Geen deltawerken, geen beelden van de Rotterdamse haven en ook geen bollenvelden of Amsterdamse grachten. Dat wilde Frits Gierstberg, hoofd tentoonstellingen van het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam, allemaal niet laten zien. Maar wat dan wel, als je Chinezen die weinig tot niets weten van Nederland, toch een indruk wilt geven van dit land en zijn (sociale) landschap?
Twee maanden geleden kreeg Gierstberg een telefoontje of hij een tentoonstelling van Nederlandse fotografie wilde organiseren tijdens het internationale fotofestival in Pingyao in China (16-22 september). Het is de eerste keer dat het festival om een Nederlandse bijdrage vraagt. Niet alleen de voorbereidingstijd was beperkt, ook het budget was minimaal, vertelt Gierstberg, een paar uur voordat hij op het vliegtuig zal stappen naar Pingyao, dat op enkele uren vliegen ligt van Peking. Sinds 2001 vindt hier het enige internationaal georiƫnteerde fotografiefestival van China plaats. Vandaag wordt het festival geopend: het omvat tachtig tentoonstellingen met werk van meer dan 150 fotografen. Een deel van de exposities is aan de hedendaagse Chinese fotografie gewijd. Daarnaast hebben curatoren uit onder meer Taiwan, India, de VS, Duitsland, Finland, Korea en Nederland een tentoonstelling samengesteld.
Bij de selectie van Dutch Scenes is Gierstberg ervan uitgegaan dat het voor veel Chinezen niet alleen de eerste kennismaking is met fotografie uit Nederland, maar ook met Nederland als land. ,,Ik wilde zonder te vervallen in de stereotiepe plaatjes een beeld geven van Nederland waarin zichtbaar wordt hoe de bewoners van dit dichtbevolkte, rijke en hoogontwikkelde maar ook overgeorganiseerde land hun vrijheid en vrije tijd invullen.'' Gierstberg koos voor het werk van de fotografen Otto Snoek, Bas Princen, Hans Eijkelboom, Gertjan Kocken en Hans van der Meer. Bij elkaar geven hun fotoseries een mooi 'alternatief' beeld van het Nederlandse landschap, vindt Gierstberg. En ze verwijzen ook nog eens met een knipoog naar het thema van het festival: Beschaving en ontwikkeling.
Van Gertjan Kocken zijn 'landschappen' te zien uit zijn serie 'Tippelzones', waaronder de afwerkplek aan de Keileweg in Rotterdam. Van Hans van der Meer hangen er foto's uit 'Hollandse velden', een project over amateurvoetbal. Bas Princen selecteerde beelden uit zijn boek Artificial Arcadia, waarin zichtbaar wordt hoe Nederlanders het landschap soms in letterlijke zin gebruiken voor hun hobby's. Princen fotografeerde onder meer vogelaars, surfzeilers en mensen die de duiksport beoefenen in zandafgravingen. Otto Snoek laat zien dat winkelen een geliefd tijdverdrijf is in Nederland. Koopjesjagers die elkaar verdringen tijdens de 'dwaze' dagen van de Bijenkorf vormen onder meer het onderwerp van zijn inzending. Hans Eijkelboom gaat al meer dan tien jaar bijna dagelijks de straat op om foto's te maken van voorbijgangers. Daarbij gaat hij thematisch te werk: de ene keer fotografeert hij alleen mensen met een groene jas, de volgende keer vrouwen met een buggy. Zijn foto's geven van de vijf inzendingen de meest nauwkeurige indruk van het alledaagse leven in Nederland.
Gierstberg erkent dat het werk van deze fotografen geen nauwsluitende beeld geeft van Nederland en de Nederlandse fotografie. Maar alle vijf presenteren ze -vaak met de nodige ironie- wel zo'n specifieke kijk op het sociale landschap, dat hun foto's in ieder geval de nieuwsgierigheid van de Chinezen zullen prikkelen. Gierstberg: ,,Misschien ontdekken de Chinezen zo toch wie de Nederlanders zijn en waar ze zich mee bezighouden als inwoners van een hoogontwikkeld maar ook overgeorganiseerd land.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.