Als geen andere plant staat de passie- of lijdensbloem (Passiflora) symbool voor de lijdenstijd. De Nederlandse naam is de letterlijke vertaling van de wetenschappelijke. In het Latijn betekent passio lijden en flos of floris bloem. Passieplanten zijn (sub)tropische klimmers. In Zuid-Amerika worden ze bestoven door de kolibrie.
De blauwe passiebloem (Passiflora coerulea) en haar witte variëteit 'Constance Eliott' zijn redelijk winterhard. De afgelopen winter heeft de plant tegen mijn achtergevel op het zuidwesten zelfs z'n blad behouden. En dat zonder speciale bescherming. In koudere winters bestaat kans op bovengronds afsterven zoals bij vaste planten. Op een warme, zonnige groeiplaats worden de stengels in één seizoen vele meters lang en dragen tientallen bloemen. De oranjegele vruchten zijn leuk, maar niet smakelijk. Dit in tegenstelling tot de aromatische paarse passievruchten van Passiflora edulis.
Passiebloemen hebben spectaculaire vormen en kleuren, maar de symboliek van de 'gewone' blauwe passiebloem is wel heel bijzonder. Om te beginnen is er het vijftallige blad, dat de hand van de beul symboliseert, maar ook de vijf werelddelen waarin het christendom is verkondigd. De gedraaide ranken hebben de vorm van gesels waarmee Jezus werd geslagen.
Alle delen van de geopende bloem herinneren aan de folterwerktuigen van de kruisiging. De drie bijkelkbladeren symboliseren de drie Maria's en de heilige drie-eenheid. Er zijn tien bloemblaadjes: de discipelen, waarbij Judas (die Jezus verraadde) en Petrus (die Jezus verloochende) ontbreken. De roodgevlekte bijkroon herinnert aan de bebloede doornenkroon. De stamperdrager symboliseert de rechtopstaande kruispaal, het vruchtbeginsel de in edik gedompelde spons. De drie stijlen met stempels: de nagels waarmee Jezus aan het kruis werd geslagen. Ten slotte zijn er vijf meeldraden: de wonden in handen, voeten en zijde.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.