Hij is een van de beste pianostemmers ter wereld. Aldus pianisten als Alfred Brendel, Maria João Pires, Daniel Barenboim, Mitsuko Uchida of Richard Goode. Pianostemmer Michel Brandjes reist de hele wereld over om alle grote pianisten bij te staan bij opnames en concerten.
Michel Brandjes (42) loopt op zijn gemak de 33 traptreden van de grote zaal van het Concertgebouw af. Hij pendelt tussen de twee vleugels op het podium heen en weer en zoekt even later in de zaal tussen de rode pluchen stoelen naar de beste plek om het geluid van de vleugel te kunnen beoordelen. Het is zaterdagavond, de kroonluchters branden, maar het is doodstil in het Concertgebouw. Brandjes heeft de zaal voor zichzelf. Hij helpt eerst in de kleine zaal pianist Polo de Haas uit de brand, die vlak voor zijn concert een paar ontstemde noten in zijn instrument ontdekte. Daarna staat de avond in het teken van de twee Steinway-vleugels van de grote zaal, die hij gaat prepareren voor pianist Stephen Hough. Die moet vanavond beslissen op welke van de twee instrumenten hij een dag later zijn recital zal geven.
Brandjes: ,,De akoestiek van de grote zaal is als een stil meer. Als de deuren opengaan en de mensen binnenkomen, is het alsof er een steen in het water wordt gegooid. De eerste twaalf minuten van een concert klinken altijd heel vreemd en onrustig. Daarna komt de lucht tot rust en klinkt de muziek beter.''
Brandjes kent het Concertgebouw als zijn broekzak. Hij stemt er al dertien jaar de vleugels en werkt dan lange avonden, vaak tot diep in de nacht, om het geluid te optimaliseren. Brandjes: ,,De plek van de vleugel is zo belangrijk. Als de vleugel goed staat ten opzichte van de zaal kaatst het geluid naar het balkon, terug naar achteren en zo verder. Iedere zaal met een rechthoekig schoenendoosformaat heeft op het podium een foute plek. Als de vleugel zo staat, slaan de geluidsgolven dood. Het scheelt maar een paar centimeter. Luister maar. Ik werk het liefst 's nachts. Dan is het stil in de stad. Het mooiste is het geluid om tien voor half vier. Dan kun je in de zaal de dérailleur van een racefiets op de Van Baerlestraat horen zoeven.''
Brandjes is geobsedeerd door klank. Zijn werk bestaat uit het zoeken naar de ideale klank, die ontstaat als akoestiek, instrument en pianist optimaal samenwerken. Het is zijn rol om de vleugel aan te passen aan de zaal en de pianist. Thuis is een pianostemmer na een uurtje werken klaar. Maar voor de grote pianisten die in het Concertgebouw spelen, werkt Brandjes soms meerdere dagen en nachten. En dat terwijl de twee Steinways in de grote zaal allebei al van topklasse zijn.
Hij heeft een koffer op wieltjes die volzit met prozaïsch gereedschap: schroevendraaiers, nijptangen, schuurpapier, een nagelborsteltje, een pincet, stukjes vilt, rondjes van geïmpregneerd papier, naalden om te intoneren, een paar reservesnaren, hamerkoppen en -stelen, lak, ether, olie en natuurlijk een stemhamer. Het stemmen is maar een klein onderdeel van het gebruiksklaar maken van een vleugel. Daarnaast moeten alle vijftien scharnier- en wrijfpunten van alle 88 toetsen worden 'afgeregeld', zodat ze zo soepel mogelijk werken. De aanslag moet worden aangepast aan de wensen van de pianist, bijvoorbeeld door een of meer ronde papiertjes van eentiende millimeter dikte onder de toetsen te leggen. Door in de vilten hamerkoppen te prikken wordt de toon fluweliger en donkerder, door ze met lak te behandelen, wordt de toon helderder en briljanter.
Brandjes. ,,Ik was als kind al geïnteresseerd in de binnenkant van de vleugel. Ik zette hem vaak open om erin te kijken. Ik was ook altijd met techniek bezig. Na mijn schooltijd ben ik eerst in de metaal gaan werken: lassen, frezen, dat soort dingen. Daarna ging ik naar de stemschool. Dit werk is natuurlijk een droom. Vanaf mijn twaalfde speel ik zelf piano. Ik had les van Regina Albrink en nu van Olga Khoziainova, mijn Russische vrouw. Als jongetje kocht ik alle platen van de grote pianisten. Nu werk ik voor hen. De staat van het instrument is zo belangrijk voor hen, dat ze me altijd dankbaar zijn. Ze komen bij mij thuis oefenen, ik kom bij hen thuis stemmen. Ik ga mee op tournees en ben bij opnames betrokken. Laatst heb ik bij Daniel Barenboim thuis in Berlijn aan een oude vleugel gewerkt die nog van Arthur Rubinstein is geweest. Als je alle fouten en stof van zo'n instrument afhaalt, krijg je de oude klank weer terug.''
Van Marco Riaskoff, organisator van de serie 'Meesterpianisten' in het Concertgebouw, krijgt Brandjes carte blanche als het om het behandelen van instrumenten voor zijn artiesten gaat. Brendel was een van de eersten uit deze serie met wie Brandjes te maken kreeg. Brandjes werkt voor de firma Ypma en die had zo'n vijftien jaar terug een hele mooie huurvleugel. Die stond bij Brandjes thuis. Als de Steinway van het Concertgebouw een pianist niet beviel, kon de Steinway van Ypma een alternatief zijn. Brandjes kregen ze er dan als stemmer bij. ,,Op een keer koos Brendel deze vleugel. En de volgende keer dat hij weer in Amsterdam kwam, vroeg hij: 'Kan die jongen het weer doen?' En zo rolde ik er langzaam in.''
Brandjes volgde nog extra opleidingen bij de firma Steinway om het instrument beter te leren kennen. Maar van de praktijk leerde hij het meest: van de oren van Brendel, van de grommen en grauwen van zenuwpees Maurizio Pollini, van de subtiele aanslag van Maria João Pires, van Grigori Sokolov, die een perfect repetitiemechaniek eist, van Michael Pletnev, die een dunne band vilt onder de toetsen wenst voor een speciaal toucher, van de oude Ivan Moravec, die per se een bepaald soort nadruk in de toetsen wil voelen en hem onlangs twee Tsjechische prikkertjes cadeau deed om de hamerkoppen mee te intoneren.
Brandjes weet heel goed dat het gebied voor het zwarte bord met de gouden letters van de pianist is en dat erachter van hem. Maar zijn nieuwsgierigheid wint het keer op keer. Hij kan het niet laten om pianisten de geheimen van hun aanslag te ontfutselen. Waarom heeft de ene pianist een gouden toucher en hamert de ander er vreselijk op los? Hoe speel je kernachtig, hoe speel je rond, wat is het geluid van een ringvinger, wat van de pink? Brandjes kan er uren over praten als hij een gewillig oor heeft gevonden. En met zijn vriendelijkheid en mensenkennis weet hij die vaak te creëren. Pires gaf hem zelfs een paar lessen bij haar thuis in Portugal.
Uit alle aanwijzingen van de pianisten met wie hij werkte heeft Brandjes zelfs een soort theorie gedestilleerd. De meeste mensen denken dat alleen het moment van de aanslag de klank beïnvloedt, maar volgens Brandjes zit het ingewikkelder in elkaar. Het is niet zomaar een kwestie van een toets van boven naar beneden indrukken. De vinger moet tijdens de val accelereren en je kunt door je vinger naar voren te stuwen een diepere klank krijgen. Brandjes, die zelf heel goed speelt, demonstreert ook het verschil in klank bij een recht en een naar de vleugel toe gebogen lichaam. De 'omhelzende' houding geeft het mooiste resultaat. Stemmen en spelen zijn onlosmakelijk verweven. Maar het is gevaarlijk om je ermee bezig te houden, vindt hij. ,,Ik mag me niet op het terrein van de pianist begeven.''
Maar pianisten luisteren wel goed naar zijn advies. Stephen Hough is om half elf eindelijk gearriveerd om een instrument te kiezen. Op het podium staan ze allebei naast elkaar, de twaalf jaar oude 580, Beethoven genaamd, en de gloednieuwe 392. Na twaalf jaar is 'de oude meester' over zijn hoogtepunt heen, zegt Brandjes. De 'baby' moet hem op termijn gaan vervangen, maar is daar nog niet helemaal klaar voor. De meeste pianisten kiezen nog voor de oude. Op dit instrument krijgt de pianist een prachtige, volle, ronde klank cadeau. Daar hoef je niet bijzonder je best voor te doen. Samen met de geweldige akoestiek klinkt het fantastisch. De nieuwe is moeilijker te bespelen. Hij klinkt wat killer en metaliger, maar wie hard werkt, haalt er een veel kleurrijker geluid uit.
Allereerst wil Hough regelen dat Brandjes hem volgend jaar helpt een vleugel te zoeken voor een cd-opname met Mozartconcerten in Leiden. Natuurlijk wil Brandjes hem helpen. ,,Zo, dit is die mooie oude.'' Hough gaat zitten en speelt wat Liszt. Dan verhuist hij naar de nieuwe vleugel. ,,Er zit veel klank in deze nieuwe vleugel,'' zegt hij waarderend. Dan gaat hij weer terug naar de oude en nog een keer naar de nieuwe. In de zaal schuift Brandjes mee, zodat hij steeds in dezelfde baan van het geluid zit. Dit is de enige manier om de vleugels eerlijk te vergelijken.
Wat vindt Brandjes ervan, vraagt Hough. Allebei mooi. En wat vindt Hough? ,,Ik neem de nieuwe. Die oude is heel mooi, maar deze nieuwe is een beetje gevaarlijker. De oude is een Rolls-Royce en die nieuwe een sportwagen. Daar hou ik wel van.'' Brandjes knikt goedkeurend. ,,Deze klinkt heel briljant onder zijn handen. Met zo'n aanslag werkt het uitstekend. Hough heeft goede oren.'' Moet er nog wat aan gebeuren, vraagt Brandjes. De flegmatieke Brit schudt zijn hoofd. ,,Nee, hij is prima zo. Een beetje stemmen alleen. Ik mocht willen dat ik vaker op zo'n mooi instrument kon spelen. Nou ja, één ding dan: zou je de toetsen schoon willen maken?''
Het is half twaalf en de oude Beethoven zakt met de lift naar de kelder. De 392 wordt op de juiste plek gereden. Brandjes gaat naar huis. Hij heeft een makkie aan Hough. Dat is wel eens anders. In zijn koffer zit een briefje van Alfred Brendel: 'Michel, het mechaniek heeft helemaal geen weerstand. Wat kunnen we daar aan doen? A.'. ,,Dat vond ik laatst bij aankomst in Valencia. Toen ben ik weer de hele nacht bezig geweest om het instrument naar zijn zin te maken.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.