AMSTERDAM - De strijd om de Iraakse stad Falloedja, westelijk van Bagdad, is losgebarsten. Na een hevig bombardement trokken zo'n vierduizend Amerikaanse militairen de stad binnen, die sinds ongeveer een halfjaar openlijk in opstand is. De eerste dag vielen er al tientallen doden.
De operatie, die de naam Phantom Fury heeft gekregen, tegen het bolwerk van verzet, begon nadat de Iraakse premier Ijad Allawi daarvoor officieel toestemming had verleend. De Amerikanen staan tegenover strijdgroepen van verschillende signatuur, die waarschijnlijk ongeveer vijfduizend man op de been kunnen brengen.
Inzet van de strijd vormen de verkiezingen, die de Iraakse voorlopige regering en de Amerikanen in januari willen organiseren. Om de stembusgang mogelijk te maken zullen ze ruim 20 opstandige steden moeten bezetten in het soennitische gebied ten noordwesten van Bagdad. Met als 'kop van de adder' Falloedja, waar de Amerikanen vanaf de nederlaag van Saddam Hoessein in april 2003 de grootste problemen hebben ondervonden.
Het offensief zal 'tijd vergen en hard zijn', zei de Amerikaanse minister van defensie, Donald Rumsfeld, gisteren in Washington. De minister onderstreepte ook dat de militaire opmars ,,absoluut afgemaakt'' zal worden en dat er nu geen ruimte meer is voor onderhandelingen met de rebellen.
De Amerikanen bestookten de door burgers al grotendeels verlate stad gisteren met artillerie en met gevechtsvliegtuigen en helikopters. In de stad is het water en de stroom afgesloten. Amerikaanse manschappen begonnen hun actie met de inname van twee bruggen over de Eufraat en een ziekenhuis aan de westzijde van de stad. Door deze acties vielen al zeker veertig doden.
Premier Allawi nam op zijn beurt aanvullende maatregelen zoals de sluiting van de internationale luchthaven bij Bagdad voor 48 uur en de voorlopige sluiting van de grenzen met Jordanië en Syrië. Allawi wil daarmee voorkomen dat 'terroristen' de wijk kunnen nemen naar het buitenland. In Falloedja is sinds gistermiddag een uitgangsverbod van kracht.
De opstandelingen kregen aan de vooravond van de afrekening bemoedigende woorden uit Saoedi-Arabië. Een groep van 26 Saoedische geestelijken deelde de Iraakse bevolking mee dat ze een godsdienstige plicht had om de opstand te steunen. Daarentegen verketterden ze samenwerking met de Amerikanen en de Iraakse regering als haraam, zwaar verboden. Wel kregen ze de opstandelingen de raad om niet langer onderdanen van landen te vermoorden, die niet meedoen aan de bezetting.
Voor de Amerikanen is het een nieuwe aanwijzing dat ook Saoedi-Arabië zich tot een groot probleem kan ontwikkelen. Het is overigens de vraag of de opstandelingen in Falloedja blij moeten zijn met de Saoedische aanmoedigingen want de sji'itische meerderheid in Irak moet weinig hebben van het extreem-soennitische Saoedi-Arabië.
VERVOLG OP PAGINA 7
Verzet Irakezen sterk verdeeld
FALLOEDJA VERVOLG VAN PAGINA 1
Het verzet zal alleen kunnen winnen als de soennitische en sji'itische polen ervan én vuist kunnen maken. Nu en dan zijn er aanzetten tot zo'n ontwikkeling geweest maar het wantrouwen blijft. Toen er afgelopen zomer een Amerikaanse militaire operatie dreigde tegen de sji'itische heilige stad Nadjaf was er op radicale soennitische Internetsites verdeeldheid. Een deel van de inzenders riep op Nadjaf te steunen, anderen beschreven de heilige stad op een manier, waarop 'papenhaters' vroeger tekeer gingen tegen het Vaticaan.
Nu het soennitische Falloedja aan de beurt is maakt eenzelfde tweeslachtigheid zich meester van sji'ieten, ook diegenen, die tegen Amerika zijn. Alle verzet is welkom maar ze zijn niet vergeten dat Falloedja een broeinest was van Saddamgetrouwe milities en geheime diensten, plegers van gruwelijke genocides.
Een deel van het huidige verzet in Falloedja en andere soennitische steden is het werk van de vroegere geheime diensten. Daarnaast zouden er enige duizenden strijders uit de rest van de Arabische wereld zijn. Er zijn gewapende, Iraakse islamitische strijdgroepen. Tenslotte is er nog een minder politiek getinte groep, die bloedwraakrekeningen wil vereffenen met de Amerikanen. Het zijn mensen, van wie familieleden al dan niet per ongeluk of opzettelijk door de Amerikanen zijn gedood, zonder dat er genoegdoening is geweest.
In Falloedja zouden er zo'n vijfduizend strijders zijn, samengesteld uit dat allegaartje. Irak zelf kan daar maar weinig tegenover plaatsen. Er lopen inmiddels weer ruim honderdduizend Irakezen in een uniform rond, of ze worden geacht dat te doen, maar slechts een kleine tienduizend zouden in staat zijn tot een serieus gevecht. Amerika zal daarom de klus grotendeels zelf moeten klaren.
Wel probeert de Iraakse regering stammen en clans los te weken uit het verzet. Het is moeilijk na te gaan of dat lukt, al was er op zeker moment een soort revolte tegen onthoofder Al-Zarkawi, de Jordaanse terroristenleider. Diens weerzinwekkende video's van executies wekken ook in Irak afschuw. Ze zouden misschien uiteindelijk nog wel het scherpste wapen tegen het verzet kunnen worden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.