Het Zwitsers bankgeheim blijft overeind. Dat is vervelend voor de belastingdiensten die speuren naar niet opgegeven inkomsten en vermogens. Maar is het ook vervelend voor justitie? Dat hoeft niet zo te zijn, leert het recente vonnis in de zaak tegen de vanuit Zwitserland opererende vermogensbeheerder D. de Groot.
AMSTERDAM - België, Luxemburg en Oostenrijk, drie landen van de Europese Unie, leveren hun bankgeheim niet in. Tenminste nóg niet. Alleen als Zwitserland, geen EU-lid, informatie over bankrekeningen en rekeninghouders gaat verschaffen trekken de landen ook hun paraplu voor fiscaal vluchtelingen in.
Voorlopig hoeven België, Luxemburg en Oostenrijk niet te vrezen dat zij hun lucratieve dienstverlening kwijtraken. De Zwitsers zijn niet van plan een belangrijke bron van hun welvaart dicht te gooien.
Maar mogen de belastingontduiker en de witwasser zich ook veilig wanen in het alpenland? Geenszins, zo blijkt uit het vorige week gewezen vonnis in de zaak van vermogensbeheerder D. de Groot. De 71-jarige, geboren Groninger kreeg 15 maanden cel en een boete van 200000 euro opgelegd. De straf is stevig, maar niet uitzonderlijk hoog. Het vonnis is een succes voor het openbaar ministerie in de zaak die de geschiedenis ingaat als Operatie Clickfonds, maar dat maakt het hele onderzoek nog niet tot een succesverhaal. Wel opmerkelijk is de waardering die de rechtbank gaf aan het verzamelde bewijs. De Groot probeerde zich achter het Zwitserse bankgeheim te verschuilen. Hij ontving daar geld van Nederlandse belastingbetalers, parkeerde dat geld in bedrijven en sluisde vervolgens het geld weer door naar rekeningen die zijn cliënten opgaven. Waar het geld vandaan kwam, interesseerde hem niet. Wie feitelijk achter het geld zat, hoefde hij niet te weten en hij deed niets anders dan wat filialen van Nederlandse banken in Zwitserland ook deden, was zijn verdediging. Het speurwerk van justitie in Zwitserland had nooit mogen plaatsvinden omdat dat land niet meewerkt aan het opsporen van belastingfraude. De Groot waande zich beschermd door het Zwitserse bankgeheim en met hem diens vele cliënten.
Onjuist, zo oordeelde de rechter over de verweren van De Groot. Zwitserland werkt niet mee aan het opsporen van een fiscaal delict, dat klopt. Een Nederlands rechtshulpverzoek dat louter en alleen over een fiscaal delict gaat, wordt dan ook afgewezen. Maar wat is nu precies een fiscaal delict? De Amsterdamse rechtbank stak veel tijd in de beantwoording van die vraag. Zolang de strafbare handeling gericht is op het verkleinen van de afdracht aan de belastingdienst is sprake van een fiscaal delict. Een verkeerde opgave in het belastingformulier, is een vorm van valsheid in geschrifte, en zolang die valsheid in geschrifte hoort bij de belastingontduiking is het onderdeel van het fiscale delict, oordeelde de rechter. En dus kan het openbaar ministerie niets uitrichten in Zwitserland. De belastingontduiker mag zich in dit geval veilig voelen.
Anders wordt het als het vervalste stuk ook voor andere doeleinden wordt gebruikt dan voor het fiscale delict. Zelfs wanneer de pleger rekening houdt met dat andere gebruik, blijkt de zaak aanzienlijk gecompliceerder. In die gevallen is er sprake van een gewoon (commuun) delict en niet van een speciaal delict. En alleen voor het speciale delict gaat het Zwitserse bankgeheim op. Als het om het commune delict gaat verlenen de Zwitsers wel rechtshulp en het daarbij gevonden bewijs mag dan worden gebruikt.
In het handboek van de belastingfraudeur mag, op grond van het vonnis in de zaak De Groot, ook het fiscale delict Abgabebetrug niet ontbreken. Ook in dat geval biedt het Zwitsers bankgeheim geen schuilplaats. Bij Abgabebetrug, een variant op het Nederlandse oplichting, gaat het nog altijd om het verkleinen van de belastingafgifte, alleen bedient de pleger zich dan van handelingen die te kwalificeren zijn als arglistigheid. Gegoochel met rechtspersonen, maar ook het optuigen van een stelsel van leugens en het toepassen van kunstgrepen zijn volgens het Zwitsers recht, zo concludeert de Nederlandse rechtbank, voldoende ingrediënten om steun te verlenen aan een Nederlands hulpverzoek. Het in Zwitserland gevonden materiaal mag dan worden gebruikt.
Het komt niet vaak voor dat een Nederlandse rechter zich zo nadrukkelijk buigt over de reikwijdte van het Zwitserse recht. In veel gevallen zal het OM bij een rechtshulpverzoek aan Zwitserland kiezen voor de veilige weg. Als gekozen kan worden tussen het witwassen van drugsgelden en belastingfraude waarbij van arglistigheid sprake is, wordt voor het eerste gekozen. Het vonnis in de zaak-De Groot toont volgens een woordvoerder van het Amsterdamse OM aan dat het openbaar ministerie de beschikbare ruimte in het grootscheepse onderzoek operatie Clickfonds niet eens heeft benut, maar voor de veilige weg heeft gekozen.
Met het vonnis van De Groot in de hand lijkt het openbaar ministerie met meer zelfvertrouwen te kunnen speuren naar de haarscheurtjes in het Zwitserse bankgeheim.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.