De moord op Theo van Gogh maakt duidelijk dat het met opvoeding en onderwijs in Nederland anders moet. Twee opvoedingsexperts weten hoe het anders kan. Al op het consultatiebureau moeten ouders les krijgen in democratie, zegt de een. Onder dwang, zegt een ander.
De verdachte van de moord op Theo van Gogh hoort mogelijk tot een groter radicaal-islamitische terreurgroep met internationale contacten. Hoe voorkom je dat Nederlands-Marokkaanse jongeren vatbaar worden voor de djihad?
We moeten gezinnen, Marokkaanse ouders net zo goed als Nederlandse, leren opvoeden, zegt Micha de Winter, hoogleraar kinder- en jeugdstudies aan de Universiteit van Utrecht. Die opvoeding begint thuis bij de ouders, maar ook peuterspeelzalen en scholen leren kinderen hoe het hoort in een democratische rechtsstaat, zegt hij. ,,Dit puur afschuiven op de gezinnen is te gemakkelijk, hier ligt een taak voor de overheid.''
Nog deze week hoorde De Winter een vergelijking waar hij het helemaal mee eens is: democratie is als een kachel die je brandend moet houden. ,,Dat gaat niet vanzelf. Democratie moet je creëren, cultiveren, koesteren, aanleren, uitleggen.'' Maar in veel Marokkaanse gezinnen is er bar weinig kennis van de democratie. ,,Jonge ouders moeten daarom steun krijgen bij de opvoeding.'' De Winter: ,,Nu helpt het consultatiebureau bijvoorbeeld bij vragen over zindelijkheid, slapen en eten. Maar over de waarden die in onze westerse democratie gelden, daar leren ze niets over.''
En dat moet anders. ,,Om problemen op de lange termijn te voorkomen. Kijk, de jongeren die nu 17 of 18 jaar zijn en al meegaan in de djihad en terroristische daden plegen, die helpt alleen repressie nog.'' Maar kinderen die homo's en Joden uitschelden op school, die hebben blijkbaar ook niets begrepen van onze open samenleving. Ook zij moeten horen dat dit niet kan, zegt de pedagoog. ,,En zo vroeg mogelijk, je moet al op het consultatiebureau beginnen ouders aan te spreken op opvoeding, op bijbrengen van de waarden van onze rechtsstaat.''
Ook Nederlandse ouders en kinderen moeten volgens De Winter op democratie-les. ,,We zijn thuis en in het onderwijs alleen maar bezig met de persoonlijke ontwikkeling van het kind.'' Dat leidt tot doorgeslagen individualisme en materialisme en draagt net zomin bij aan een goed onderhoud van de democratie. Maar de
inhoud van democratische waarden moet aan veel Marokkanen nog helemaal worden uitgelegd. Om te voorkomen dat steeds meer jongeren zich in de toekomst aangetrokken voelen tot radicalisme.
De Winter: ,,Nu draait alles in het onderwijs om kennis verwerven. Marokkaanse ouders krijgen steeds te horen dat ze hun kinderen moeten voorlezen. Want dat is belangrijk voor hun ontwikkeling: Dikkie Dik en Nijntje. En in de Marokkaanse cultuur is voorlezen heel ongewoon. Daarom hameren we daarop, al in het voorschoolse onderwijs, zonder gêne. Best belangrijk, hoor. Maar wat we niet aandurven, is praten over onze waarden. Want we zijn multicultureel en we hebben respect voor de wijze waarop anderen opvoeden. Ook mijn collega-pedagogen durven dit onderwerp vaak niet aan te roeren.''
Dat moeten zij wel doen, vindt De Winter. ,,Je moet deze Marokkanen uitleggen dat zij vrij zijn hun kinderen op te voeden tot een gelovig moslim. Maar dat tegelijk anderen in dit land hun kind tot een gelovig socialist of een gelovig jood of christen mogen opvoeden. In een democratie heeft niemand het monopolie, ieder mag zijn eigen levensbeschouwing hebben. Dát moeten ze begrijpen.''
Hoe pak je dat aan op het consultatiebureau? ,,Leer Marokkanen dat ze vragen moeten stellen aan hun eigen kinderen. Vragen als: hoe ga je om met meisjes en hoe met jongens? Er moet gesproken worden over samenwerken in het gezin. Kinderen moeten leren verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen gedrag.''
Ook criminologe Josine Junger-Tas stelt dat de problemen voor jongeren die voor radicale islamitische ideeën vatbaar zijn, al thuis in het gezin zijn begonnen. Zij leidde in 2002 een onderzoek van de GGD in Rotterdam en de Universiteit Leiden naar probleemgedrag van allochtone jongeren. Daaruit bleek dat allochtone jongeren veel meer dan hun Nederlandse leeftijdgenoten door hun ouders mishandeld worden. Zij hebben ook veel vaker een slechte relatie met hun ouders. Problemen op school en thuis leidden ertoe dat ze op het criminele pad belanden. ,,Die jongens worden zo vrij gelaten. Hun ouders hebben geen idee wat ze uitspoken en praten gebeurt niet.''
Ook zij vindt dat de overheid het niet langer moet schuwen om in te grijpen met opvoedingsondersteuning, al heel vroeg en onder dwang. ,,Je moet als overheid preventief optreden in probleemwijken, nog voor de basisschool moet er voorschoolse opvoedingsondersteuning komen, zodat ze geen achterstand hebben als ze op de basisschool komen. Je moet de ouders duidelijk maken: voor wat hoort wat. Wij regelen voorschoolse bijscholing voor uw kind, zodat hij later goed kan functioneren. Maar daar staat wel tegenover dat u ook actief meewerkt.''
Dwang, maar wel enigszins verholen, vult ze aan. ,,Niet meteen roepen: je krijgt geen kinderbijslag als je niet komt, of zoiets, dat werkt niet. Je moet naar de huizen toegaan, persoonijk contact is heel belangrijk. En daar zeggen dat de kinderen verwacht worden voor voorschoolse lessen. Ook basisscholen moeten de ouders thuis opzoeken en duidelijk maken dat ze bijvoorbeeld naar ouderavonden komen. Nu gebeurt het nog vaak dat ouders aan het einde van de basisschool geen idee hebben wat voor vervolgonderwijs er voor hun kind is. Daarom: benader jonge ouders. Die hebben zich vaak nog niet zo teruggetrokken en zijn nog vol goede moed en ze spreken vaak Nederlands. Daar maak je nog een kans.''
Ze zucht. ,,We moeten niet de illusie hebben dat er een snelle oplossing is voor jongeren die kiezen voor moslim-extremisme. Maar hulp bij de opvoeding en goed onderwijs, dat is een begin. En daarna een goede baan. Zodat het moslim-extremisme geen aanlokkelijk perspectief biedt.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.