder aan en circuleren er namen van VVD-vrouwen aan wie je heel goed een departement zou kunnen toevertrouwen. Zoals van Sybilla Dekker, oud-directeur van de Algemene Werkgeversvereniging Nederland. Maar met een tweede vrouwelijke minister zouden de liberalen natuurlijk nog veel beter voor de dag komen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.