*

 

Alarmfase oranje

Esther Bijlo − 16/09/04, 00:00

,,Voetbal is oorlog'', zei coach Rinus Michels ooit. Er zijn ernstige voetballiefhebbers en aperte sporthaters geweest die dat volmondig beaamd hebben, of het nu ging om de verloren finale van 1974 of om supporters die elkaar te lijf gingen. Voor de meesten klonk het toen al lichtelijk overdreven om het spel van 22 mannen en een bal 'oorlog' te noemen, hoe groot de belangen soms ook zijn. Op dit moment klinkt zo'n woord al helemaal als zwaar geschut. De spreekkoren, zoals bij ADO tegen Ajax afgelopen weekeinde, zijn beledigend maar oorlog is weer wat anders.

Oorlog is nu 'alarmfase oranje of rood', een eenzame moslim bij de Oosterscheldedam en gevonden bouwtekeningen onder de bedden van nog bijna puberende jongens. Oorlog is op dit moment 'dreigend terrorisme'. Dat gevaar is volgens het kabinet zo groot dat de toestand vergelijkbaar is met een oorlogssituatie. Daar horen passende maatregelen bij, zoals het makkelijker kunnen aftappen van telefoons, en een superminister tegen terreur in de vorm van minister Donner van justitie.

Het Nederlandse kabinet staat niet alleen. Overal in de wereld treffen regeringen maatregelen. Er worden 'jongemannen' gearresteerd die aanslagen zouden beramen, de Britten leren van Blair wat te doen als er een bom ontploft en de Amerikanen zijn intussen gewend geraakt aan extra bewaking op straat en luchthavens. De Brits-Nederlandse sinoloog Ian Buruma denkt dat het Westen nog het nodige aan terroristische acties kan verwachten, zo zei hij afgelopen zaterdag in een interview in de Verdieping.

Toch is de kans groot dat degenen die bij Rinus Michels al de schouders ophaalden, nu ook verbaasd zullen opkijken. Oorlog? Is dat niet wat paniekerig? Iedereen kijkt naar buiten en ziet niets. Burgers kunnen weinig met zulke grote woorden. Ze schrikken even, en gaan dan weer over tot de orde van de dag. Er blijft hooguit een op de achtergrond zeurend onaangenaam gevoel over.

Dat komt omdat de bijbehorende informatie ontbreekt. We krijgen niet te horen waarom nu een vergelijking met oorlog gerechtvaardigd is. Dat is aan de ene kant wel logisch. Veiligheidsdiensten en politie kunnen niet zomaar vergaarde kennis bekendmaken. Maar als het de bedoeling is dat inwoners van Nederland waakzaam worden en zelf 'iets doen' dan schiet het stevige taalgebruik zijn doel voorbij.

Dat bleek in juli toen het kabinet een soort terreuralarm liet uitgaan. Volgens minister Remkes van binnenlandse zaken was de toestand toen 'geel met een vleugje oranje'. Die kleurencombinatie had hij zelf verzonnen want Nederland kent geen kleurenwaaier voor terreurdreiging. Er ontstond meteen grote verwarring over. Niemand bleek te weten wat precies te doen bij half oranje en waarom eigenlijk. Ook de Tweede Kamer was niet op de hoogte. De minister wist het zelf eigenlijk ook niet precies, want na het afkondigen van het alarm werd hij in een supermarkt gesignaleerd om onbekommerd een paar boodschappen te doen.

De landen van de Europese Unie hebben deze zomer overlegd over een Europees waarschuwingssysteem. Ze constateerden toen dat waarschuwen voor terreuraanslagen tot onnodige paniek kan leiden. Wat alarmfase oranje of rood precies zou moeten betekenen, bleef ook hun onduidelijk. Dan maar geen alarmsysteem, vonden de EU-landen.

Alarmeren heeft alleen zin, als daar een duidelijke oproep aan toegevoegd wordt. 'Let op onbeheerde plastic tassen', bijvoorbeeld. 'Of neem niet de metro, maar ga lopen.' 'Oranje' of 'rood' kan voor de politie het signaal zijn om ergens extra bewaking heen te sturen. Maar wie de Oosterscheldedam bezoekt en daar een Marokkaans ogende toerist met een videocamera treft, blijft in onaangename verwarring achter. De politie bellen? Of de man de geschiedenis van de strijd tegen het water uit de doeken doen?

mailIcon print |