Hanneke wilde als lesbische vrouw met hulp van het ziekenhuis zwanger worden, maar zij werd geweigerd omdat zij een erfelijke oogaandoening heeft die tot blindheid kan leiden. Zelf heeft Hanneke slechts één procent zicht. Via internet vond zij een eigen donor. Op kraambezoek.
Nee, ze willen niet met hun eigen naam in de krant. Wat zij hebben gedaan, weten ze uit ervaring, roept 'heel veel discussie' op. En in hun nieuwe woonplaats willen ze niet metéén weer bekendstaan als dat lesbische stel dat welbewust het risico nam op een gehandicapt kind.
Hun verhaal is zo op het oog een typisch geval van hedendaagse gezinsvorming. Hanneke (38) en Gerda (37) zijn nu achttien jaar samen. Gerda baarde zeven jaar geleden een jongenstweeling, na donorinseminatie. Sinds 1997 doet ook Hanneke pogingen om zwanger te raken. Ze wil toegeven aan haar 'oergevoel', en óók een kind, óók via een 'gescreende' donor. Dat lijkt haar de veiligste weg. Gerda: ,,En ik had er goede ervaringen mee.''
Alleen: Hanneke heeft een zeldzame erfelijke oogaandoening - aniridie - die op latere leeftijd tot blindheid kan leiden. Zelf heeft ze inmiddels minder dan één procent zicht. Haar eigen moeder en haar broer zijn óók visueel gehandicapt. De kans dat een baby van Hanneke aniridie heeft is ruim veertig procent.
Dat risico bleek voor de drie fertiliteitsklinieken waar Hanneke en Gerda aanklopten onverteerbaar. Belangrijkste argument: de artsen wilden niet meewerken aan het 'willens en wetens' laten ontstaan van een kind 'met een dergelijke handicap'.
Een onzinnig argument, vinden de beide vrouwen. Met blindheid valt heel goed te leven - en Hanneke is er het opgewekte bewijs van. Ze doet het huishouden, heeft grotendeels de zorg voor de tweeling, ze schrikt er niet voor terug alleen te reizen, en ze kan op bekend terrein zonder stok lopen. Bovendien, zeggen Hanneke en Gerda, gehandicapte hetero's kunnen zich wél probleemloos voortplanten. De CG-raad - voorheen Gehandicaptenraad - was het met de beide vrouwen eens, maar die steun mocht niet baten. Twee jaar geleden besloten Hanneke en Gerda de pogingen te staken; langs deze weg hadden ze geen schijn van kans.
Hun casus mag zich inmiddels in een zekere faam verheugen. Een van de artsen die hen afwezen gebruikte het geval-Hanneke in een lezing over medisch-ethische dilemma's. Ronald Plasterk haalde het in mei 2001 in een Volkskrant-column aan als voorbeeld van hoever mensen tegenwoordig gaan in hun eisen. Boven zijn stukje stond: 'Recht op handicap?'
Maar zie: in hun nieuwe huis staat een box, en daarin ligt een blozende jongensbaby - gedragen en gebaard door Hanneke. Trots neemt ze hem op schoot en drukt hem tegen zich aan. Een voorzichtig lachje trekt over zijn gezicht. Ondertussen ligt de blonde blindengeleidehond braaf in zijn mand. En ja, de beide vrouwen willen hun verhaal best kwijt - al was het maar om gehandicapten met ook een kinderwens te ondersteunen.
Ergens op een zondagavond in mei 2001 maakte Hanneke haar vriendin wakker. Wat ze nu had gedaan! Ze had zitten snuffelen op www.kidkids.nl, een site voor 'homoseksuele wensouders' - met mannen die hun zaad in de aanbieding doen en vrouwen die wel een baby maar niet de daad willen. 'Heel impulsief' had Hanneke gereageerd op een man die zich aanbood als donor. Daarmee overtrad ze de grens die de beide vrouwen zo fier voor zichzelf hadden getrokken. ,,Wij vonden altijd'', zegt Gerda, ,,zoiets doe je niet. Dan ben je wel heel ver gezonken. Wij wilden de veilige manier, via het ziekenhuis.'' Hanneke: ,,Maar achteraf ben ik ontzettend blij dat ik het heb gedaan.''
Twee dagen later al reageerde de potentiële donor. Hanneke: ,,Ik heb teruggemaild dat ik visueel gehandicapt ben, de situatie uitgelegd. Daar kon ik niet omheen, het zou lullig zijn als hij er later achter kwam. Hij schreef: dat is jullie bewuste keuze. Wie ben ik om daar bezwaar tegen te maken. Het klonk te mooi om waar te zijn.''
Er kwam een ontmoeting, en het klikte wonderwel. Gesprekken volgden, over motivatie en risico's. Hanneke: ,,Deze man vindt het een prettig idee iets van zichzelf achter te laten op de wereld.'' Gerda: ,,Hij heeft een heel groot hart.'' Hanneke: ,,Wij zeiden tegen elkaar: dat er nog zulke mensen bestaan!''
De drie partners maakten afspraken. Strekking: de verwekker zal geen bemoeienis eisen met het eventuele kind, maar het kind mag wel contact zoeken met hem als het daaraan behoefte aan heeft. Dat is ongeveer waar tegenwoordig de meeste wensouders - zeg maar, met dank aan Spoorloos - op uitkomen. ,,De tweeling heeft een anonieme donor'', zegt Gerda. ,,Destijds had je nog geen regelingen. Gelukkig stond deze man ervoor open.''
Voor de inseminatie reisden ze af naar het huis van de donor. Het ging, zeggen ze, 'heel discreet, heel netjes'. Drie pogingen kostte het, en een miskraam, maar toen was het raak. Hanneke: ,,Mijn moeder zei altijd: wacht nou met een kind tot ik dood ben. Ik zei: ik respecteer jouw keuze, res-pecteer jij dan de mijne. Ze was nog niet overleden of ik raakte zwanger. Daar heb ik nog vaak over na moeten denken. Maar zij was tachtig, had zelf de aandoening. Ik vind het niet zo vreemd dat ze er moeite mee had.''
Voor de beide vrouwen sprak het vanzelf dat ze de foetus niet zouden laten screenen. De consequentie daarvan - abortus bij een imperfecte embryo - wilden ze tóch niet aan. Dat zou zijn, zegt Hanneke, alsof ze zélf geen recht had op bestaan. ,,Elk baby is welkom bij ons, of het nu gehandicapt is of niet. Of het nu kindje met Down is of met aniridie. Als je zoveel moeite hebt gedaan om zwanger te worden, laat je het toch niet weghalen?''
Spannende maanden volgden. Hanneke was voortdurend moe, ze vloeide, een nieuwe miskraam dreigde. De verhuizing stond op stapel, maar ze mocht niks meer tillen. Toch ging zij er vanaf het begin van uit dat de baby tot de geluksvogels hoorde. ,,Heel gevoelsmatig. Het zit wel goed, zei ik steeds. Zei Gerda: hoe wéét je dat nou?'' Gerda daarentegen wist zeker dat het kind gehandicapt zou zijn. ,,Ik kon me gewoon niet voorstellen dat het niet zo was. In gedachten was ik al in de weer met kleurtjes en belletjes die ik de baby zou aanbieden. Met waar ik het bedje moest neerzetten - goed in het licht. Ik piekerde over hoe het moest met onze twee ziende kinderen. Ik wilde mezelf een stap voor zijn. Ik wilde reëel zijn.''
En toen kondigde de baby zich aan, op een mooie ochtend in juli. De bevalling verliep allervoorspoedigst. Hanneke: ,,Het ging zo makkelijk. 's Middags zei ik al: zo wil ik er wel meer.'' De mensen om hen heen zagen meteen hoe de baby ervoor stond. Gerda: ,,We wisten hoe een baby met aniridie er meestal uitziet. Die houdt zijn ogen stijf dicht. Dat had Willem niet, hij deed ze al snel open. De oogjes waren niet schuchter. En z'n pupillen reageerden op licht en donker. Zo helder als hij de wereld in keek!'' Van voorheen de CG-raad kregen de moeders, zeggen ze, 'het mooiste kraamcadeautje': twee knalrode bokshandschoentjes met daarop de tekst 'Rechten nu!'.
Inmiddels is het mannetje bijna een halfjaar oud. De beide moeders vinden hun drie kinderen 'even eigen', zeggen ze. Na lang nadenken weet Gerda een verschil: nu raakte ze niet van de kaart van de hielprik, bij de oudste jongens wel. De babyverzorging is geen probleem, zegt Hanneke. ,,Willem is echt een derde kind, zo makkelijk. Gerda dacht dat ik hem erg bij me zou houden, maar dat is helemaal niet zo. Je weet vooraf niet hoe je reageert. Gerda zegt wél dat ik minder opmerk dan bij de tweeling. Mijn ogen zijn verder achteruit gegaan.''
Over een jaar of twee, drie zal Willem ontdekken dat zijn ene moeder blind is - net als de beide oudsten langzaam deden. Gerda: ,,Ze weten eerst niet beter. Anderen zien de blindengeleidehond.'' Hanneke: ,,Ze vertellen nu aan iedereen meteen hoe het zit. Onze Bert helpt me heel graag.'' Van jongs af leerde de tweeling dat ze nóóit speelgoed mogen laten slingeren in huis. Dat alles een vaste plaats heeft. Ze weten ook dat Gerda ze fietsend, en Hanneke ze lopend naar school brengt, mét de hond. ,,Als ze daarover zeuren, zeggen we: dan gaan jullie voortaan altijd lopend.''
Eén ding weten de beide moeders zeker: als de baby toch aniridie had gehad, had hun omgeving heel wat minder welwillend gereageerd. Hanneke: ,,We zijn ons er heel erg van bewust dat dit een succesverhaal is. Was Willem slechtziend, dan hadden mensen gezegd; wat doen jullie hem aan?'' Onzin, vinden ze. Alsof gezonde ouders geen gehandicapte kinderen kunnen krijgen. En alsof aniridie een levensbedreigende aandoening is. Gerda: ,,Onze Erik heeft best gedragsproblemen. Hij is ADHD-achtig, vergt heel veel energie. Niemand zegt tegen mij: jij mag geen kinderen, omdat je zulke kinderen kunt krijgen.''
De beide vrouwen blijven erbij dat hun internetweg niet nodig had moeten zijn. Ze blijven erbij dat zij recht hebben op dezelfde vruchtbaarheidsbehandeling als niet-gehandicapte paren. ,,Zoals wij het hebben gedaan is eigenlijk ontzettend eng'', zegt Hanneke. ,,Tegenwoordig bellen vrouwen mij op die ook met deze donor in zee willen. Wij hadden dat niet. Wij moesten puur op ons gevoel afgaan.'' Ze zouden graag zien dat in artikel 1 van de Grondwet handicap expliciet wordt opgenomen, zodat discriminatie op grond daarvan aangevochten kan worden. Een kwestie, overigens, waarvoor de CG-raad al jaren ijvert.
Nóg een baby - daar voelen ze niets voor. Hanneke: ,,We hebben nu een heerlijk kereltje met wie we heel gelukkig zijn. Maar je moet niet alles willen. Je moet het lot niet tarten.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.