De Amerikaanse president Bush heeft gisteren voorgesteld de dividendbelasting af te schaffen als kern van een nieuw pakket belastingverlagingen. Voor Bush zijn aandeelhouders de sleutel tot het heropleven van de economie én zijn herverkiezing.
NEW YORK - Bush laat zich graag voorstaan op zijn anti-intellectualisme. Hij houdt van eenvoudige boodschappen, en als hij eenmaal zijn gedachten bepaald heeft dan is hij daar niet meer van af te brengen. Irak is het antwoord op de terreurdreiging en Noord-Korea. En zo lijkt belastingverlaging het antwoord op alle economische problemen.
Al voor de tweede keer in zijn ambtstermijn grijpt Bush naar dit middel. Direct na zijn verkiezing in 2001 dreef hij een algemene belastingverlaging van ruim een biljoen dollar door. Die maatregel zou de dreigende recessie afwenden, zei het Witte Huis- een recessie die te wijten was aan vertrekkend president Bill Clinton en zijn regering. Maar die recessie kwam er evengoed. Wat wel verdween, was het begrotingsoverschot.
Ondanks uitgebleven succes probeert Bush dat medicijn nog een keer. Weer kiest hij voor een forse verlaging; in tien jaar kost het plan zo'n 675 miljard dollar. Dat is een hele last, als je misschien snel ook een oorlog moet financieren. Ongeveer de helft ervan gaat naar de afschaffing van de dividendbelasting.
Dat is een opmerkelijke keuze. Van veel kanten waren bij het Witte Huis wenslijstjes ingediend om de economie weer op gang te krijgen. Maar op geen enkel lijstje leek afschaffing van dividendbelasting te figureren. Veel Amerikaanse economen betwijfelen ook of het nut heeft, zeker op de korte termijn.
De aandeelhouders merken het verschil pas echt in 2004, terwijl de maatregelen bedoeld heten voor de korte termijn. De verlagingen zijn dan misschien zelfs overbodig. In 2004 ,,zal de economie het vrij goed doen, en heeft helemaal geen fiscale prikkel nodig'', zegt John Silvia, hoofd-econoom van effectenbank Wachovia.
Een voordeel kan zijn dat aandeelhouders sneller dividend zullen opeisen. Grote bedrijven kunnen minder makkelijk, zoals in de gouden jaren '90, de winst weer in het bedrijf of overnames stoppen in de jacht naar nog mooiere cijfers. Dat kan de misstanden van de voorbije jaren helpen voorkomen. Maar of dat bedrijven snel doet opbloeien, valt gewoon niet te zeggen.
Maar Bush redeneert dat Wall Street een spilfunctie heeft in het herstel. Sinds miljoenen 'gewone' Amerikanen in de jaren '90 aandelen hebben gekocht, is de beurs dé barometer van de economie, belangrijker dan de werkloosheidscijfers. De koersen vertolken nu hoe Amerika denkt over zichzelf en zijn toekomst. Als de maatregel de koers zo'n 10 procent opdrijft, zou dat net het juiste stootje kunnen zijn.
Ook de politiek speelt een grote rol. Waar je vroeger een midden- of arbeidersklasse had met vrijwel dezelfde belangen en stemgedrag, is er volgens de adviseurs van Bush nu een 'investeerdersklasse' ontstaan. ,,Bijna drie van de vier kiezers hebben op de een of andere manier aandelen'', weet Matthew Dowd, die voor Bush kiezersonderzoek doet.
Bij verkiezingen in 2000 won Bush bij deze 'klasse' met 12 procent verschil. Maar Dowd vreest dat de mensen die het afgelopen jaar enorm verloren hebben op de beurs, dat in 2004 Bush zullen aanrekenen. Daarom moest hij iets aan hun probleem doen.
Maar de kleine aandeelhouders schieten niets op met de afschaffing, stellen Democraten en economen. Wie aandelen bezit in een pensioenplan of via een bedrijfspensioenfonds is al lang vrijgesteld. Deze maatregel baat alleen mensen met veel aandelen buiten hun pensioen om: de rijken dus. Meer dan de helft van deze belastingverlaging komt terecht bij degenen die meer dan tweehonderdduizend dollar per jaar verdienen, een kwart bij miljonairs, rekenen zij voor.
Bush bezweert dat zijn plan iedereen ten goede komt. Hij wil immers ook de gezinnen met kinderen en werklozen een extraatje geven. De Democraten proberen volgens hem een 'klassenoorlog' uit te lokken.
Maar als de president echt iets voor de economie wil doen ,,dan moet hij die Irak-situatie zo snel mogelijk uit de weg ruimen'', zegt Sung Woh Soon, hoofdeconoom van de Wells Fargo Bank. ,,Dat zou het vertrouwen een zet geven, en tot een dramatische daling van de olieprijs leiden. Het effect zou vele malen groter zijn dan een belastingverlaging.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.