Tibetanen, heb ik me laten vertellen, vieren nooit hun individuele verjaardag. Ze doen dat collectief. Een dag in het jaar is iedereen tegelijk jarig. Gefeliciteerd allemaal! Jullie ook! Tibetanen vinden dat het ego ons al genoeg parten speelt en dat je dat ding niet nog eens centraal moet stellen en met presentjes moet overladen. En dit louter en alleen omdat je ooit ergens op de wereld bent gekomen.
Tibetanen zouden niet in Nederland kunnen aarden waar het verjaardagisme de meest benauwende en nutteloze institutie is die er bestaat. Van de dwingelandij van de kalender op het toilet met zijn ontelbare dictaten tot de zondagse files veroorzaakt door al die honderdduizenden mobiele en verbeten verjaardagisten. Waarom toch moest ome Jan in Lewedorp gaan wonen en tante Truus in Oudemirdum? Toen ik lang geleden in dit land arriveerde werd ik door een horde wilde autochtonen subiet ingesloten: voor ik het wist stond ik in die beruchte kring te stikken onder de ongewenste felicitaties. Een verschrikkelijk lange zit vol koetjes, kalfjes, ditjes en datjes volgde erop. Het Nederlands nog niet machtig, kon ik me na afloop van al die nutteloze conversaties maar twee uitdrukkingen herinneren, omdat ze bij aankomst en vertrek van de gasten de sleutels tot mijn martelaarschap bleken te zijn: 'Gefeliciteerd' en 'het was gezellig'. Van dat jaar 1977 stamde mijn beslissing om voortaan iedere 24 november even van de aardbodem te verdwijnen. Ik weet dat ik niet de enige ben die hiervan gruwt. Neem die arme Remco Campert, die afgelopen maandag letterlijk doodgeknuffeld werd door een meute opdringerige gasten, flauwviel en naar het ziekenhuis moest worden afgevoerd. Hoewel Remco, die een nette man is, het nooit zal toegegeven om niemand te krenken, moet hij wel met angst en beven deze monsterlijke viering van zijn 75ste geboortedag op hem hebben zien afkomen. Bewust of onbewust liet hij het toch wel merken door op de funeste dag een Volkskrant-column te publiceren onder de titel 'Geen trek': 'Ik zit nu al uren op mijn stoel, voel me eigenlijk niets. Binnen in me suist het een beetje. Dit is wel erg minimaal. (...) De stoel houdt me vast. Ik heb geen zin om mijn best voor mezelf te doen.' Is dit de taal van iemand die zich verheugt op wat komen gaat? Nee, dit zijn de woorden van de veroordeelde tot andermans egocentrische behoeftes. Met z'n 300 (driehonderd!) kwamen ze met gestrekte arm en ontblote tanden op de onfortuinlijke dichter af in de Kleine Komedie, terwijl de boel ver-schri-k-ke-lijk werd opgehitst door de nepleeuw van de Postbank. Noem je dit vrienden? Ze hebben hem bijna vermoord!
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.