*

 

Onzuivere donordiscussie

Wilco van Heteren − 10/04/04, 00:00

De discussie over orgaandonatie wordt onzuiver gevoerd. Door te spreken van slachtoffers, wordt de potentiële donor opgezadeld met gewetensvragen.

'Het blijft kwakkelen met de orgaandonatie', schrijft Trouw onder het kopje 'Feiten'. 'Alle voorlichtingscampagnes ten spijt blijven de wachtlijsten lang. Daardoor sterven er jaarlijks honderden patiënten.'

Stel, meneer A lijdt aan een hartkwaal en hij staat op een wachtlijst voor transplantatie. De kwaal verergert, een donorhart blijkt niet aanwezig en meneer A sterft. De oorzaak van overlijden is de hartkwaal. Een donorhart kan hooguit dienen als middel tot genezing of voorkoming van sterven.

Bijna ongemerkt sluipt een onzuiverheid in de discussie. Als we zomaar als feit aannemen dat het ontbreken van orgaandonoren causaal leidt tot sterfgevallen, dan worden we opgezadeld met onnodige gewetensvragen. Ben ik de oorzaak van een sterfgeval als ik besluit geen organen ter donatie beschikbaar te stellen?

Schijnbaar gaat men ervan uit dat de mens van nature streeft naar maximalisatie van het aantal levensjaren. De medische wetenschap zet hierop in en binnen dit kader is het logisch te streven naar zoveel mogelijk donoren. Andere uitgangspunten, voortkomend uit traditionele, klassieke of religieuze kaders, zoals een gelukkig, deugdelijk of gedienstig leven, worden in de discussie onderbelicht.

Nu willen wij misschien allemaal een lang leven leiden op aarde. Niets mis mee. We moeten in de donordiscussie echter beseffen dat de ontwikkeling in de medische wetenschap het gevolg is van een veranderde wijze waarop de mens zich is gaan verhouden tot zijn leven, dood en lichaam.

Het donorvraagstuk wordt ten principale beheerst door een angst voor de dood, die tegelijk een druk legt op het leven. Het ten volle 'uitnutten' van het leven is maatstaf geworden voor een geslaagd leven. De dood, toch fact of life nummer één, is verdrongen tot iets buiten het dagelijkse bestaan. We vervreemden ons van ons altijd jong te houden lijf in een leven waarin slechts druk heerst. We zijn zelfs zo van ons lichaam vervreemd dat we het een paar honderd jaar geleden als zelfstandig object doelbewust zijn gaan opensnijden. En inmiddels blijkt de mens in staat 'modules' van zijn lichaam te kunnen afstaan, zodat deze kunnen worden 'benut' in een ander lichaam waardoor dit beter 'functioneert'. In de huidige discussie blijft een dergelijke plaatsbepaling van het fenomeen 'donororgaan' volstrekt achterwege.

Het donordebat gaat zelfs een stap verder. Ik word betrokken bij en mogelijk zelfs verantwoordelijk gehouden voor de dood(sangst) van mijn buurman. De particuliere beslissing van een potentiële donor komt voort uit ieders verhoudingswijze tot leven, dood en lichaam. Die verhoudingswijze moet voorop staan en niet alleen de mogelijke slachtoffers van wachtlijsten, die geen slachtoffers zijn.

Wanneer men licht laat schijnen op de mogelijke verhoudingen van mens tot leven, dood en lichaam, dan kan het publiek het donordebat fatsoenlijk plaatsen en een gefundeerde beslissing nemen.

mailIcon print |