*

 

Herfst in de duinen bij Wassenaar

door Henk van Halm − 15/11/03, 00:00

De konijnen zijn nog niet dood in de duinen bij Wassenaar, al heerst ook daar het konijnenvirus. In de Kijfhoek in Meijendel zijn op ettelijke plekken graafjes en latrines te vinden. Latrines zijn plekken waar konijnen hun keutels deponeren. Dat is een sociaal gebeuren en dient tevens om het territorium van de groep te markeren.

Ook andere zoogdieren laten hun aanwezigheid duidelijk blijken. Een wijd hol open en bloot op een helling vol prenten in het pas uitgegraven zand bewijst dat vossen in Meijendel niet mensenschuw zijn. Overal langs het pad liggen hun drollen, donker van kleur en vol pitjes, ik denk van vogelkers, want in deze tijd van het jaar leven vossen niet alleen van muizen en konijnen. Andere prenten in het zand zijn van reeën, overal waar je kijkt.

Het is trektijd en nog wat mistig in de vroege morgen. De eerste uren horen we regelmatig de ijle roep van koperwieken, later voortdurend het 'djuup, djuup' van verborgen in de mist overtrekkende vinken, soms de hese roep van een keep. Gaaien krijsen af en toe in de bosjes en eenmaal vliegen er drie, vier tegelijk over het duinpad.

Een troepje mezen trekt door de kale berkenkronen. De trillertjes en hoge roepjes van een familie staartmezen zijn onmiskenbaar, evenals het tienken van een paar koolmezen en het alarm van een pimpelmees. Even is er de ijle roep van goudhaantjes, die met de mezen meetrekken door het bos.

Binnenduinbos

Berken en eiken zijn de hoofdsoorten van het binnenduinbos. Veel berken zijn dood. Meestal puilen de zilverwitte hoeden van de berkenzwam uit de witte bast. Een enkele berk heeft nog wat vergeeld blad. De eiken zijn ooit ondergestoven. Alleen hun lage, brede kronen zijn te zien op een korte dikke stam, waarvan het grootste deel in het zand zit. Een paar jonge kurkiepen aan het pad hebben dikke kurklijsten langs stam en takken. Heggerank met knalrode bessen, omhoog klimmend in de struiken aan de boszoom, is tabaksbruin verdord. Levendig groene stekelvarens groeien vaak op vermolmde berkenstammen, die op de grond liggen te vergaan tussen de bosplanten, meest geel nagelkruid, valse salie en knopig helmkruid.

Overal in het binnenduinbos zijn paddestoelen: op dood hout lichtbruine helmzwammetjes, bleke mycena's en fluwelige elfenbankjes, tussen het dorre blad paarse schijnridders, stinkparasolletjes, roodbruine trechterzwammen en een paar mooie heksenkringen van effen grijze nevelzwammen.

Onder een eik ligt het vol bruin en vergeeld herfstblad. Op sommige bladeren zitten stuitergalletjes, bont getekend door slingerende rijen lichte knobbeltjes. De andere gallen zijn gladde galappeltjes. Met een glimmend zwart wespje erin, wat blijkt als we zo'n knikker doorsnijden.

In de verte lacht een groene specht en kakelen kauwen, wat heel anders klinkt dan het krassen van de enkele kraai, die over een duinvlak zwalkt. Vlakbij zingt een winterkoning zijn rollende liedje, meteen overgaand in ratelend alarmeren.

Klonen

Duindoorns bedekken de duinhellingen. Allemaal klonen van een enkel exemplaar, opgeschoten uit ondergrondse uitlopers. Vol verbleekte geeloranje bessen als het vrouwelijke struiken zijn, de mannelijke zonder bessen. Dorre stengels, zo taai dat ze met de hand bijna niet te breken zijn, bedekken grotendeels halfdood duindoornstruweel aan het pad. Geen vrucht of bloemrest is te ontdekken aan de dichte strengen. Het is duivelsnaaigaren, een parasiet, die met zuigworteltjes aan de bladerloze stengels in het weefsel van zijn gastheer dringt. Wellicht is dit warkruid oorzaak van de slechte conditie van deze duindoorns, die tevens zijn aangetast door de duindoornvuurzwam, een kleine, dikke en keiharde gaatjeszwam.

Het blad van de kardinaalsmutsen is prachtig rozerood verkleurd, maar de meeste struiken hebben geen vruchtjes. De glimmende rode bottels van de hondsroos wachten op groenlingen, die de pitjes eten. De wilde ligusterstruiken zijn hun zwarte bessen al kwijt, maar we vinden toch nog een geheel bladerloze struik met rijpe vruchten. Door de vogels over het hoofd gezien?

Ook de meidoorns hebben al hun blad verloren, maar zitten nog vol rode appeltjes. Niet de vlieren. Die zijn al een tijdje geleden door zwermen spreeuwen van hun bessen ontdaan. Veel vlieren zijn dood en hun als doodsbeenderen gebleekte takken zijn grotendeels ontschorst, hier en daar knalgeel gevlekt door dooiermos, een veel voorkomend korstmos.

Inheemse liaan

Een dichte takkenwirwar van bosrank, de enige clematis die in ons land inheems is, verhult de struiken die de plant tot steun dienen. De taaie zwarte stengels zitten vol rijpe vruchten met lange grijs behaarde staarten. Vind je het gek dat de plant in Engeland old man's beard wordt genoemd?

De enige plant die nog volop bloeit, is de kleine leeuwentand of thrincia, die het open duin met gele paardebloemetjes bestrooit. Oude planten van slangekruid, duinreigersbek en duinkruiskruid bloeien nog wat na. Rozetten voor volgend jaar spreiden zich uit op het zand. Ook van duinhondstong, koningskaars en teunisbloem.

Rondom een winterrozet van duinkruiskruid trekken de feloranje schotels van de grote oranje bekerzwam aandacht.

Dauwbraam is de bramensoort die in de open duinen thuishoort. Het blad is nu vaak donkerrood verkleurd. De meterslange kruipende stengels veroveren ook open stuifplekken, vaak begonnen als graafwerk van konijnen en door de wind vergroot. Het stuivende zand wordt vastgelegd door rendiermos, elandgeweimos, zandhaarmos, het smaragdgroene duinsterretje en polletjes buntgras. Reeksen grasachtige planten ontspruiten aan lange ondergrondse uitlopers van de zandzegge. We vinden er zandtulpjes, diepe bekertjes met bloembladachtige rand, en honderden bleke stuifballetjes op flinke stelen, die diep in het zand reiken.

Tussen de bramen schiet een konijn weg. Zijn witte staartje blinkt even op, voordat hij tussen de stekeltakken verdwijnt.

mailIcon print |