De Nederlandse militairen in Irak maken deel uit van een bezettingsmacht, die zich, zachtjes uitgedrukt, niet in de sympathie van de hele Iraakse bevolking kan verheugen. Dat was ruimschoots bekend toen Nederland besloot hen uit te zenden. Reeds voor dat besluit immers werden er al regelmatig aanslagen gepleegd op de bezettingstroepen. De militaire bezetting volgde op een dubieuze oorlog die onder valse voorwendselen en zonder de goedkeuring van de VN is gevoerd, en die bezetting zelf wordt nauwelijks gedekt door een VN-mandaat. Regering en parlement wisten dus waar ze aan begonnen met de uitzending van onze mariniers: aan een uiterst riskant avontuur met een zwakke juridische basis.
Precies daarom verbaast het me zeer dat verschillende kamerleden nu, naar aanleiding van de tragische aanslag op Italiaanse militairen, een nieuwe veiligheidsanalyse verlangen alvorens tot verlenging van de uitzending met nog eens een halfjaar te besluiten. Van tweeën één: of de oorspronkelijke veiligheidsanalyse was adequaat, en hield dus rekening met de mogelijkheid van zo'n aanslag, of zij was dat niet. In het tweede geval zou die analyse, en de daarop gebaseerde uitzending, even naïef als onverantwoordelijk zijn geweest. Want waarom zouden Nederlandse militairen gevrijwaard zijn van de aanslagen waaraan hun collega's zijn blootgesteld? Ik kan daar geen argument voor bedenken, integendeel. Het is juist in het belang van de tegenstander om niet alleen de Amerikaanse en Britse troepen, maar ook hun kleinere bondgenoten te treffen. De 'coalitie van de bereidwilligen' wordt zo onder druk gezet, en mogelijk uiteengespeeld. Andere landen worden afgeschrikt om troepen te leveren, en die afschrikking werkt: Japan besloot deze week na de Italiaanse tragedie om toch maar geen troepen te sturen.
Ik wil ervan uitgaan dat in de oorspronkelijke veiligheidsanalyse ook met een Italiaans scenario is rekening gehouden. Eenvoudigweg omdat ik me niet wil neerleggen bij de veronderstelling dat in die analyse een zo voor de hand liggend scenario zou hebben ontbroken. Dat laatste zou immers betekenen dat de Nederlandse besluitvorming over een militaire expeditie andermaal uiterst onzorgvuldig, om niet te zeggen lichtzinnig, is geweest. Maar als met een Italiaans scenario is rekening gehouden, en als een dergelijk risico dus ook als 'aanvaardbaar' is gekwalificeerd (anders was er geen uitzending geweest), dan is er geen 'nieuwe' veiligheidsanalyse nodig. Dat onze politici toch een dergelijke analyse verlangen, wijst erop dat zij de werkelijke betekenis van een groot risico, een vernietigende bomaanslag bijvoorbeeld, pas echt kunnen doorgronden wanneer zo'n ramp heeft plaatsgevonden. Dat geeft ernstig te denken over hun politiek inzicht en oordeelsvermogen. Een tweede constatering is dat deze kamerleden door hun wens om de uitzending van onze soldaten te heroverwegen eigenlijk te kennen geven geen Nederlandse slachtoffers bij dit soort ondernemingen te aanvaarden. Dat is een eerzaam standpunt, maar het staat haaks op de opvatting van minister Kamp, die Nederlandse soldaten ook en juist 'in het hoogste geweldsspectrum' wil inzetten. Dat betekent op voorhand het aanvaarden van aanzienlijke aantallen slachtoffers. Over die opvatting van Kamp is noch in het parlement, noch erbuiten ten principale gedebatteerd. Dat is zorgelijk, temeer daar Kamp door zijn wapenaankoopbeleid (kruisraketten) onze krijgsmacht geschikt wil maken voor directe inzet in het begin van de vijandelijkheden in dat hoogste geweldsspectrum. Dat kan ertoe leiden dat het parlement instemt met de opbouw van een type krijgsmacht, waarvan het de inzet uiteindelijk toch telkens niet wenst. Frustratie over het niet gebruiken van een op zich indrukwekkende krijgsmacht ligt dan op de loer. Even zo goed als woede en verdriet over het inzetten ervan, met alle slachtoffers van dien.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.