De voorstellen van Thom de Graaf om het kiesstelsel te wijzigen zijn veel te ingewikkeld. Waarom niet gewoon meeste stemmen gelden?
In het kiesstelsel dat het kabinet voorstaat mogen we voortaan bij verkiezingen twee stemmen uitbrengen: één stem op een landelijke partij en een op een districtskandidaat. Dit moet er voor zorgen dat er meer politici met een eigen mandaat verkozen worden, in plaats van dat zij binnenkomen op de slippen van de lijsttrekker.
Dat zal inderdaad gebeuren, maar de eerste vraag is of dat niet een compleet kunstmatig mandaat is. Mensen moeten hun stem immers wel uitbrengen op een districtskandidaat. Bovendien is het vrij onzinnig om in een klein land als Nederland het regionalisme in de politiek te willen invoeren. Waar we te maken hebben met een steeds groter en belangrijker Europa, is onduidelijk waar de behoefte aan West-Overijsselse volksvertegenwoordigers vandaan komt. Eerder zal men in Nederland behoefte hebben aan charismatische en sterke politici, of die nu uit Rotterdam of Venlo komen. Bovendien: in Duitsland heeft het gemengde stelsel niet geleid tot meer betrokkenheid of een hogere opkomst bij de verkiezingen.
Een gemengd stelsel zal leiden tot een merkwaardige situatie in de verschillende fracties en daaruit voortvloeiend juist tot teleurstelling bij de burger. De gekozen districtskandidaat is zowel loyaal aan zijn partij als aan zijn eigen district. Zeker wanneer hij afkomstig is uit een district waar maar weinig zetels te vergeven zijn, levert dit problemen op. Daar zal de kandidaat er immers voor moeten zorgen, ook kiezers van andere partijen achter zich te krijgen. üf de stemmers op zijn partij, óf zijn districtsachterban zullen bij tijd en wijle teleurgesteld achterblijven. Dit zal het vertrouwen in de politiek meer kwaad dan goed doen.
Ook in de fracties zelf zullen zich problemen voordoen. Districtskandidaten hebben, in ieder geval in theorie, een ander belang dan kandidaten die via de landelijke lijst in de kamer zijn gekomen. Afsplitsingen en interne ruzies zullen het gevolg zijn. En ook dit zal het vertrouwen in de politiek geen positieve impuls geven.
Een groot nadeel van een districtenstelsel is bovendien het winner takes all-principe. Wanneer een regio maar twee zetels te vergeven heeft, maken kleine, maar ook middelgrote partijen een zeer kleine kans om namens de regio in de Tweede Kamer te komen. Voor de 'toppers' in die partijen zal het weinig aantrekkelijk zijn zich in dergelijke districten kandidaat te stellen. Zij zullen wijselijk kiezen voor een plek op de landelijke lijst. Deze uitkomst druist echter regelrecht in tegen de bedoelingen van het kabinet. De meest kleurrijke en aansprekende politici bij deze partijen zullen er veelal -terecht- voor kiezen juist niet een eigen achterban te creëren.
Het is alles overziend onbegrijpelijk dat het kabinet niet kiest voor een veel eenvoudiger oplossing: meeste stemmen gelden, oftewel: schaf de voorkeursdrempel af. De zetels per partij zullen dan worden ingenomen naar volgorde van het aantal stemmen dat de kandidaten van die partij hebben behaald en niet naar volgorde op de lijst. Iedere kandidaat op de lijst is dan gedwongen om een eigen achterban te creëren, want een plek op de lijst garandeert niets meer. Alleen voldoende steun onder het volk is een garantie voor een zetel.
Afschaffen van de voorkeursdrempel zou in de huidige situatie tot gevolg hebben gehad, dat bij de VVD acht mensen die nu niet (direct) in de Tweede Kamer kwamen, er zonder voorkeursdrempel wel in waren gekomen. Onder hen zijn kandidaten die fors meer stemmen behaalden dan personen die nu wél in het parlement zitten. Aan te nemen valt, dat dit effect bij het wegnemen van de voorkeursdrempel alleen maar groter zal worden, aangezien het aantrekkelijker en noodzakelijker wordt een voorkeurscampagne op te starten. Achterover leunen is er dan niet meer bij.
Wil het kabinet de democratie echt revitaliseren, dan zal het moeten kijken naar een veel eenvoudiger oplossing dan nu en terug moeten gaan naar het beginsel van de democratie: de meeste stemmen gelden. Aan regionalisme heeft niemand behoefte, aan sterke politici die bereid zijn een eigen achterban te creëren in het héle land des te meer.
Eric van der Burg is fractievoorzitter van de VVD-gemeenteraadsfractie in Amsterdam.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.