*

 

Ja, maar, zeggen de andere fracties

redactie politiek − 11/02/03, 00:00

DEN HAAG - Fracties in de Tweede Kamer reageren afhoudend op voorstellen van de LPF om de werkwijze van het parlement te verbeteren. Waardering is er wel. Maar instemming niet.

,,Hiermee perk je de rechten van volksvertegenwoordigers ongelofelijk in'', waarschuwt Rijpstra van de VVD (28 zetels). ,,Ik vind dat in een parlementaire democratie ook eenlingen alle rechten moeten hebben. Waarbij ik wel vast wil houden aan de ongeschreven regel dat eenlingen in de Kamer geen misbruik maken van die rechten.''

Al jaren neemt de Tweede Kamer het zich voor: minder moties en minder vragen en meer op hoofdlijnen debatteren. Kamervoorzitter Weisglas werkt er ook aan, met de ondervoorzitters. Maar de praktijk is weerbarstig. De LPF-fractie (sinds de verkiezingen met 8 leden in de Kamer) heeft nu voorstellen aangekondigd om daar doorheen te breken.

Zo wil LPF-kamerlid Eerdmans een rantsoen van 75 schriftelijke vragen per jaar voor elke fractie. Wie een minister voor een ingelast debat naar de Kamer wil halen, moet de steun hebben van 49 anderen. Wie een motie wil indienen -vorig jaar gebeurde dat 1563 keer- ook.

,,De LPF weet nog nauwelijks wat het is om als kleine fractie te moeten werken. Laat ze even wachten totdat ze zelf in de oppositie zit'', reageert De Wit (SP, 9 zetels). ,,De voorstellen betekenen een aanzienlijke verslechtering voor de oppositiefracties. Die worden dan gewoon gemangeld tussen de coalitiefractie.''

De Wit stelde vorig jaar als individueel kamerlid de meeste vragen (65), gevolgd door zijn fractiegenote Kant (63). Als fractie komt de SP met 283 schriftelijke vragen op de derde plaats, na CDA en PvdA. ,,Die vragen zijn nodig voor het controleren van de regering'', vindt De Wit. ,,Om opheldering te krijgen over zaken. En om een dossier op te bouwen, zodat je later over een kwestie kunt debatteren met de regering. Met die moties kan het minder. Maar dat vraagt meer discipline bij de fracties.''

Dat vinden ook kamerleden van de drie grote fracties. Rijpstra: ,,De werkwijze van de Kamer moet je veranderen door afspraken te maken en de discipline op te brengen je daar ook aan te houden. Bij kamervragen denk ik aan een betere zeef: de kamervoorzitter, langs wie al die vragen gaan, zou er wat meer kunnen afkeuren.''

,,Je moet niet bij iedere rimpeling in de maatschappij schriftelijke vragen stellen'', meent ook kamerlid Dijksma (PvdA, 42 zetels). ,,Maar pas wel op met het opwerpen van drempels voor vragen, moties en debatten. Voor je het weet kun je iets niet aan de orde stellen, omdat je aan je taks zit. Of blokkeert de coalitie de zaak voor de oppositie.''

,,Dit is niet de methode'', valt Rietkerk (CDA, 44 zetels) zijn collega's bij. ,,Maar ik vind dat fracties scherper op de kwaliteit moeten letten. In een debat zou bijvoorbeeld scherper moeten worden gemarkeerd wanneer een minister iets belooft. Dat scheelt al een hoop overbodige moties.''

mailIcon print |