Het uitleveringsverzoek van Turkije tegen het vooraanstaande PKK-lid Nuriye Kesbir diende gisteren in het Haagse paleis van justitie. De Koerdische wil zich niet langer verstoppen en verwacht een 'faire beslissing' van de Hoge Raad.
DEN HAAG - Het paleis van justitie is voor de gelegenheid omgetoverd in een onneembare vesting. Tientallen agenten bewaken de ingang van het gebouw. Even zovele Koerden posteren zich bij het toegangshek. De hoofdpersoon voor wie de maatregelen getroffen zijn, Nuriye Kesbir, is al binnen.
Op de benedenetage neemt een agent de laatste details door met een parketwacht over hoe de vooraanstaande PKK'ster zal worden aangehouden. Want één ding staat vast: de 43-jarige Koerdische mag het justitiegebouw wel in, maar niet meer uit. De Hoge Raad had in oktober immers al haar aanhouding bevolen.
Kesbir lijkt uiterlijk onbewogen. Een uur voor de zitting is ze al present. Ze staat journalisten te woord alsof er niets op het spel staat en deelt kopietjes uit van een artikel uit NRC Handelsblad waarin ze is opgevoerd als 'PKK-kopstuk'. ,,Maar dat ben ik niet'', laat ze via haar tolk weten. Later, tijdens de zitting, doet ze dan ook haar best de Hoge Raad ervan te overtuigen dat ze binnen de presidentiële raad van de PKK enkel de belangen behartigde van Koerdische vrouwen.
Eenmaal in de rechtszaal komt direct de aangewezen agent op haar toelopen, die haar op rustige toon meedeelt dat ze is aangehouden. Opnieuw geeft Kesbir geen blijk van hevige emoties. Ze lijkt er al rekening mee te hebben gehouden.
Voorzitter mr. C. Bleichrodt van de Hoge Raad laat tijdens zijn ondervraging van Kesbir doorschemeren niet te willen geloven dat de Koerdische zo weinig weet heeft van de militaire acties van de PKK. ,,U sprak toch niet alleen over vrouwenzaken binnen de presidentiële raad?'' laat hij zich ontvallen. Maar Kesbir geeft geen krimp. ,,Ik word ten onrechte beschuldigd van terroristische activiteiten.''
Haar advocaat mr. V. Koppe verbaast zich over het standpunt van de advocaat-generaal, mr. N. Jörg, die de strijd van de PKK niet wenst te zien als een intern gewapend conflict, waarop het oorlogsrecht van toepassing is. ,,Zelfs de minister van vreemdelingenzaken en de landsadvocaat zien dat wel zo. Bij de uitspraak in haar asielzaak staat zelfs met zoveel woorden dat Kesbir niet zal worden uitgezet, als ze niet uit eigen beweging Nederland verlaat.''
In zijn pleidooi daagt Koppe Nederland uit zijn cliënte hier strafrechtelijk te vervolgen wegens oorlogsmisdrijven. Sinds 1 oktober vorig jaar biedt de Wet internationale misdrijven de mogelijkheid daartoe. Wie onschuldige burgers heeft gedood of verwond tijdens interne gewapende conflicten kan daarvoor strafrechtelijk verantwoordelijk gesteld worden. ,,In de afloop van zo'n procedure heb ik meer vertrouwen dan in de Turkse rechtsgang'', zegt hij later op de gang.
Aan het slot van de zitting komt de opsluiting van Kesbir ter sprake. Koppe vraagt vergeefs om schorsing hiervan. ,,Ze heeft immers haar goede wil getoond door hier vandaag te verschijnen'', vindt hij.
Maar het hoogste rechtscollege beslist dat Kesbir tot 7 mei, de dag van de uitspraak in de cel moet blijven. ,,Het is een heel gecompliceerde zaak'', verontschuldigt voorzitter Bleichrodt zich. ,,We hebben veel tijd nodig voor het arrest en het advies aan de minister van justitie.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.