*

 

Leraar heeft ook rol van opvoeder

Rob Knoppert − 15/11/03, 00:00

De Nederlandse leraar voedt niet op. Hij wil wel, maar het wordt hem verhinderd. De gevolgen zijn desastreus voor de leerlingen, die zo slecht worden voorbereid op de sociale deelname aan de volwassen maatschappij.

De moeder voedt zichzelf en haar kind. Haar kind voedend, draagt zij bij aan de instandhouding van de soort. Maar om haar kind te kunnen voeden, moet zij zichzelf voeden. Ook dat is nodig voor de instandhouding van de soort. Zij zorgt voor zichzelf. Ik noem het egocentrisme. Zij toont ook onbaatzuchtigheid ofwel altruïsme. Het egocentrisme en het altruïsme zijn met elkaar verbonden als wit en zwart, als links en rechts, als ja en nee. Veel menselijke acties, discussies, conflicten hebben op de één of andere manier die tweestrijdigheid ten grondslag.

Het woord egocentrisme duidt hier op alle zorg voor jezelf. Die zorg is in veel gevallen een levensvoorwaarde. Het altruïsme gaat over je ondergeschikt maken aan, je medeverantwoordelijk voelen voor je omgeving. Het menselijk altruïsme levert de mogelijkheid sociale structuren te scheppen, is een voorwaarde voor redelijk functioneren van de samenleving. De balans van egocentrisme en altruïsme bepaalt, denk ik, voor een groot deel de aard van de maatschappij.

De twee soorten gedrag, egocentrisme en altruïsme, zijn bij mens en dier ingeprogrammeerd. Bij de mens worden in de jeugd deze aangeboren neigingen ontwikkeld, gevormd, geslepen. Die ontwikkeling vindt plaats thuis. ün op school. Op school leren het kind en de jongere van gedrag en uitingen van alle mensen om zich heen, ook als het geen bewust onderdeel van het curriculum is. Ze leren hoe zich te gedragen, nu eens egocentrisch dan weer altruïstisch. Maar de goede balans ontstaat niet vanzelf.

Honderd jaar geleden wilden velen dat opvattingen over altruïsme en egocentrisme, geleerd werden in de context van het geloof. Het leidde tot het beruchte grondwetsartikel 23 over de onderwijsvrijheid.

Ondertussen is Nederland gedeconfessionaliseerd, is aan de overgrote meerderheid van de scholen niet te zien of en zo ja, welk geloof er wordt aangehangen en wordt geen aandacht besteed aan de altruïstische vorming van de kinderen. ,,Het Nederlandse onderwijs is de gevangene van de verzuiling'' zei Wiel Veugelers onlangs bij de aanvaarding van zijn hoogleraarschap educatie aan de Utrechtse Universiteit voor Humanistiek.

De grote meerderheid van de Nederlandse scholen probeert ervoor te zorgen dat de kinderen zich in vrijheid zelfstandig kunnen ontwikkelen. Alles wordt ondergeschikt gemaakt aan de belangen van het kind. Het kind leert om later een goede positie voor zichzelf in de maatschappij te verwerven. De altruïstische ouders eisen steeds harder dat aan de belangen van het kind wordt gedacht. De decaan geeft zich veel moeite vast te stellen welke vervolgopleiding en welk beroep het kind ambieert.

De potentiële bijdrage van de leerling aan de maatschappij, de noodzaak eigen wensen en verlangens af te stemmen op de omgeving is geen onderwerp van gesprek. De inhoud van het onderwijsprogramma is afgeleid van de wetenschap en draagt voor het grootste deel niet bij aan de maatschappelijke vorming.

De Nederlandse leraar zou zijn leerlingen moeten voorbereiden op deelname aan de omringende maatschappij. Maar hij voelt zich niet de vertegenwoordiger van de volwassen wereld. Hij zou zijn leerlingen duidelijk moeten maken, dat zij straks mede-verantwoordelijk zijn voor die maatschappij, dat zij hun eigen belangen moeten inpassen in die van hun omgeving, familie, straat, werk, samenleving. Maar de leraar wordt niet geacht zich hiermee bezig te houden.

Ja, het vreselijke woord moet er maar eens uit: de Nederlandse leraar voedt niet op. Dat wil hij wel maar het wordt niet van hem gevraagd. Het wordt hem zelfs verhinderd.

De gevolgen zijn desastreus. Leerlingen in een Nederlandse school gedragen zich onfatsoenlijker dan in aangrenzende landen. Dat gedrag belemmert het leren. Het maakt werken in het onderwijs er niet leuker op en dat is mede-oorzaak van het lerarentekort. Maar vooral betekent het een slechte voorbereiding op sociale deelname aan de maatschappij in volwassenheid. De sociale inzichten van jonge volwassenen zijn veel belangrijker voor het slagen van een kenniseconomie dan voldoende wiskunde in het vwo-pakket.

Het gaat er niet om door strenger optreden te zorgen dat de leerlingen zich meer aan de regels houden. Het gaat erom dat over de vorming van beide aspecten van een persoon, de egocentrische en de altruïstische, wordt gedacht en dat er aan wordt gewerkt. Dan zullen leerlingen op scholen zich gaan gedragen overeenkomstig de normen die voor volwassenen gelden. Dan zullen leraren zich niet langer vernederd voelen omdat zij binnen school gedrag moeten accepteren, dat zij buiten school niet tolereren. Dan wordt het leraarschap weer een respectabel beroep. Dan kan de leraar eraan bijdragen dat allochtonen en autochtonen in gelijke mate burger van dit land zijn.

Maar hoe is zo'n koerswijziging in het onderwijs te bewerkstelligen? Nee, niet met een grondwetswijziging, niet met regels die alleen als taakverzwaring van de leraar worden ervaren. Er zou een canon van gedeelde waarden moeten zijn, moeten ontstaan, geformuleerd en door velen ondersteund. Het 'meedoen' van Balkenende, en 'de boel bij elkaar houden' van Cohen zijn er armetierige samenvattingen van.

Belangrijker nog zou zijn als van het niveau van minister tot en met het niveau van de ouder de leraar bemoedigd zou worden: ,,Ja, je mag eisen aan gedrag stellen. We zullen je steunen. Jij bent de vertegenwoordiger van de volwassen wereld en jij bent in school dus de norm. Jij moet duidelijk maken dat het ondergeschikt maken van eigenbelang normaal maatschappelijk gedrag is. We achten je hoog, want jouw werk is essentieel voor de toekomstige maatschappij.''

Alle volwassenen betrokken bij het onderwijs zouden zich met enige nederigheid bewust moeten zijn van die uiterst belangrijke rol van de leraar en hem dienovereenkomstig van middelen moeten voorzien.

mailIcon print |