De pastoor van de St. Jan de Doperkerk in Sprundel had een bloedhekel aan gemengd zwemmen. Het zinde hem niks dat zijn parochianen geregeld met elkaar in het Lokkergebied rondplasten, ver buiten het zicht van de bewoonde wereld. Dat bosven was maar een poel des verderfs, vond de eerwaarde.
Het was 1938, een tijd waarin wel meer geestelijken zich stoorden aan het verval van de zeden en er vanaf de kansel tegen fulmineerden. Maar de pastoor van Sprundel pakte het een stuk effectiever aan. Hij spande zich hoogstpersoonlijk in om het plassengebied dat in de voorafgaande eeuw bij de ontginning van de heide gespaard was gebleven, droog te krijgen. Hij attendeerde de overheid op de wateroverlast voor de boeren (Sprundel is voornamelijk een gemeenschap van agrariërs) en drong erop aan de Bijloop, die door het gebied stroomt, uit te diepen en te verbreden.
De pastoor kreeg zijn zin: voordat de Sprundelaren het in de gaten hadden, was het ven waarin zij zo lekker konden zwemmen en pootjebaden en waarop zelfs geroeid en gekanood werd, grotendeels leeggelopen. Het heeft ruim een halve eeuw geduurd, maar eindelijk begint het natuurgebied De Pannenhoef zich te herstellen van de ijver van Sprundels eigen Don Camillo. Tot 1991 was het beheer van het terrein gericht op ontwateren ten gerieve van de landbouw. Het moerasland groeide dicht met riet en wilgen, terwijl bijzondere planten als de waterlobelia achteruitgingen of zelfs helemaal verdwenen. Voor een natuurgebied was de grondwaterstand veel te laag.
Inmiddels zijn er sluisjes geplaatst in de Bijloop en de parallel stromende Blikloop, er zijn bomen gepland en oude vennen als de Lokker hebben weer iets van hun oude luister teruggekregen. Ook zijn er plassen aangelegd, waarvoor overigens nog steeds geldt: 'verboden te zwemmen'.
De boeman is deze keer niet de pastoor maar de boswachter van het Brabants Landschap. In de Lokker geniet de natuur voorrang. Alleen vogels kunnen vrij rondspartelen in de plasjes en vennetjes. Ons soort wezens mag er slechts naar kijken, vanuit observatiehut De Flesch. Of moet in een grote bocht om de Lokker heenlopen; bij een mooi wandelpad langs de rand van het gebied hangt om onduidelijke reden een bordje 'verboden toegang'. Twee oude mannetjes laten zich daar niet door weerhouden. ,,Feitelijk mag je hier niet in'', grinniken zij. ,,Maar ja, wij kunnen niet lezen.''
De wandeling die we maken, is een van de 'kuierpadjes' die onlangs door de Sprundelse heemkundekring Onder Baronie en Markiezaat zijn uitgezet. De routes voeren door een typisch West-Brabants zandlandschap, waarin golvende zandgronden met akkers, weilanden en een aantal waterlopen de hoofdelementen vormen. Sprundel (gemeente Rucphen) ligt tussen Breda en Roosendaal, op een dekzandrug die meer dan 10000 jaar geleden door opwaaiend zand werd gevormd. Ten zuiden van het dorp zijn met een goed oog allerlei laagtes waar te nemen, zeg maar deuken in het land, waar kleinere en grotere beken doorheen stromen. De Blikloop of Kolk is er een van, de Bijloop uit het verhaal van de pastoor een andere.
Na de laatste ijstijd liep ook in West-Brabant de temperatuur op en nam de vochtigheid toe. Er ontstonden grote veenmoerassen, die het doelwit werden van turfwinners. In de 14de eeuw groeven de Broeders van Brugge, monniken uit Vlaanderenland, ten noorden van Sprundel de Monnikenmoer af; enkele eeuwen later kwamen de moerassen ten zuiden van het dorp aan bod. De turf werd afgevoerd, soms wel in een sliert van twintig tot dertig vletten, over de vaarten die nog steeds te herkennen zijn in de smalle slootjes. Vroeger waren ze veel breder en dieper. Inmiddels is een metersdikke laag veen afgegraven en daar kwam heide voor terug. Die is in de loop der tijd omgezet in landbouwgrond en zorgde vooral voor de komst van veel boer- en tuinderijen -en welvaart. De rode kool, prei, heesters en coniferen reiken in dit herfsttij blakend tot de horizon.
Nog één keer ging het Sprundelse buitengebied op de grote schop: bij een ruilverkaveling in 2000 zijn er heel wat akkers en sloten recht getrokken. Maar ook keerden plassen terug waar ze waren leeggelopen en werd zelfs een voetpad hersteld (Hippelpad), een oud binnenpad dat al in 1490 voorkomt in de brieven van de Heren Schepenen. De boeren gebruikten het om hun land te bereiken en de Oude Vaart over te steken. Het was van oorsprong een weggetje dat vanuit het lager gelegen veengebied omhoogliep -vandaar de naam van het pad. Je zou wensen dat er meer van dit soort paden weer tot leven zouden worden gewekt, ook al is de originele route een klein beetje verlegd als gevolg van de ruilverkaveling. Maar dat is op heel wat meer plaatsen zichtbaar. Het buitenland van Sprundel kent vele wegen, waarvan de meeste geasfalteerd zijn -tot verdriet van de wandelaar, die af en toe moet wegduiken in de (brede) berm. Het valt met het autoverkeer gelukkig nog redelijk mee, maar leuk is anders. Hopelijk kunnen de routes in de toekomst in overleg met boeren en tuinders nog een beetje worden opgepoetst. Het landschap verdient het. Misschien kan de pastoor een handje helpen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.