In de handel is Europa een grote mogendheid, maar in de buitenlandse politiek hoort niemand het piepstemmetje van Brussel. Bieden soldaten met de blauwe Europese vlag op de mouw uitkomst?
Minister Henk Kamp van defensie gelooft erin. ,,Als je je buitenlands beleid met defensie kracht bij kunt zetten, dan boek je een flinke vooruitgang.'' Zijn Franse collega Michèle Alliot-Marie zegt het wat beeldender: ,,Wat betekenen onze grote woorden over mensenrechten als we die niet met wapens willen ondersteunen?''
Het zijn niet langer vrome wensen. Europa lijkt ineens ernst te maken met het al jaren oude voornemen om eigen militaire macht te vormen. De komende dagen vergaderen de Europese ministers van defensie daarover in Noordwijk. Henk Kamp heeft de leiding. Het is een informele vergadering. Dat wil zeggen dat er geen besluiten worden genomen. Dat kan pas op een formele bijeenkomst in november, kort voordat het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie ten einde loopt. ,,Ik ga nu de ministers duidelijk maken wat we in november willen bereiken'', zegt Kamp strijdbaar. ,,In 2010 moet Europa snel kunnen reageren op een crisis in de wereld. We moeten soldaten kunnen sturen, om humanitair in te grijpen, om de vrede te handhaven maar ook om met geweld vrede af te dwingen.''
Het zijn woorden die wel vaker gesproken zijn in het verleden. Ooit spraken de Europese ministers af om al in 2003 eurosoldaten op de been te hebben. Dat jaar ging voorbij, en niemand heeft een soldaat gezien. En nu dus 2010 als streefjaar. Kamp: ,,Je hebt in Europa altijd een wenkend perspectief nodig. Het moet wervend zijn. Daarom stellen we nu nieuwe doelen, hoewel de oude nog niet zijn gerealiseerd.''
Zo kort na de verlammende ruzie in Europa over Irak, lijkt een Europese defensiemacht opnieuw te hoog gegrepen. Hoe zouden de 25 EU-landen het ooit eens kunnen worden over gewapend ingrijpen in de wereld? Maar misschien heeft die ruzie de Europese regeringen juist tot het inzicht gebracht dat de Verenigde Staten nooit naar hen zullen luisteren zolang ze militair niets voorstellen.
Op de achtergrond knaagt ook nog de beschamende herinnering aan de oorlogen op de Balkan, de achtertuin van de Europese Unie. In 1995 en 1999 zaten de Europese regeringen met de handen in het haar omdat ze de Amerikanen nodig hadden om het geweld op de Balkan te laten stoppen. De belangrijkste militaire beslissingen werden ook door de Amerikanen genomen. Want als de Amerikanen uit vechten gaan, vertrouwen ze alleen op zichzelf. Dus zelfs aan de buitengrenzen van de EU konden de Europeanen niets zelf oplossen.
Vooral de Fransen waren in hun trots gekrenkt. Ze droomden al langer over een Europese militaire macht. Maar dat sloeg niet aan bij de rest van Europa, dat helemaal vertrouwde op de Navo en dus op de Amerikanen-die daar baas boven baas zijn.
Het keerpunt was in 1998. Tot ieders verrassing besloten Frankrijk en Groot-Brittannië dat ze de handen ineen moesten slaan om Europa een eigen defensie te geven. Duitsland was er ook bij, omdat de Fransen nu eenmaal graag hun Europese zaken met de Duitsers doen. Maar militair is Duitsland een reus op lemen voeten met zijn leger vol dienstplichtigen.
De kracht van de afspraak kwam van de Fransen en de Britten, militair de sterkste landen van Europa. De andere Europese landen hebben het idee aanvaard. Frankrijk is tevreden. Minister van defensie Michèle Alliot-Marie: ,,Tien jaar geleden werd een Europese defensie een utopie genoemd, vijf jaar geleden was het alleen een onderwerp voor vrijblijvende discussie, en vandaag wordt het werkelijkheid.''
Nou ja, er zijn nog wat hobbeltjes te nemen. De kern van de voorstellen die vandaag en morgen in Noordwijk op tafel liggen zijn de zogeheten battle groups, de gevechtsgroepen die de EU de wereld in wil kunnen sturen. De EU-landen worden dringend uitgenodigd zulke groepen van zo'n 1500 soldaten te vormen.
Frankrijk en Groot-Brittannië zijn mans genoeg om op eigen houtje Europese gevechtsgroepen te vormen. Middelgrote landen zoals Nederland schurken zich tegen de grote aan om mee te mogen doen. Duitsland wil wel met Nederland, want ze hebben al zoveel samengewerkt dat er voldoende vertrouwen is. Maar Nederland wil ook met de Britten op stap. Nederlandse mariniers oefenen al ruim veertig jaar lang met hun Britse collega's in het bestormen van vijandelijke kusten. Nu willen ze ook wel eens in het echt met de Britten de branding in. Maar Londen houdt die boot nog af. de Britten zullen in Noordwijk minzaam rondkijken welke andere landen zichzelf in de aanbieding doen.
Maar wat moeten al die kleine landen van Europa? Met zijn allen in een of twee battle groups is geen goed idee, daar is iedereen het wel over eens. Maximaal drie landen per groep, anders wordt het een zootje. Maar drie kleintjes maken militair weinig klaar. Hoe dan ook streeft minister Kamp naar zoveel mogelijk deelnemers. ,,Dan krijgen ze ook belang bij de doelen. Iedereen heeft er dan belang bij de battle groups serieus te nemen, want ze kunnen worden uitgezonden.''
Een andere kopzorg is hoe de Europese defensiemacht zich verhoudt tot de Navo. De Verenigde Staten zijn wantrouwig, vooral omdat de Fransen zo tevreden doen. Washington en Parijs kunnen nog altijd maar moeilijk door één deur. Maar de Europese ministers roepen in koor dat hun battle groups juist goed zijn voor de Navo. ,,Ze zijn een versterking van de Navo'', zegt Kamp. ,,Er komt lucht voor Amerika. Dus dat kan ook een verbetering van de relatie betekenen.'' Ook Michèle Alliot-Marie probeert de Amerikanen te sussen: ,,Een sterke Europese defensie versterkt ook de Navo.''
Uit Franse mond klinkt liefde voor de Navo wat vreemd. Sinds jaar en dag houdt het eigenzinnige Frankrijk zich buiten het militaire topstructuur van de Navo, omdat het niet overheerst wil worden door Amerikaanse generaals. Maar de Franse minister vindt dat Frankrijk toch genoeg voor de Navo doet. ,,We zijn nummer drie of vier met de hoogte van onze financiële bijdrage aan de Navo'', zegt ze. ,,We zitten in de leiding van de Navo-operaties in Afghanistan en Kosovo. We hebben ons beschikbaar gesteld voor de eerste vier snelle-reactie-eenheden van de Navo. We zijn dus een trouw lid.''
Om de Amerikanen gerust te stellen is ook afgesproken dat de Navo altijd het eerst aan de beurt komt als de Verenigde Naties om militaire actie vragen. Pas als de Navo (de Amerikanen dus) er geen zin in heeft, komen de Europese gevechtsgroepen in beeld.
Soms kan een militaire klus in de wereld ook bij uitstek geschikt zijn voor de Europese troepen, denkt de Franse minister. ,,Karakteristiek voor onze soldaten is het contact met de plaatselijke bevolking. We hebben veel uiteenlopende volkeren in Europa, dus daardoor hebben we misschien meer respect voor andere gebruiken en gewoonten. De bevolking ontvangt ons vaak beter. Dat maakt later de overgang van een militaire naar een civiele situatie makkelijker.''
De kracht van de betrekkelijk kleine Europese gevechtstroepen moet de snelheid zijn. Binnen de 25 dagen moeten ze ter plaatse zijn, dat is het doel. Maar hoe snel kunnen de 25 Europese regeringen, die merendeels wat huiverig zijn voor de boze buitenwereld, beslissen om hun mensen het geweld in te sturen? Parlementen zullen waarschijnlijk hun zeggenschap over uitzendingen moeten inleveren, zodat de regeringen sneller zaken kunnen doen met elkaar.
Ondanks het plotselinge enthousiasme in Europa voor eigen gevechtsgroepen, zijn er nog veel beren op de weg. Minister Kamp is van plan heel concreet te werken aan de problemen. ,,Er waren altijd veel goede bedoelingen, maar als het concreet moest worden dan draaide iedereen om elkaar heen. Nu gaan we heel precies vaststellen wat de situatie is, wat iedereen zou kunnen doen. Ik wil standaarden en criteria aanreiken, zodat we elkaars voortgang kunnen controleren.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.