UTRECHT - De toenemende spanning in Irak leidt bij het thuisfront niet tot een grotere hulpvraag.
Familieleden van de 1275 in Al Moethanna gelegerde militairen bellen wel vaker om informatie, ,,maar we hebben geen signalen dat mensen uitermate ongerust zijn'', zegt majoor T. van Kralingen van de Maatschappelijke dienst defensie (MDD). Geweldadige acties zijn de Nederlanders in Irak tot nu toe bespaard gebleven. ,,Ik maak me eigenlijk nog geen zorgen'', zegt Giovanni Angiolini Trapanese. Van zijn broer Michiel krijgt hij uit As Samawah 'bijna dagelijks' bericht dat alles rustig is. ,,Je weet: het komt dichterbij, maar zo lang er niks engs gebeurt, maken we ons niet druk. Mijn moeder maakt zich wat meer zorgen. Dat is moeders eigen, denk ik.''
Informatie uit de eerste hand is de beste manier om familie zo precies mogelijk te vertellen wat er aan de hand is, weet majoor Van Kralingen. Nieuwsberichten over een beschieting van het Japanse detachement kunnen bij de familie tot schrik leiden omdat de Japanners 'vlakbij' de Nederlanders zijn gelegerd. ,,Het werkt kalmerend als je vertelt dat het gaat om de afstand Apeldoorn-Groningen, zo'n 150 kilometer.''
Het Situatiecentrum van defensie in Apeldoorn is voor het thuisfront 24 uur per dag telefonisch (via 00800-23262692) te raadplegen over de stand van zaken. Onderling contact is er via telefooncirkels. Het door vrijwilligers gerunde Thuisfrontcomité van de landmacht houdt vandaag voor relaties van Stabilisation force-3 een -al voor de onlusten geplande- informatie- en ontmoetingsdag in Ermelo. Naasten kunnen hun vragen kwijt bij medewerkers van de MDD, de afdeling individuele hulpverlening en bij geestelijke verzorgers.
Hoofd krijgsmachtaalmoezenier G. Hoes kan zich 'voorstellen dat familie met zorg naar de ontwikkelingen in Irak kijkt', maar heeft niet de indruk dat er een groter beroep wordt gedaan op de geestelijk verzorgers. Dat geldt ook voor de vakbonden van militairen. Leden en hun familie melden zich pas 'als het heel dichtbij komt en mensen zich heel ongerust gaan maken', zegt voorzitter W. van den Burg van de FNV-bond AFMP. Hij noemt het 'sowieso een wonder' dat de Nederlandse troepen tot nu toe niets is overkomen.
Familielid Giovanni Angiolini slaat de contactdag in Ermelo over. ,,Daar hebben wij niet zoveel trek in; we zijn een nuchtere familie. Maar als het echt uit de hand loopt, heb je misschien wel behoefte aan meer informatie.''
Defensie is voorbereid op calamiteiten. Elf MDD-medewerkers zijn in Nederland en Duitsland permanent bereikbaar om familieleden te informeren als er gewonden of doden vallen. Zo nodig kunnen de tachtig overige MDD-medewerkers worden ingeschakeld om families te bezoeken.
Bij een grotere calamiteit roept defensie families op om naar Ede te komen. Daar heeft de landmacht de beschikking over een calamiteitencentrum in de Simon Stevin-kazerne. Zo'n duizend familieleden kunnen daar blijven eten en slapen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.