*

 

Chinees Volkscongres wint langzaam aan invloed

Leonoor Kuijk − 06/03/04, 00:00

* Het Chinese parlement, dat eens per jaar bijeenkomt, begon gisteren in Peking zijn vergadersessie in de imponerende Grote Hal van het Volk. De bijeenkomst duurt tot zondag 14 maart. Het parlement, Nationaal Volkscongres genaamd, bestaat uit ongeveer drieduizend leden, die elke vijf jaar worden gekozen en waarin de diverse provincies en minderheidsgroeperingen vertegenwoordigd zijn.

Veel leden van het parlement ambiƫren dit baantje niet om kritische vragen te stellen bij het regeringsbeleid, maar omdat dit hen de kans biedt tegen de machthebbers aan te schurken, hetgeen politiek profijtelijk kan zijn. Zo zijn er veel vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties die op subtiele wijze beleid in de goede richting wensen te sturen.

Formeel is de regering verantwoording schuldig aan het Nationaal Volkscongres. In de praktijk bepaalt het Politbureau van de Communistische Partij het beleid en keurt het Nationale Volkscongres dit goed.

Toch lijkt de invloed van het parlement de laatste jaren iets toe te nemen. Niet doordat parlementsleden het regeringsbeleid ter discussie stellen, maar door thema's naar voren te brengen, die het Chinese volk zorgen baren. Buiten de uitgebreide agenda met wetsvoorstellen, zal het volkscongres ditmaal dan ook zelf de corruptie ter sprake brengen. Uit een internetenquête, gehouden in de aanloop van het volkscongres, bleek namelijk dat dít is waaraan de Chinezen zich het meeste storen. Meer dan 85 procent van de respondenten gaf dit spontaan aan. Parlementsleden neigen er verder in toenemende mate toe zich onafhankelijker op te stellen en via hotlines op speciale telefoonnummers en chatsessies op internet vooraf aan het congres daadwerkelijk de mening van het volk te peilen.

Onder de goed te keuren wetsvoorstellen zitten de al eerder aangekondigde plannen particulier eigendom te legaliseren en arme boeren te steunen met financiƫle maatregelen. Het opmerkelijkst is het voorstel de grondwet uit te breiden met de zin 'De staat respecteert en garandeert de mensenrechten'.

Sommige waarnemers zien dit als een teken dat de nieuwe leiders van China, president Hu Jintao en premier Wen Jiabao, oog hebben voor deze heikele kwestie. Critici menen dat de frase als bliksemafleider moet fungeren voor de buitenwereld en de eigen bevolking, en dat China onder mensenrechten vooral economische en sociale vrijheden begrijpt, maar niet vrijheid van meningsuiting of godsdienst.

In zijn toespraak ter opening van het volkscongres gaf premier Wen gisteren, ter illustratie van dat laatste, aan dat China 'de strijd wil verdiepen' tegen sekten. Een nauwelijks verhulde verwijzing naar de in China verboden geestelijke stroming Falun Gong.

mailIcon print |