*

 

Hulp na terreur in voorbereiding

Wilfried van der Bles − 16/09/04, 00:00

Is de psychosociale hulpverlening slecht voorbereid op een terroristische aanslag? Volgens Paul Deursen, projectleider van de nazorg vuurwerkramp in Enschede, valt dat nogal mee.

ENSCHEDE - De geestelijke gezondheidszorg is niet voorbereid op een terroristische aanslag, meent Magda Rooze, directeur van het kenniscentrum Impact. Het centrum, opgericht om de kwaliteit van psychosociale hulp na rampen te verbeteren heeft een draaiboek ontwikkeld voor wat er na een aanslag moet gebeuren. Maar de autoriteiten in het land zouden er niet van weten en evenmin voldoende kennis hebben van de behandeling van slachtoffers na een ramp.

Volgens Paul Deursen, projectleider van de nazorg vuurwerkramp in Enschede, is het beeld wat gevarieerder. Deursen kent het draaiboek van Impact. Voor de geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen is Nederland opgedeeld in 24 regio's, samenvallend met die van de politie. Per regio wordt het draaiboek nu uitgewerkt. In Twente en een aantal andere regio's zijn ze er inmiddels al mee klaar, zegt Deursen.

In zijn regio is een kernteam gevormd, dat bestaat uit managers van hulporganisaties. Hij is daarvan de leider. Onder het kernteam 'hangen' psychosociale teams van medewerkers uit de diverse instellingen. ,,Het is een lege organisatie'', aldus Deursen. ,,Maar na een ramp komt het kernteam acuut bijeen om de opvangteams te mobiliseren.''

Impact werkt met het Trimbos-instituut aan richtlijnen voor hulpverleners. Volgens Rooze is het verstandig in de eerste dagen na een ramp terughoudend te zijn met het debriefen van slachtoffers. Daarbij kunnen ze hun verhaal kwijt, maar het risico bestaat dat de emoties zo hoog oplopen dat ze van de regen in de drup raken. Deursen bevestigt dit op basis van zijn ervaring na de vuurwerkramp: ,,Mensen zijn dan ontredderd, angstig, in paniek. Het is niet de bedoeling van zo'n debriefing dat ze in een nog ernstiger trauma komen, maar juist dat ze zo snel mogelijk de controle over zichzelf herkrijgen.''

Zelfcontrole is ook het kernwoord in de benadering van Rooze. Haar centrum heeft op de site www.impact-kenniscentrum.nl fact-sheets geplaatst met informatie over de psychosociale gevolgen van een aanslag en tips over hoe daarna te handelen. Door vooraf al goede informatie te geven, kan het publiek het heft in eigen hand nemen. Volgens Rooze is het ook beter te werken met comités van getroffenen zelf en niet al te opdringerig te zijn met externe experts, zoals onlangs ook weer na het gijzelingsdrama in Beslan gebeurde.

Deursen bestrijdt dat de hulpverlening slecht voorbereid is op een aanslag. ,,Dankzij de Bijlmer, Volendam en Enschede weten we hoe mensen reageren na een calamiteit.'' Maar hij geeft toe dat een aanslag andere koek is dan een vuurwerk- of natuurramp: ,,Het is voor de verwerking erg belangrijk dat slachtoffers weten wie verantwoordelijk is, al is het God zelf. Dan kunnen ze zo'n gebeurtenis makkelijker plaatsen. Maar bij een aanslag weet je dat vaak niet. Zeker bij gebruik van biologische of chemische wapens zal het gevoel van dreiging groot zijn. Dat geldt ook voor de hulpverleners, die immers zelf ook slachtoffer kunnen worden.''

mailIcon print |