Gaan we terug naar de maan of reizen we meteen door naar Mars? De ruimtevaart staat op een T-splitsing. Ooit moet een keuze worden gemaakt; voor twee expedities tegelijk is voorlopig geen geld. In Nederland hebben lobbyisten voor beide richtingen zich georganiseerd. Een debat. ,,Op aarde hebben we het meeste nu wel gedaan, we moeten naar een nieuw land.'
Het is stil in de ruimte. Wie associeert astronauten nog met ontdekkingsreizigers? Sinds de laatste maanexpeditie in 1972 is niemand verder dan een kilometer of vierhonderd van de aarde verwijderd geweest. Dat zal nog wel even zo blijven, omdat vrijwel al het geld voor bemande ruimtevaart wordt gestoken in het internationale ruimtestation ISS, de kosmische rondvaartboot die nog vele jaren zijn baantjes om de aarde zal trekken. Plannen voor een expeditieschip dat echt het zeegat uit vaart, zijn de tekentafel nog niet ontstegen. Sterker nog, de reisbestemming is nog volkomen ongewis. Gaan we terug naar de maan? Of stoten we door naar Mars?
Voor de voormalige directeur van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie Nasa, vorig jaar te gast op een symposium in Delft, is het een uitgemaakte zaak. ,,Been there, done that', zei Daniel Goldin over de maan: we zijn er geweest, we hebben het er wel gezien.
Oud-astronaut Wubbo Ockels hield dezelfde ochtend juist een gloedvol betoog vóór de maan als logische volgende stap. De richtingenstrijd wordt heviger nu de tijd begint te dringen. Willen we ooit nog naar een ander hemellichaam? Dan is het wellicht wijs om eerst uit te zoeken wélk. Voor allebei is geen geld; er moet een keuze vallen.
Wie Artemis Westenberg (44) en Hans-Jurgen Rombaut (32) vraagt waar we heen moeten, krijgt twee verschillende antwoorden. Westenberg is bestuurslid van de Nederlandse afdeling van de Mars Society, een van oorsprong Amerikaanse organisatie die inmiddels over de hele wereld vertakkingen heeft. Rombaut kwam twee jaar geleden in het nieuws toen hij als architect een maanhotel ontwierp. Hij is secretaris van de Lunar Explorers Society Nederland, een drie jaar geleden in Noordwijk opgerichte club die zich beijvert voor een permanente vestiging op de maan. De organisaties hebben in Nederland elk enkele tientallen leden.
Bij beide ruimtevaartenthousiastelingen begon de fascinatie met een beeld. Rombaut werd gegrepen door een opname van de opkomende aarde boven het maanoppervlak, gemaakt vanuit een Apollo-capsule. Westenberg kreeg de kriebels door een foto van de Valles Marineris, een enorme breukvallei op Mars. ,,Ik kreeg steeds meer het besef dat zes maanden reizen naar Mars weliswaar niet kort is, maar dat we wel erger gewend zijn. Mijn vader was kapitein op de wilde vaart, als klein meisje ging ik altijd mee. Ook later ben ik de hele wereld over gereisd. Zes maanden is niks voor een scheepvaartfamilie. Tegenwoordig gaan zeelieden veelal één maand op en één maand af, maar tot vijftig jaar geleden voeren ze van hier naar Rio de Janeiro, en dan via Tokio en Bangkok terug. Waren ze acht maanden weg van huis, en dat was heel normaal. Ik weet dat het als een bezwaar wordt gezien voor een Marsreis, maar wat zeuren we nou helemaal?”
Rombaut vindt het wél een bezwaar. ,,Dat kun je toch niet vergelijken met acht maanden in een ruimteschip.”
Westenberg: ,,Sommige mensen kunnen daartegen. Op weg naar Mars duurt het in het ergste geval 22 minuten voordat je verse krantenkoppen vanaf de aarde op je computerscherm hebt staan. Zo lang is het radiosignaal onderweg. Dat is toch niet te vergelijken met mensen die vroeger naar Oost-Indië gingen. We zijn verwend, vandaag de dag.”
Rombaut: ,,Het risico dat iemand op weg naar Mars ziek wordt, is best groot. En stel, je hebt een lek en de zuurstof stroomt weg?'
Westenberg vraagt zich af wat het nut is van rampscenario's terwijl het de laatste decennia in de ruimtevaart zo goed gaat? ,,Als iemand echt acuut iets mankeert, is terugreizen vanaf de maan óók te ver. Als in het internationale ruimtestation de zuurstof verdwijnt hebben ze óók een probleem. Het is niet gevaarlijker dan een reis per onderzeeër. En een zuurstoflek hoeft geen probleem te zijn. We kunnen al zo lang iets luchtdicht maken. Dat lijkt me bewezen technologie.”
De maan is een dag of drie reizen verwijderd van de aarde, een Marsreis duurt inclusief verblijf ruim tweeënhalf jaar. De maan is een dode steenklomp zonder dampkring, op Mars wordt door menigeen bacterieel leven vermoed. Mars heeft een ijle atmosfeer en ijs in de ondergrond. Logisch dat mensen op beide hemellichamen verschillende dingen gaan doen.
Rombaut: ,,De maan is een vreemdere wereld dan Mars, en is daardoor uitermate geschikt voor de wetenschap. Astronomische instrumenten hebben perfect zicht doordat er geen dampkring is, en ook door het vacuüm kun je er experimenten doen die op aarde of op Mars niet mogelijk zijn. Op de achterkant van de maan heb je geen last van de radiostraling van de aarde. Daarnaast spreekt het toerisme me erg aan. Mensen zullen eerder twee of drie weken op de maan willen verblijven dan de hele reis naar Mars ondernemen. Maantoerisme is een gat in de markt. Met het geld kunnen we de wetenschappers betalen.”
Westenberg wil toch naar Mars. ,,Experimenten en toerisme zie ik ook wel op de maan. Maar daar is Mars niet voor. Mars is echt onze next frontier, de volgende grens. De mensheid expandeert, we leven niet meer in die breukvallei in Afrika. Blijkbaar zit dat in onze genen. Dus zeg ik: we hebben hier op aarde zo ongeveer alles gedaan, het is tijd een nieuw stuk land te betreden. Op Mars kunnen we bovendien heel wat leren over de ontstaansgeschiedenis van het zonnestelsel. En natuurlijk is er die kans dat er leven is. Mars kan wellicht antwoord geven op de vraag: zijn wij alleen? De mensen willen die vraag beantwoord zien. Dat is de charme van die planeet. We doen het niet zoals met Apollo op de maan: vlaggetje zetten, foto's maken en terug. We gaan er echt zitten. En met missies die elkaar opvolgen. De eerste keer kost dat twintig miljard dollar, maar er is berekend dat het elke volgende keer twee miljard kost. Dat is goed te doen.”
,,Op Mars gaan we ertsen halen, diamanten, deuterium. En we zullen er extremofielen gaan gebruiken, micro-organismen die onder extreme omstandigheden leven, voor de chemie en voor het maken van medicijnen. Ja, we gaan er inderdaad van uit dat er leven is op Mars. Dat is door al dat water zeer waarschijnlijk.”
Rombaut denkt dat er juist op de maan nog veel te onderzoeken valt: ,,Ook de maan leert ons veel over de aarde; ze zijn immers gelijktijdig ontstaan. En op de maan kun je materialen maken en die naar de aarde vervoeren. Zonnepanelen bijvoorbeeld. En je kunt er zonne-energie opvangen en naar de aarde stralen. En er zit helium-3 in de bodem dat we later voor kernfusie kunnen gebruiken.”
,,De maan is compleet anders dan de aarde of Mars. De uitdaging om er te kunnen overleven als mens is veel groter. De maan is moeilijker. Als je de maan onder controle hebt, is Mars een stuk eenvoudiger. Ik zie de maan en Mars als experimenten. En door de kortere afstand is de maan een beter controleerbaar experiment dan Mars.”
Westenberg vindt dat een te beperkte benadering: ,,Jij wil de maan controleren vanaf de aarde. Wij willen uiteindelijk onze eigen boontjes doppen op Mars. We gaan er water winnen uit de permafrost. Op Mars kunnen we veel meer een echt tweede huis maken. We gaan er groenten kweken en een penthouse bouwen in de rotsen. Op de maan is geen zuurstof, op Mars wel. Raketbrandstof kunnen we er zó uit de lucht halen. Alle dingen die we hier hebben, kunnen we daar ook maken.”
Rombaut: ,,Op de maan zit zuurstof in gebonden vorm in de bodem, en we hebben de technologie om die eruit te halen. Op Mars kun je meer zelfvoorzienend zijn, ja. Maar de maan is commercieel interessanter, door de dingen die je er kunt maken en naar de aarde kunt brengen. Voor het transporteren van spullen is Mars eigenlijk gewoon te ver weg.”
Westenberg is het daar niet mee eens: ,,Je kunt grote zeilen gebruiken die voortbewegen op de zonnewind. En laatst hoorde ik van een plan om een constante loop van ruimteschepen naar Mars te maken; als die eenmaal draait, dan draait hij. Maar voor het zover is, zou ik eerst willen kijken wat Mars zoal herbergt. Is er leven? Maken we niks kapot? Het is net als met Antarctica, we kunnen een planeet niet zomaar gebruiken. Dan zijn we kolonialen van de ergste soort.”
Rombaut zou liever eerst een bemand ruimtestation om Mars heen laten cirkelen. Van daaruit kunnen robots worden aangestuurd.
Maar Westenberg wijst op een nadeel: je kunt mensen niet zo lang blootstellen aan kosmische straling. ,,Op het oppervlak kun je ze daartegen beter beschermen. We kunnen onderzoek doen zonder te vervuilen, dat is technisch mogelijk. Eventuele beestjes zijn niet aan ons verwant: we krijgen net zo min varkensziekten als Marsziekten. Het is veel efficiënter om op Mars een laboratorium te hebben waarmee je levensvormen kunt onderzoeken. Je hoeft het beestje niet eens mee naar de aarde te nemen.'
Rombaut: ,,Of je brengt het naar de maan, daar is het lekker steriel.'
Westenberg: ,,Ik vind niet dat we moeten wachten tot er een infrastructuur is op de maan, voordat we naar Mars gaan. Dan zet je iets onnodig stil. We zetten ook de windenergie niet stil als we ons meer op zonne-energie concentreren. Bovendien heb je, met die automatische installaties die jij op de maan wil neerzetten, toch ook af en toe een mens nodig die even wat komt bijstellen.”
Rombaut: ,,Dat gaat heel makkelijk. Op de maan werk je een maand op en een maand af. Op Mars is zoiets veel lastiger.”
Zowel de Mars Society als de Lunar Explorers Society kunnen niet veel meer doen dan het vuurtje voor hun zaak blijven aanwakkeren; in de concrete plannen van de grote ruimtevaartorganisaties is er vooralsnog bitter weinig van terug te vinden. Binnenkort vertrekt wel een commerciële Amerikaanse robotverkenner naar de maan. Verder maakten zowel China als India onlangs bekend dat een bemande maanmissie op de lange duur in de planning zit. Bij elke gelegenheid dat de aarde en Mars gunstig staan ten opzichte van elkaar, ongeveer eens in de twee jaar, vertrekken onbemande sondes die er onderzoek gaan doen.
De maan lijkt door haar nabijheid een realistischer eerste reisdoel, maar Mars heeft een groter sex-appeal. Bovendien heeft de maanlobby fors last van de been there, done that-houding zoals de voormalige Nasa-directeur die uitstraalde. Rombaut: ,,Die slogan wordt inderdaad tegen ons gebruikt. Voor de gemiddelde Amerikaan zal het wellicht ook wel een argument zijn: we zijn er al ooit geweest, dus waarom nog een keer gaan? Er is een soort Marsmystiek die lonkt, een drang om ook dáár een vlag te planten.”
Westenberg: ,,Ik heb oude geschiedenis gestudeerd, en ben afgestudeerd op Alexander de Grote. Hij had de macht en de middelen, alleen de techniek niet. Anders zou hij zeker naar Mars zijn gegaan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.