*

 

Nederland hoort tot de subtop

Gertie Schouten − 16/09/04, 00:00

Welvaartsstaat Nederland functioneert heel behoorlijk, als je het vergelijkt met met andere westerse landen. Volgens een studie van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) scoren alleen Finland, Denemarken, Luxemburg, Zweden en Oostenrijk beter.

Met zijn zesde plaats laat Nederland alle grote EU-lidstaten achter zich, net als de Verenigde Staten, Canada en Australië. De SCP-studie is een afweging van uiteenlopende factoren: economische groei, spreiding van de welvaart, criminaliteit, onderwijs, gezondheidszorg en kwaliteit van de publieke sector.

De studie is verricht op verzoek van het ministerie van binnenlandse zaken met het oog op het Nederlandse EU-voorzitterschap, dit halfjaar. ,,Het functioneren van de publieke sector is soms onderwerp van felle debatten in Nederland. (...) Opiniepeilingen en statistieken geven aan dat publieke diensten veel te wensen overlaten, met wachtlijsten in de gezondheidszorg, personeelstekorten in het onderwijs en weinig opgeloste misdrijven'', aldus de onderzoekers.

Maar vervolgens komen ze tot de conclusie dat de Nederlandse situatie tamelijk gemiddeld is binnen West-Europa. Het verschil is groter met de Scandinavische landen, Zuid- of Centraal-Europa en andere westerse landen, zoals de VS.

Op onderwijsgebied valt op dat Nederlandse jongeren (van 15 jaar) gemiddeld beter kunnen lezen en rekenen dan hun leeftijdgenoten in welk ander westers land ook. Of ze uit hoog- dan wel laagopgeleide, rijke dan wel arme gezinnen komen maakt nauwelijks uit. De sociaal-economische achtergrond heeft meer invloed in Duitsland, Groot-Brittannië en België. Anderzijds breekt een relatief groot deel van de Nederlandse jongeren zijn opleiding af zonder diploma, wellicht vanwege de scherpe keuze die er al vroeg voor een bepaald schooltype moet worden gemaakt, opperen de onderzoekers. In het algemeen lijken brede schoolsystemen beter te werken, al levert het Nederlandse systeem ook redelijk tot goede resultaten op, constateren ze. In Centraal- en Oost-Europa zijn de uitgaven voor onderwijs en het opleidingsniveau sowieso veel lager.

Het probleem van de wachtlijsten in de gezondheidszorg is in Finland, Groot-Brittannië, Spanje, Denemarken en Zweden vergelijkbaar met of erger dan in Nederland; anderzijds bestaat het niet in Oostenrijk, België, Frankrijk, Duitsland en Luxemburg. Volgens door het SCP geciteerde cijfers hebben Nederlanders ,,tamelijk veel vertrouwen'' in de gezondheidszorg, bovendien voelen Nederlanders zich gezonder dan de meeste andere Europeanen.

Op het gebied van de criminaliteit is het beeld gemengd en gemiddeld. Relatief veel Nederlanders worden bestolen, maar wat betreft gewelddadige misdrijven is ons land niets bijzonders. Met uitzondering van Amsterdam, de stad van West-Europa waar de meeste moorden worden gepleegd. Praag, Warschau, Bratislava en de Baltische hoofdsteden Tallinn en Vilnius scoren overigens stukken slechter.

De werkloosheid in Nederland is niet verontrustend en nog altijd ruim onder het gemiddelde in de EU, ook als de nieuwe lidstaten buiten beschouwing worden gelaten. Dat de werkloosheid deels verborgen is aangezien er zoveel WAO'ers zouden zijn, blijkt uit SCP-cijfers over de arbeidsparticipatie in ieder geval niet: die is een van de hoogste in de Europese Unie.

Voor hun weging van het functioneren van de publieke sector in 29 onderzochte staten hebben de SCP-onderzoekers vier categorieën gecreëerd, die in de grafiek zijn weergegeven (een aantal staten ontbreekt, omdat geen volledige informatie beschikbaar was).

De eerste -stabiliteit en economische groei- omvat mede gegevens over inflatie, werkloosheid en het begrotingstekort; de tweede -verdeling van de welvaart- betreft het armoedecijfer. Onder de derde categorie -toegankelijkheid van onderwijs en gezondheidszorg- vallen onder meer cijfers over analfabetisme, levensverwachting, én ook criminaliteitscijfers. De vierde -kwaliteit van de publieke sector- is gebaseerd op gegevens over bureaucratie, transparantie, effectiviteit en corruptie. Elke categorie is goed voor een bepaalde score.

Dat het om een wat arbitrair systeem gaat geven de onderzoekers zelf toe, al zijn ze uitgegaan van ,,conventionele categorieën''. Is Nederland dit keer zesde, in enigszins vergelijkbare onderzoeken van de Europese Centrale Bank en de Wereldbank komt ons land uit op de derde, respectievelijk eerste plaats, zo wijzen ze nog even.

mailIcon print |