Veel planten bloeien door totdat de vrieskou er een einde aan maakt. Omdat het in de stad altijd een paar graden warmer is dan daarbuiten, blijven planten daar langer in bloei. Dat geldt met name voor de vorstgevoelige soorten zoals de zwarte nachtschade (op de foto de beklierde ondersoort, die vooral in steden te vinden is), knopkruid, ijzerhard en de melkdistels. Veel tuinplanten zijn er ook bij, zoals rozen, goudsbloem, chrysant, gevlekte dovenetel, kleine maagdepalm en zelfs nog wat witte trosjes van de Chinese bruidssluier. In een tuin zag ik de laatste bloemen aan de van een balkon afhangende guirlandes van de blauwe passiebloem.
Bloeiers in de polder zijn de verschillende soorten kamille, kruiskruid, rode klaver, vogelmuur, gewone hoornbloem, kool- en raapzaad, witte en paarse dovenetel, duizendblad, berenklauw, peen, madeliefje, straatgras, herderstasje, groot kaasjeskruid, boerenwormkruid en paardebloem. In het bos bloeien nog gewoon nagelkruid, dagkoekoeksbloem en robertskruid.
In deze dagen is er drukke trek van grauwe ganzen. In schuine of in V-linies vliegen de vogels gewoonlijk in de vroege morgen uren over. De meeste grauwe ganzen brengen de winter door in Engeland, Ierland, Spanje en Portugal. Er trekken nu ook veel kramsvogels door, lijsters uit het noorden, iets groter dan een merel, met kastanjebruine rug en vleugels en blauwgrijs op kop en stuit. Vooral in de duinen pleisteren ze in clubjes om zich overdag te goed te doen aan de duindoornbessen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.