*

 

Na de steen in de vijver

Martijn Roessingh en Rutger van der Hoeven − 20/03/04, 00:00

Hoe is het met Irak, precies een jaar nadat de eerste kruisraket viel? Het was de eerste preventieve oorlog volgens de formule-Bush: bedreigingen aanpakken voor ze ontstaan. Het offensief moest positief uitpakken voor Irak en het Midden-Oosten, in de wereldpolitiek en voor de strijd tegen terreur. Maar negatieve gevolgen waren er ook. De balans opgemaakt, een jaar later.

De inval in Irak vorig jaar door de Verenigde Staten en Groot-Brittannië -gesteund door een reeks andere landen, waaronder Nederland- was de eerste preventieve oorlog volgens een nieuwe formule. Regimes die zich internationaal en tegen hun eigen bevolking misdragen, verspelen hun bestaansrecht en lopen kans te worden verwijderd, liet de Amerikaanse president George Bush de wereld weten. Het eerste slachtoffer was de Iraakse dictator Saddam Hoessein, die volgens Bush massavernietigingswapens kon inzetten tegen buren of westerse landen, of ze beschikbaar stellen aan terroristen. Zo moest het voortaan gaan, stelden Bush en de Britse premier Tony Blair: de bedreigingen voor de vrije landen in de wereld zijn zo ernstig dat er preventieve actie nodig is. En als dat moet zonder consensus in de trage internationale organisaties, dan zij dat zo.

Washington en Londen waren bereid grote risico's te lopen om Irak aan te pakken -per slot hielden ze er rekening mee dat Saddam Hoessein massavernietigingswapens had. De invasie van Irak moest dan ook een hele lijst positieve ontwikkelingen in gang zetten. Het land zelf moest van een onderdrukte, achterlijke natie veranderen in een lichtend baken van democratie en welvaart. Dat zou het hele Midden-Oosten aanzetten tot verandering. De voedingsbodem voor terrorisme zou verdwijnen; om te beginnen in Irak, maar ook in de regio en verder. En de hele wereld zou worden opgeschud: waar eerst dictators niets in de weg werd gelegd en volkeren geknecht leefden, waren onderdrukkers hun leven voortaan niet meer zeker.

Zover is het een jaar later allemaal niet, maar de oorlog heeft zeker grote gevolgen gehad. Om te beginnen waar de steen insloeg, in Irak. Onomkeerbaar en uiterst positief is uiteraard het vertrek van Saddam Hoessein. Voor het eerst in decennia is er vrijheid in Irak. De martelkamers zijn geleegd, sjiieten kunnen hun religieuze feesten weer vieren en vrije media komen van de grond. Het politieke gekrakeel rond de nieuwe Grondwet is een verademing na tientallen jaren van absolute repressie.

Tegenover die successen staan nieuwe problemen, zoals de grote onveiligheid, werkeloosheid en angst voor de toekomst. Maar vooralsnog staan die in de schaduw van de verdwijning van een dictator van het kaliber Saddam. Dat blijkt ook uit het onderzoek dat deze week werd gepubliceerd over de opvattingen van Irakezen zelf: meer dan de helft vindt zijn eigen leven nu al verbeterd, meer dan zeventig procent verwacht verbetering in het komend jaar.

De grote vraag is nu of het beklijft. John K. Cooley -auteur van enkele boeken over het Midden-Oosten en terrorisme, nu werkend aan een studie over de driehoeksrelatie Irak-VS-Israël- is er uitermate somber over: ,,Het meest optimistische scenario is dat er een Grondwet komt en goede politieke procedures, waarbij de soennietische minderheid (nu de belangrijkste verzetshaard tegen de coalitietroepen, red.) problemen blijft veroorzaken. Het slechtste scenario is een burgeroorlog.'' Cooley vreest het opdelen van het land in Koerdische, soennietische en sjiitische delen, wat gevolgen voor de hele regio zou hebben. Al was het alleen maar omdat buurlanden Syrië, Turkije en Iran zelf Koerdische minderheden hebben en andere landen met argusogen zouden kijken naar de banden tussen Iraakse sjiieten en de Iraanse mollahs.

Dat leidt tot het tweede punt: de gevolgen voor de regio. Het positieve effect van de oorlog op het hele Midden-Oosten werd steeds belangrijker in de Amerikaanse rechtvaardiging van de invasie toen bleek dat Iraks enorme arsenaal massavernietigingswapens en de banden met Al-Kaida fictief waren. President Bush vatte het hogere doel samen in een toespraak november vorig jaar, bij een conservatieve denktank: ,,Zolang het Midden-Oosten een gebied blijft waar vrijheid niet floreert, zal het een plek blijven van stagnatie, wrok en geweld, die zo geëxporteerd kunnen worden.'' De VS moesten de verandering in gang zetten, aldus Bush.

Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. En nog makkelijker in holle retoriek om te zetten, zoals bijvoorbeeld onlangs president Ali Abdoellah Saleh van Jemen deed. ,,Er is niet langer ruimte voor dictaturen. Democratie is de keuze in deze moderne tijd voor alle volkeren'', zei hij. Maar echte democratisering in de Arabische wereld begint -Irak even daargelaten- eigenlijk alleen in Koeweit en Bahrein van de grond te komen. Saoedi-Arabië heeft veranderingen aangekondigd, in enkele Golfstaten en Jordanië is wat minieme beweging gekomen, maar er zijn zeker nog geen domino's aan het vallen, om in Amerikaanse terminologie te blijven.

Vooralsnog is Irak ook niet het lichtende voorbeeld waar de Amerikanen op hoopten. Maar ook als het zich wel zo ontwikkelt, is het de vraag of Irak zijn buren kan meetrekken. Cooley: ,,Er zijn vrijwel geen kiemen van democratisering in het Midden-Oosten die op te kweken zijn.'' En erger: zijn studie van de regio, die al bijna vijf decennia omspant, toont dat buitenlandse interventie in het verleden alleen maar averechts werkte.

,,Veranderingen van buiten zijn als een orgaantransplantatie. Dat veroorzaakt een afweerreactie en verzet'', zei ook de Egyptische politicoloog Nader Fergany enkele maanden geleden tegen Trouw. Hij is een van de auteurs van het recente Arab Human Development Report, dat onomwonden stelt dat de Arabische wereld steeds verder achterop raakt door een gebrek aan vrijheid, kennis en vrouwenrechten. Het VN-rapport laat zien hoe de vicieuze cirkel van stagnatie in elkaar zit. Een steen in de vijver is noodzakelijk -en vrijwel alle buurlanden van Irak zijn blij met het vertrek van Saddam- maar het opleggen van een maatschappijvisie werkt al snel contraproductief.

In andere gevallen lijkt de verwijdering van Saddam positief bijgedragen te hebben. In het geval van Libië, bijvoorbeeld, dat Amerikaanse haviken aanhalen als bewijs dat de resolute Amerikaanse aanpak werkt. Maar de ouverture van de Libische leider Kadafi, die besloot afscheid te nemen van zijn programma's voor massavernietigingswapens, was al eerder begonnen in een poging zijn land uit het isolement te halen en zelf politiek te overleven. Zo besloot hij jaren eerder verdachten uit te leveren van de aanslag boven Lockerbie en te werken aan een schadevergoeding voor de families van nabestaanden. Het is goed mogelijk dat het lot van Saddam de ommezwaai van Kadafi versneld heeft, maar in hoeverre is onduidelijk.

Syrië en Iran lijken zich onder druk van de veranderingen in Irak anders op te stellen. Iran vooral extern, door inspecteurs van het internationaal atoomagentschap (IAEA) toe te laten om zijn nucleaire programma te laten controleren. Intern hebben de ayatollahs er echter geen enkele twijfel over laten bestaan hoe zij democratie beschouwen: hervormers werd het de facto onmogelijk gemaakt in het toch al onmachtige parlement te komen. In Syrië laveert Bashar Assad tussen conservatieve belangengroepen en Amerikaanse druk. Het is volstrekt onduidelijk naar welke kant de balans zal doorslaan.

Uiteraard is het echte offensief nu pas begonnen, en dan met name het ideeënoffensief. Zo zijn de VS radio- en televisiestations begonnen, waarvan nog moet blijken hoeveel invloed ze krijgen op de Arabische jeugd. Nauwelijks, valt te vrezen, vooral vanwege hét obstakel in de verhouding tussen het Westen en het Midden-Oosten: het Palestijns-Israëlisch conflict. Waar het vooral mis zit, is in de Arabische perceptie dat het Westen met twee maten meet, of dat nu waar is of niet. Zoals Cooley het formuleert: ,,Het Palestijns-Israëlisch conflict is onder de Arabieren het paradigma voor opstand tegen het Westen. Als je dat niet wegneemt, kom je nergens.'' Juist op dit vlak is het na het doodlopen van de 'routekaart naar de vrede' -het stappenplan dat door de EU, Rusland en de VS gezamenlijk was voorgesteld- stil geworden en heeft 'Irak' geen enkele vooruitgang veroorzaakt. Ook andere problemen die eens met 'Irak' om voorrang vochten, zoals de nucleaire ambities van Noord-Korea, zijn op de lange baan geschoven.

Een derde doel van de oorlog in Irak was de bestrijding van terrorisme. Daarover valt een jaar later weinig positiefs te melden. Al snel bleek dat de 'onmiskenbare' link tussen Al-Kaida en Irak niet bestond -althans niet naar het regime van Saddam Hoessein- of dat die link in ieder geval veel zwakker was dan de VS claimden. Nu betekent dat niet dat die band er niet had kunnen komen, maar wel dat de oorlog in Irak in ieder geval op korte termijn niets bijdraagt in de oorlog tegen terrorisme.

Integendeel: de aanwezigheid van duizenden Amerikanen in Irak heeft hen kwetsbaar gemaakt, en dagelijks zijn zij het doelwit van aanslagen. De woede over hun aanwezigheid lokt bovendien nieuw extremisme uit. Ook de VN werden doelwit, zoals de grote aanslag in augustus vorig jaar liet zien. Ook andere grote aanslagen van Al-Kaida of verwante groeperingen elders in de wereld gaan door, zoals die in Casablanca of vorige week in Madrid. Preventief ingrijpen als middel tegen het terrorisme is daarom in diskrediet gebracht, terwijl de bedoeling nu juist was dat 'Irak' de wereld zou overtuigen van het nut en onvermijdelijkheid van preventieve oorlogen tegen 'schurkenstaten' en ondersteuners van terrorisme.

De oorlog had juist andere effecten op de internationale politiek. Het begon al meteen met grote verdeeldheid over de inval in Irak. Commentatoren zagen het einde van de Amerikaans-Europese idylle. Een jaar later lijkt echter van een dramatische cesuur in ieder geval geen sprake, afgedwongen door het besef dat internationale problemen een internationale aanpak vergen. Er zijn veel signalen dat de kloof weer overbrugd wordt, bijvoorbeeld het gezamenlijk Frans-Amerikaanse optreden in Haïti of het vrolijke bezoek van Schröder aan Bush. 'Irak' was de grootste nederlaag voor internationale samenwerking sinds het einde van de Koude Oorlog, maar de wereldmachten werken weer beter samen in de VN en de rol van de organisatie groeit. Zelfs in Irak, bijvoorbeeld bij het regelen van de machtsoverdracht aan de Irakezen zelf.

Het aanzien van de VS in de wereld heeft wel duidelijke schade opgelopen. Was er al twijfel in veel regio's over de bedoelingen van de Amerikanen, het afgelopen jaar is die twijfel alleen nog maar gegroeid. Een onderzoek liet deze week zien dat een meerderheid van de ondervraagden in Jordanië, Pakistan and Marokko aanslagen op Amerikanen (en andere westerlingen) in Irak volledig gerechtvaardigd vindt. Zelfs in Navo-lid Turkije oordeelt 31 procent nog zo. In Europese landen neemt het vertrouwen in de VS gestaag af. Zelfs maar de helft van de Britten ziet de Amerikaanse 'oorlog tegen het terrorisme' als oprecht. De VS hebben daarmee kennelijk de solidariteit verspeeld die alom met de Amerikanen werd gevoeld na de aanslagen van 11 september 2001.

En de leiders van de oorlog tegen terrorisme zijn ook de solidariteit van hun volk deels kwijtgeraakt. Het meest dramatisch natuurlijk in het geval van de Spaanse ex-premier Aznar, al werd zijn partij bij de verkiezingen vooral afgestraft voor manipuleren van berichtgeving over de aanslag, niet voor deelname aan de Irak-oorlog. Ook George Bush en Tony Blair krijgen zware kritiek op hun informatieverstrekking; de eerste kan het daarmee lastig krijgen bij de verkiezingen dit najaar.

Voor Bush en Blair zal veel afhangen van het verdere verloop van de gebeurtenissen in Irak. Want daar hangt ook het eindoordeel over de invasie van af. Nu de internationale repercussies beperkt zijn gebleven en vooralsnog weinig effecten te zien zijn in het Midden-Oosten of in de strijd tegen het terrorisme, blijft Irak over. En ondanks de aanslagen, het gebrek aan stabiliteit, meer dan achtduizend burgerdoden en een precaire discussie over de politieke toekomst, slaat de balans daar door het verdwijnen van Saddam nog positief uit. Het is voor iedereen te hopen dat dat zo blijft.

mailIcon print |