Arnhem en Nijmegen hadden de primeur: daar gingen in de jaren negentig de eerste pastores de straat op om dak- en thuislozen in hun eigen leefomgeving op te zoeken. Andere steden volgden: Den Bosch in 2000, Utrecht een jaar later, Den Haag en Amsterdam in 2003 en binnenkort waarschijnlijk Groningen. De straatpastor rukt op.
De 'uitzendende' instanties verschillen per stad - dekenaat Den Bosch, Leger des Heils Utrecht, Samen-op-weggemeenten Den Haag en Groningen, hervormde diaconie Amsterdam - maar werkwijze en missie van het straatpastoraat zijn overal dezelfde. Alle pastores gaan de straat op, naar de parken en winkelcentra, de stations, de hang- en slaapplekken, en bezoeken de opvangcentra voor dak-en thuislozen. Anders dan in het drugspastoraat gebruikelijk is, houdt geen van de straatpastores een spreekuur. Ze willen zo drempelloos mogelijk werken; bovendien leert de ervaring dat menigeen niet komt opdagen op het afgesproken uur.
In Amsterdam waar ook drugspastoraat is, werkt straatpastor Mariska Putters met de drugspastores samen. Maar er is een groot verschil, denkt Putters: het drugspastoraat doet veel vóór de daklozen, terwijl Putters het straatpastoraat sámen met de doelgroep wil opzetten. In Den Haag is het drugspastoraat omgedoopt in straatpastoraat, om niemand uit te sluiten die om wat voor reden ook op straat rondzwerft. Utrecht en Den Bosch kennen geen drugspastoraat. Daar zijn de straatpastores de enigen die zich vanuit kerk, bisdom of Leger bekommeren om de (al dan niet verslaafde) standsnomaden.
Geld geven is taboe. Pastor Michiel van den Berg in Utrecht wil nog wel eens een garantstelling geven voor een slaapplaats of een etensbon, die het Leger des Heils dan vergoedt. Maar meer dan om materiele zaken gaat het de straatpastores om niet-stoffelijke medemenselijkheid. Geïnspireerd vanuit hun geloof willen zij 'in alle bescheidenheid iets van de door Jezus gepredikte naastenliefde in praktijk brengen' - nadrukkelijk zonder enige evangelisatiedrift. Dat doen ze door eerst en vooral respect te tonen en eerbied voor de mens die ze voor zich hebben. Tijd en aandacht hebben, luisteren naar de vaak trieste levensverhalen. Soms ook mee actievoeren: met de dak- en thuislozen de straat op en aan de bel trekken bij de gemeente. ,,Het er zijn is het belangrijkst,'' zegt Peter Berkien, de straatpastor van Den Bosch. ,,Of dat genoeg is? Voor mij wel.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.