'Om eerlijk te zijn, voor het eerst in jaren ben ik een beetje optimistisch over de kansen op democratie in de Arabische en islamitische wereld. Voor wie nu denkt dat ik een gestoorde ben, is het goed deze woorden de nodige context te geven.' De historicus Stefan van Wersch roept Europa op mee te gaan in een grootse visie. 'Al jaren praat ik bij elke gelegenheid met Arabieren - van de man in de straat tot intellectuelen en diplomaten - over mensenrechten, democratie, rechtsorde en vrije economie. Overal begint het te gisten en het besef groeit dat er een ernstig gebrek aan vrijheid is. Opiniepeilingen bevestigen dat beeld. Wellicht is de democratische djinn eindelijk uit de fles.'
Nu er niet alleen geen massavernietigingswapens zijn gevonden, maar de hele Amerikaanse operatie in Irak op steeds grotere problemen stuit, eisen tegenstanders van de oorlog begrijpelijkerwijs hun gelijk op. Dat is een complexe discussie met lastige vragen. Zonder de Amerikaanse operatie zouden de VN-sancties ongetwijfeld nog jaren van kracht zijn gebleven, met alle desastreuze gevolgen vandien. Een andere kwestie is uiteraard dat Saddam zijn terreurregime dan nog jaren had kunnen continueren. Om die discussie gaat het mij hier echter niet.
Tegenstanders van het Amerikaanse optreden verkondigen graag dat de VS nu hun grand design voor de regio moeten opbergen, waarin Irak de opstap moest worden tot modernisering en democratisering van de regio. Het risico van deze redenering is dat we, omdat de neoconservatieve visie te driest was, terugkeren naar het visieloze beleid van het verleden van pappen en nathouden, met name wat betreft democratisering in de Arabische en islamitische wereld. Het is dan ook de vraag of we het zonder een grootse visie kunnen stellen, zeker als die verbonden wordt met een flinke dosis realiteitszin.
Decennialang heeft het Westen een beleid gevoerd van een zich schikken naar dictators en alleenheersers in het Midden-Oosten. Er werd wel lippendienst bewezen aan het belang van democratisering en mensenrechten, maar zonder veel overtuiging en consistentie. Intussen bleef de islamitische regio het deel van de wereld waar allerlei (semi-) totalitaire ideologieën het politieke betoog domineerden, terwijl democratisering nauwelijks een rol speelde in de discussie. Dat is waar we waren op 11 september 2001. Het failliet van dit soort beleid lijkt me duidelijk: de status-quo was onhoudbaar.
Wat dan wel? Men kan het de neoconservatieven niet verwijten dat zij in een situatie van wereldhistorische dimensies groots hebben willen denken. Maar intussen is wel duidelijk dat, zoals te voorzien viel, de regering-Bush - door te veel beloften over democratisering en die beloften te nadrukkelijk verbonden met de Irak-operatie - deze zaak wellicht meer gaat schaden dan goed doen. In de Arabische perceptie kan dit al snel de zoveelste onvervulde westerse belofte en 'Amerikaans-zionistische' afleidingsmanoeuvre worden. Veel Europeanen zullen het liefst meewarig gaan doen over de 'overspannen' ambities van de neoconservatieven. De juiste reactie zou echter zijn het hele concept van democratisering tot zijn juiste - en dan nog altijd 'grootse' proporties - terug te brengen, en te zien hoe de EU en anderen eraan kunnen bijdragen. Als er op één project geen Amerikaans patent mag liggen, dan is het wel op dit.
Crisis en democratie: een historische parallel
Laat ik, terwijl de aanslagen in Irak elkaar opvolgen en de crisis in het hele Midden-Oosten zich verscherpt, eerst een historische parallel trekken die van waarde kan zijn.
De 17de eeuw in Groot-Brittannië laat zich makkelijk omschrijven als een aaneenrijging van omineuze en gewelddadige ontwikkelingen. Koning Jacobus I startte aan het begin van de eeuw een nederzettingenbeleid in Ierland, met name in Ulster. De meeste kolonisten rechtvaardigden de landonteigeningen met religieuze argumenten, als een deel van de strijd tegen de roomse afgoderij. Die kolonisatie heeft van de 17de eeuw tot op de dag van vandaag geleid tot gruwelijke slachtpartijen en terrorisme omdat de Ieren zich niet zomaar neerlegden bij de pogingen in hun land een nieuw Zion te stichten.
Het was ook de eeuw van een lange burgeroorlog vol wreedheden tussen Karel I en het Parlement, waarin (belasting)politieke en religieuze drijfveren volledig door elkaar liepen. Puriteinen stond de vestiging van een theocratie voor ogen, de calvinistische versie van een moellah-regering. De 'Vijfde-Monarchisten' vermengden hun verlangen naar een theocratische 'heerschappij van de heiligen' met apocalyptische ideeën over de eindstrijd (die niet veel verschillen van wat tegenwoordig in de VS fundamentalistische christen-zionisten geloven). Jacobus I werd onthoofd. Oliver Cromwell kreeg vervolgens als Lord Protector van het nieuwe Gemenebest tien jaar lang de kans de theocratische idealen in de praktijk te brengen. Het werd geen succes. Hij ontpopte zich als een militaristische despoot. Monarchie en Anglicaanse kerk werden hersteld, maar de volgende koningen uit het Huis Stuart hadden spoedig al weer een nieuw religieus probleem: ze vertoonden katholieke neigingen of werden zelfs katholiek. In 1688 werd Jacobus II verjaagd door zijn schoonzoon Willem van Oranje, en was het protestantse karakter van Groot-Brittannië weer veilig gesteld.
Het zou dus eenvoudig zijn die 17de eeuw af te doen als een periode van oorlogen, wreedheden, en religieus fanatisme. In feite was deze periode evenwel vooral de bakermat van de moderne democratie. 1688 was het jaar van Jacobus' verjaging, maar 1689 het jaar van de Glorieuze Revolutie. De macht van de koning werd aan banden gelegd. Het Parlement werd van een institutie, die bijeen mocht komen naar koninklijk goeddunken om belastingen goed te keuren, een veel permanentere instelling, die wetten aannam en de koning controleerde. De Toleration Act zorgde voor wettelijke vastlegging van - overigens nog niet volledige - religieuze tolerantie. Al die vooruitgang werd bereikt door veelal gelovigen, die met vallen en opstaan zochten naar de beste staatsvorm. Van 1689 loopt er een rechte lijn naar de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring in 1776, en een wat kronkelige lijn naar de Franse Revolutie, die zou zorgen voor de fatale vermenging van democratisch en totalitair gedachtegoed.
Op historische parallellen valt veel af te dingen, maar het kan zinvol zijn deze Engelse geschiedenis voor de geest te houden als het thema democratie in de Arabische en islamitische wereld aan de orde komt. De situatie in dat deel van de wereld lijkt hopeloos: religieus fanatisme, terrorisme, eschatologische verwachtingen, een vastlopende Amerikaanse bezetting van Irak, totale impasse in het venijnige Israëlisch-Palestijnse conflict, vehemente anti-Amerikaanse gezindheid en sociaal-economische stagnatie.
Kan men onder deze omstandigheden het thema democratie in het Midden-Oosten aanroeren zonder zichzelf volstrekt belachelijk te maken? Wat mij betreft: ja, dat kan. Democratisering en crisis sluiten elkaar niet uit, zoals het Engelse voorbeeld laat zien. Men kan zelfs de stelling verdedigen dat de huidige crisis, hoe gevaarlijk ook, de beste kans in jaren is voor de Arabische en islamitische wereld om de sociaal-economische stagnatie en het gebrek aan vrijheid te doorbreken, waarover Arabische onderzoekers zelf spreken in de Arab Human Development Reports (2002 en 2003) van de Verenigde Naties.
Europa's afwezigheid
Als dat zo is, wordt één vaststelling des te pijnlijker, namelijk dat Europa in de discussie over democratisering in het Midden-Oosten bijna volledig afwezig is. Het lijkt wel alsof het thema besmet is omdat het door president Bush en zijn neoconservatieve adviseurs is aangesneden. Op 6 november werkte Bush zijn al eerder uiteengezette visie over democratisering verder uit in een speech die sommigen hebben betiteld als zijn doorslaggevende moment. De meeste Europese reacties bleven zoals ze al een hele tijd waren: afhoudend en zuur. Nu is er een hele reeks goede redenen om er kanttekeningen bij te zetten. Denkt president Bush werkelijk dat hij veel effect zal hebben met oproepen aan de Arabische wereld, nu hij tamelijk ostentatief niet meer herinnerd wil worden aan zijn belofte, gedaan voor de Irak-oorlog, om zich volledig in te zetten voor een oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict? Is het verstandig democratisering zo nadrukkelijk te blijven verbinden met Irak, waar, als het democratisch project al slaagt, het een opgelegd karakter zal hebben? Et cetera.
Alle terechte kanttekeningen doen er echter weinig aan af dat, zoals gezegd, de duidelijkste les van 11 september blijft dat de status-quo in de Arabische en islamitische wereld onhoudbaar is geworden. Amerikaanse leiders staan er niet bekend om dat ze fouten toegeven, maar Bush erkent nu volmondig dat het beleid van voor 11 september - het zich schikken naar despoten en alleenheersers - fout was, en stelt een nieuwe aanpak voor. Het is enigszins verbijsterend dat Europeanen - vooral, maar niet alleen, ter linkerzijde - doorgaans wat lippendienst bewijzen aan democratisering (,,daar zijn we ook voor, maar...”) en het vervolgens laten bij het opsommen van redenen waarom die Amerikaanse visie onoprecht en gevaarlijk is. Afwijzing kan alleen overtuigend zijn als Europa een eigen strategie te bieden zou hebben ten aanzien van het gebrek aan vrijheid in de Arabische wereld, dat zich makkelijk laat kwalificeren als een van de meest prangende uitdagingen voor deze eeuw.
De geest uit de fles?
Om eerlijk te zijn, voor het eerst in jaren ben ik een beetje optimistisch over de kansen op democratie in de Arabische en islamitische wereld. Voor wie nu denkt dat ik een gestoorde ben, is het goed deze woorden de nodige context te geven. Al jaren praat ik bij elke gelegenheid met Arabieren - van de man in de straat tot intellectuelen en diplomaten - over mensenrechten, democratie, rechtsorde en vrije economie. Trouwens ook over complottheorieën. Jarenlang was dat een ontmoedigende ervaring. De gesprekken vlotten wel als het over complottheorieën ging, niet als het over democratie ging. Dan plachten er pijnlijke stiltes te vallen of werd er vriendelijk geglimlacht over zoveel westerse naïviteit. Voor het eerst lijkt dat anders te worden: het gebrek aan vrijheid, de onaanvaardbaarheid van alleenheersers en de wenselijkheid van democratie beginnen gespreksthema's te worden. Uiteraard blijven religie, anti-amerikanisme en complottheorieën evenzeer gespreksthema's, maar toch: het 'democratische ijs' lijkt voor het eerst een beetje gebroken. Niet alleen in de VS heeft 11 september diepe snaren geraakt, het lijkt ook een breekijzer te zijn voor de discussie in het Midden-Oosten. CNN zond vorige week een uurlange reportage uit van Thom Friedman van de New York Times over precies dit onderwerp aan de hand van interviews overal in de Arabische wereld. Het bevestigde mijn eigen indrukken. Wie over democratie in het Midden-Oosten wil praten, moet zich niet blindstaren op de Amerikaanse beloften in Irak een geavanceerde democratie te vestigen, en de lastige realiteit van dit moment, hoe belangrijk de afloop van de bezetting ook is. Belangrijker is dat het overal in de Arabische en islamitische wereld begint te gisten, en dat het besef groeit dat er een ernstig gebrek aan vrijheid is. Opiniepeilingen bevestigen dat beeld. Wellicht is de democratische djinn eindelijk uit de fles.
Ideologisch vacuüm
De bredere context is een reden om niet te wanhopen, maar ook om te beseffen hoe urgent het is dat het democratische gedachtegoed wortel schiet. In de 20ste eeuw is de Arabische wereld in de ban geweest van verschillende antiwesterse, (semi-) totalitaire stromingen, te weten pan-Arabisme (met fascistische trekjes), socialisme en communisme, en ten slotte fundamentalisme. Het waren telkenmale alomvattende ideologieën, die de feitelijke achterstand van de Arabische en islamitische wereld moesten wegverklaren en de schuld voor de eigen stagnatie - vaak in de vorm van complottheorieën - legden bij het Westen. Ze boden blauwdrukken voor de ideale samenleving. Psychologisch gezien waren het pogingen een minderwaardigheidsgevoel te overschreeuwen met een meerderwaardigheidsgevoel en verraadden ze een diep slachtoffercomlex. Het waren ook ideologieën die zich vanwege hun totalitaire karakter volledig immuun betoonden voor democratisering. De Amerikaanse cultuurcriticus Paul Berman heeft in zijn recente boek 'Terror and Liberalism' nog eens laten zien dat islamitisch fundamentalisme in wezen totalitarisme is in een religieuze verschijningsvorm.
Europeanen zouden niet te verbaasd moeten zijn over het feit dat de Arabische wereld in de greep is geraakt van totalitaire ideologieën.
Vervolg op pagina 38
VERVOLG VAN PAGINA 37
Europa zelf is immers tot twee keer toe gezwicht voor de verleiding van het totalitarisme. Het was bovendien een product van eigen bodem, met wortels in Verlichting en Romantiek (wat nog wel eens vergeten wordt). In mijn studententijd heb ik eind jaren zeventig in werkcolleges de communistische uitmoording van de koelakken nog horen verdedigen als een 'historische noodzaak'. Europa had echter één groot voordeel, namelijk de diepe wortels van het democratische gedachtegoed, dat beide keren sterker bleek dan het totalitarisme.
Dit laat zien op welke cruciale tweesprong de Arabische en islamitische wereld zich bevindt. Vanwege het gebrek aan democratisch gedachtegoed is de regio nu al decennialang in de greep van (semi-) totalitarisme, voor het moment vooral de religieuze pendant daarvan. Begrip van democratie - en alles waar het voor staat van rechtsorde en mensenrechten tot vrije economie - is elders het meest probate tegengif gebleken. Zal het gif de overhand houden of het tegengif nu eindelijk in ruime mate beschikbaar komen?
De mislukking van baathistische pan-Arabisme en socialisme was al lang voor de ondergang van het Saddam-regime duidelijk en de aantrekkingskracht van beide heeft een flinke knak gekregen, al zal nationalisme als zodanig zeker niet verdwijnen. Voor veel moslims blijft ook de aantrekkingskracht van het fundamentalisme groot. In dit verband is Iran echter het interessantste land, juist omdat het al bijna 25 jaar ervaring heeft met het 'reële fundamentalisme'. Men kan de betekenis niet onderschatten van het feit dat de kleinzoon van ayatollah Khomeini, Hossein Khomeini, alle sympathie voor theocratie en fundamentalisme heeft afgezworen, en een gepassioneerd voorstander van democratisering is geworden. Europeanen zou het te denken moeten geven dat Hossein hiervoor twee maanden geleden steun zocht in het hol van de
neoconservatieve leeuw, het American Enterprise Institute.
Een Europese strategie?
Zal er toch nog iets als een Europese strategie komen, waarin een handvol Europese politici wel degelijk geïnteresseerd is, zoals de opmerkelijke conservatief-groene combinatie van Europees Commissaris Patten en de Duitse minister van buitenlandse zaken Fischer? Om daar te komen zouden we ons wat minder door tegenargumenten moeten laten verlammen.
Zeker, democratisering is niet zonder risico's en kan fundamentalisten aan de macht brengen. Democratisering kan echter ook een gradueel proces zijn. Ervaringen in Turkije en Jordanië hebben laten zien dat islamisten wel degelijk bereid zijn binnen de democratische instituties te fungeren. Er ligt van alles tussen het 'Algerije-model' van overhaaste invoering van democratie en de aanpassing aan despoten. Een oplossing van het Palestijns-Israëlische conflict zal ongetwijfeld een groot en heilzaam effect hebben op de stabiliteit van de regio, maar dat zou geen reden mogen zijn om hervormingen uit te stellen totdat die oplossing er is.
Een terechte kritische kanttekening kan zijn dat democratisering een zaak is van de islamitische wereld zelf. Ook is het ongetwijfeld juist dat de marge om democratisering van buitenaf te beïnvloeden beperkt is en dat te veel druk al snel averechts kan werken. Dat is echter niet het einde van het verhaal.
De paradox waar we mee zullen leven is dat een grootse visie wel degelijk zin heeft, terwijl we het vervolgens bij kleine initiatieven zullen moeten laten als bijdrage aan de verwezenlijking van die visie. De grootse visie is nodig om de Arabische en islamitische wereld duidelijk te maken dat het tijdperk van de aanpassing aan alleenheersers voorbij is, en dat wij hen voortaan zullen afrekenen op de stappen die zij nemen in de richting van open en vrije samenlevingen.
In feite zou het het effectiefst zijn als niet alleen de Europese Unie deze visie op haar eigen wijze zou presenteren, maar ook bijvoorbeeld Japan en Zuid-Amerikaanse landen. De kans op effect zal toenemen in de mate waarin democratisering wordt losgekoppeld van westerse waarden en gepresenteerd als een universele waarde, die in elke cultuur een eigen uitwerking kan krijgen.
In dit verband is het belangrijk voor de Europese Unie nogal los van de VS op te treden, ook al liggen onze standpunten inhoudelijk niet ver van elkaar. Want hoe men het ook wendt of keert, het wantrouwen tegen de VS in de islamitische wereld heeft ongekende vormen aangenomen, zodat samenwerking met de VS de Europese initiatieven niet zal versterken.
Op overheidniveau kan het gaan om meer voorwaarden bij hulpprogramma's en steun aan ngo's. De EU zal de mogelijkheden van het Barcelona-proces tussen de EU en haar mediterrane buren volledig moeten uitbuiten, en tegelijk moeten nadenken hoe dat proces in enigerlei vorm kan worden uitgebreid tot de rest van het Midden-Oosten en de islamitische wereld. Het paradoxale is dat de EU zich al jaren voordat de VS zich hals over kop bekeerde tot het huidige beleid van democratisering, bewust was van het belang van een brede aanpak, die reikt van sociaal-economische samenwerking tot democratie. Dat is de essentie van het Barcelona-proces. In feite leidt dat proces evenwel een kwijnend bestaan. De Europese Unie is nooit in staat geweest het proces werkelijk te bezielen met een breedgedragen, aansprekende visie.
Veel zal moeten gebeuren buiten overheden om. Academici en journalisten zullen, zoals Amerikaanse journalisten dat al doen, moeten inspelen op discussies in de Arabische media, en trouwens ook de beperkingen van democratie moeten onderstrepen: democratie is geen panacee. De interreligieuze dialoog zou zich nadrukkelijker kunnen bezighouden met thema's als democratie en vrijheid. Ik geloof nog altijd dat de wijze waarop de katholieke kerk delen van het verlichtingsdenken verwerkt heeft - of beter nog: geënt heeft op de eigen leer - in de eeuw tussen de volledig afwijzende Syllabus Errorum van Pius IX en het aggiornamento van het Tweede Vaticaanse Concilie voor moslims interessante aanknopingspunten bevat. Men zou ook moeten hopen op een rol van de moslimgemeenschappen in de westerse wereld: deel van hun integratie zou toch moeten zijn dat zij het belang van democratie onderkennen en willen uitdragen.
We zullen uithoudingsvermogen moeten hebben en moeten beseffen dat het gaat om een betrokkenheid voor één of twee generaties: in dit tijdperk van globalisering hebben we niet meer een eeuw de tijd, zoals Engeland indertijd. Zijn wij daartoe bereid, dan is er een goede kans dat dit ten slotte een van onze verstandigste diepte-investeringen zal blijken te zijn geweest.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.