*

 

Chinese groei kent vele scherpe kanten

Gijs Moes − 06/03/04, 00:00

De Chinese economie moet dit jaar wel groeien, maar niet té hard. Voldoende om de economische ontwikkeling op gang te houden, maar zonder dat sociale problemen, aanslagen op het milieu en stremmingen in de infrastructuur verder uit de hand lopen.

AMSTERDAM - Zeven procent groei, dat is de economische doelstelling voor dit jaar. De Chinese premier Wen Jiabao noemde het cijfer gisteren in Peking in een toespraak tot het Nationaal Volkscongres, het weinig invloedrijke parlement. Vorig jaar groeide de Chinese economie nog met ruim 9 procent, met alle sociale spanningen van dien. Een groot deel van de Chinese bevolking (in totaal 1,3 miljard mensen) is buitengesloten van de economische groei, met name de mensen op het platteland.

Wen kondigde meer investeringen in het platteland aan. Daarmee hopen de Chinese leiders in ieder geval te voorkomen dat de graanoogst opnieuw verder afneemt, net als in de afgelopen vijf jaar. Bovendien zegde Wen toe dat de belastingen voor boeren de komende vijf jaar verlaagd worden, om ze daarna helemaal te schrappen.

De hoge belastingen op allerlei activiteiten dwingen veel van de 900 miljoen arme boeren hun grond te verlaten en naar de steden te trekken. Daar groeien de massa's van werklozen steeds verder aan. Wen beloofde negen miljoen banen te scheppen in de steden en werk te vinden voor nog eens vijf miljoen ontslagen werknemers. Ook zei hij de loonachterstanden van de circa 85 miljoen boeren die nu in de bouw werken aan te pakken. Die achterstanden, ter waarde van ruim een miljard euro, zouden ,,binnen drie jaar'' opgelost moeten zijn.

Ondertussen neemt de welvaart van een groot deel van de Chinese bevolking gestaag toe. Het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking kwam vorig jaar voor het eerst boven de 1000 dollar, ruim 800 euro. Volgens analisten markeert dat bedrag de grens waarboven mensen in hun eerste levensbehoeften kunnen voorzien en geld gaan uitgeven aan luxe-artikelen. Vooral de werkende stedelijke bevolking in China wordt steeds rijker. Hun uitgaven kunnen de economische groei een extra basis geven, naast de investeringen door buitenlandse bedrijven en de export van Chinese producten.

Het inkomen van een Chinese boer bedraagt amper eenderde van wat een stedeling verdient. Minder dan 10 procent van de bevolking bezit inmiddels meer dan eenderde van de spaartegoeden. Maar de groeiende kloof tussen arm en rijk is slechts een van de problemen die de stormachtige economische groei in China met zich meebrengt. Ook het transport van mensen en goederen dreigt vast te lopen, omdat de wegen en spoorlijnen de toenemende mobiliteit nauwelijks aankunnen.

De energiecentrales in het zuiden van China hebben problemen met de aanvoer van steenkolen uit het noorden, wat weer leidt tot stroomstoringen. IJzererts blijft dagen, soms zelfs weken, in de havens liggen voor het naar de staalbedrijven vervoerd kan worden. De problemen in het transport veroorzaken prijsstijgingen, waardoor de inflatie dreigt op te lopen. Reden te meer voor de Chinese leiders om de economische groei binnen de perken te willen houden.

De aanslagen op het milieu die de snelle economische groei met zich meebrengt -ontbossing, uitputting van de grond en vervuiling door de industrie- zijn nog nauwelijks in hun volle omvang in kaart gebracht. Ook de vele ongelukken in de industrie, die dit jaar al honderden levens hebben geëist, vormen een bijkomend probleem van de economische boom.

Premier Wens boodschap heeft één ding duidelijk gemaakt: de Chinese leiders willen tenminste laten zien dat ze de arme boeren niet vergeten zijn. Maar of de Communistische Partij de economische ontwikkeling echt in rustiger vaarwater kan leiden, is zeer twijfelachtig. Na decennia van communistische plan-economie heeft de marktwerking de afgelopen jaren veel meer ruimte gekregen.

Het Volkscongres heeft zelfs, in een diepgaande breuk met meer dan vijftig jaar communistische praktijk, het privé-bezit toegestaan. Deze reeds eerder aangekondigde maatregel heeft tot weinig weerstand geleid -misschien omdat de armen al lang gewend zijn aan de glimmende auto's en de voortdurend rinkelende mobiele telefoons van hun rijkere landgenoten.

mailIcon print |