*

 

Franse bedrijven blijven toch wel

Pieter van den Blink − 16/09/04, 00:00

Het verplaatsen van Franse arbeid naar goedkope buitenlanden -'délocalisation', in goed Nederlands 'outsourcen'- heette een groot probleem. Maar dat blijkt mee te vallen.

PARIJS - Als er een tegenovergestelde bestaat van de donderslag bij heldere hemel, lijkt dit het: autofabrikant Renault gaat in Frankrijk 4400 jonge laaggeschoolde arbeiders aannemen. Ze kunnen rekenen op een contract voor onbepaalde tijd.

De hemel is donker voor de Franse werkgelegenheid. Al bijna twee decennia lang zit de werkloosheid tegen de 10 procent aan, in jaren van groei even zoals in tijden van recessie.

Sinds kort is daarvoor een belangrijke oorzaak gevonden- althans zo wil premier Raffarin doen geloven. Niet falend overheidsbeleid maar het vertrek van bedrijven naar het buitenland is de bron van alle kwaad. In plaats van in Frankrijk te produceren wat voor de Franse markt bestemd is, verplaatst men de productie naar een lagelonenland en importeert dan het product naar Frankrijk. Enkele incidenten waarbij werknemers op maandagochtend ontdekten dat de baas voor hen slechts een ontslagbrief had achtergelaten nadat hij als een dief in de nacht de hele productielijn had ontmanteld, en de geest was uit de fles.

In allerlei bedrijven rees op de werkvloer het vermoeden dat de directie vergelijkbare plannen had. Bij Bosch in Vénissieux (een voorstadje van Lyon) begreep het bestuur dat je het ijzer moet smeden als het heet is. We willen inderdaad verkassen, kregen de werknemers te horen, tenzij u instemt met een uur onbetaald overwerk per week. Slechts 2 procent van de werknemers durfde nee te zeggen.

Raffarin, die zwaar beschadigd uit de regionale en Europese verkiezingen is gekomen, kondigde aan dat hij de draak van de outsourcing zou verslaan. Maar hoe reëel was de kans dat Bosch zijn auto-onderdelen werkelijk in Tsjechië zou gaan produceren? Toen het akkoord was gesloten, en de Bosch-directie verlost was van het 'juk van de 35-urige werkweek', investeerde ze meteen 12 miljoen euro in Vénissieux.

Het goede bericht bij Renault volgt op dat van Peugeot-Citroën, dat eveneens duizenden vacatures in Frankrijk wil laten vervullen. En een Senaatscommissie die de outsourcing onderzocht, concludeerde in juni: ,,In tegenstelling tot wat men hoort verkondigen, is er geen sprake van een belangrijke verplaatsing (naar het buitenland) van industriële arbeid.''

Toch wijzen de Fransen in een enquête deze week de outsourcing aan als prioriteit nummer één (42 procent) waarmee de regering zich moet bezighouden, nog vóór de vermeerdering van hun koopkracht. De Socialistische Partij besteedde er al een deel van zijn zomeruniversiteit aan, en minister Sarkozy van financiën, die op het punt staat de regering te verlaten om partijleider te kunnen worden, stelt voor om 1 miljard euro belastinggeld vrij te maken om verdwenen bedrijven over te halen om terug te komen. Een charmant maar gevaarlijk plan, want gevoelig voor premiejagers, waarmee Raffarin straks in zijn maag zit als Sarkozy zichzelf heeft outgesourcet.

Het spook van de outsourcing leek aanvankelijk Raffarin een mooie kans te bieden om de aandacht af te leiden van de nederlagen die zijn regering bij de regionale en vervolgens de Europese verkiezingen heeft geleden. Maar met alweer de volgende stembusgang voor de boeg, op 26 september voor de senaat, dreigt de zaak veel te serieus te worden. Het goede nieuws uit de autobranche komt daarom precies op het goede moment.

mailIcon print |