*

 

Bos heeft het oor, JP de visie

Hans Goslinga − 20/03/04, 00:00

Het verschil tussen het leiderschap van Bos en Balkenende is ongeveer zo groot als de afstand Stadskanaal - Princeton, New Jersey. De PvdA-leider hield maandagavond een spreekbeurt in de voormalige veenkolonie en sloot met één opmerking aan bij wat veel mensen na de bomaanslagen in Madrid vinden: het is mooi geweest met de Nederlandse aanwezigheid in Irak. De CDA-leider en minister-president sprak enige uren later op de befaamde Amerikaanse universiteit de Kuyperlezing uit, waarin hij ruimte opeiste voor de islam in onze samenleving: de vrijheid van godsdienst en vereniging geldt voor de christelijke en islamitische godsdienst in gelijke mate, net als het recht eigen scholen te stichten.

Er kan geen twijfel over bestaan dat Balkenende met dit principiële standpunt in deze tijd op grote weerstanden zal stuiten. De premier gaf zelf aan dat de terreuraanslagen in Madrid en eerder in Amerika de tolerantie en verdraagzaamheid tegenover moslims in de westerse wereld hebben verminderd. In dat licht getuigt het van politieke moed dat hij, dwars tegen deze beweging in, opkomt voor het recht van islamitische immigranten in eigen kerken, scholen en verenigingen aan hun identiteit uitdrukking te geven. Hier worden de trekken zichtbaar van de anti-revolutionair Jan de Koning, die vond dat een politicus de opdracht heeft de burger een meter verder te laten springen dan hij uit zichzelf geneigd is.

Het leiderschap van Bos vertoont juist het kenmerk de burger in zijn stemmingen te volgen en krijgt daardoor iets onvoorspelbaars. Zo nam de PvdA-leider eind vorig jaar ineens een sceptische houding aan tegenover de Europese integratie. Zijn motief was dat met het aanroepen van het ideaal van eenwording geen vertrouwen meer valt te winnen. Wilde hij de burgers nog voor Europa warm maken, dan moest Europa eerst hem overtuigen. In Stadskanaal gaf hij toe aan het sentiment dat we in Irak eigenlijk niks te zoeken hebben. Het was niet het hele verhaal, maar in de opmerking dat het mooi is geweest zat wel de lading dat de aanwezigheid van onze militairen een eenmalig blijk was van goedgunstigheid. In beide gevallen ontbrak de notie van het verplichtende, die de PvdA-politiek altijd zo sterk kenmerkte en haar vertegenwoordigers vaak dat drammerige gaf.

Misschien moet de moed van Balkenende in de integratiekwestie nog wat meer worden gewaardeerd, nu we weten dat hij er zelf niet helemaal zeker van is dat islamitische zuilvorming de beste weg is naar integratie en emancipatie van immigranten. Enkele maanden geleden waarschuwde hij dat eigen zuilen van Turken en Marokkanen 'gevangenissen van achterstand' kunnen worden. Hij leek daarmee afstand te nemen van Kuypers visie op de soevereiniteit in eigen kring, waarvan vrije organisatievorming zonder interventie van de overheid de kern is. In zijn lezing in Princeton liet hij zich echter als een ware Kuyperiaan kennen en droeg hij met overtuiging de opvatting uit dat je in een rechtsstaat voor christenen en islamieten niet met twee maten kunt meten. Hier springt het verplichtende karakter van principes juist wel sterk naarvoren. De twijfel moet daarom niet te snel als een politieke zwakte worden gezien.

Balkenende is de afgelopen twee jaar bijna koortsachtig op zoek geweest naar de juiste koers in de integratiekwestie. Het aardige is dat hij daarbij de natie steeds over zijn schouder liet meekijken. Het slijpen aan de visie gebeurde in de volle openbaarheid. De vele redevoeringen die hij over het onderwerp heeft gehouden getuigen daarvan, al vallen zij in de hype- en beeldcultuur minder op. De snelle media houden slechts van het woord, voorzover dat het karakter heeft van een soundbite. Balkenende is echter wel degelijk een politicus van het woord, in de zin dat hij zijn leiderschap wil baseren op visie.

Hij staat daarmee in de lijn van Den Uyl en Kuyper, al is hij niet zo'n begenadigd spreker als zijn voorganger. Over Kuyper vertrouwde een oud vrouwtje eens aan Jelle Zijlstra toe 'dat zij, als zij de grote man alleen maar de naam van het oud-testamentische dorpje Kirjath Jearim hoorde uitspreken, de zegen al op zich voelde neerdalen'. Vermoedelijk maakt Bos nog wel een vergelijkbaar effect los als hij zich met natuurlijke jovialiteit en met zijn innemende glimlach onder burgers mengt. Hij is meer een politicus van het oor, die liever in het koffiehuis luistert naar de andere klanten dan op kansel klimt. Hij houdt dan ook niet echt van het parlementaire debat, maar brainstormt liever in kleine kring.

Zijn leiderschap brengt het risico van onvoorspelbaarheid en populisme mee, zeker nu de PvdA onzeker is over haar inhoudelijke orientatiepunten. In de integratiekwestie kost het de partij de grootste moeite een lijn te vinden. Wim Kok schudde een kleine tien jaar terug, in zijn enige visionaire rede, oude ideologische veren af om een toekomst van de partij in het brede midden veilig te stellen. Maar in dat midden lijkt de partij een beetje verdwaald en kost het haar moeite in de grote kwesties van deze tijd haar koers te bepalen en typische stijl te hervinden. Dat probleem valt niet alleen Bos aan te rekenen.

Het CDA beschikt daarentegen over een rijkdom aan bronnen. Zo gooide Balkenende in Princeton zijn anker niet alleen uit bij Kuyper, maar ook bij de apostel Paulus die in Athene de dialoog aanging met de aanbidders van andere goden. Aan die geschiedenis ontleende de premier de notie dat een sterk besef van eigen waarden en ruimte voor anderen hand in hand kunnen gaan. Hij nam daarmee andermaal het misverstand weg dat hij zijn waarden aan iedereen zou willen opleggen. Net als Kuyper destijds gaat het hem erom, zei hij, dat je zeker moet zijn van je eigen identiteit en plaats, wil je met succes het gesprek met anderen aangaan. Daarmee is op een wat andere wijze het probleem van de PvdA aangegeven, dat deze week de grote afstand bepaalde tussen Stadskanaal en Princeton.

mailIcon print |